Volkssterrenwacht Urania Verslag poollichtreis naar Canada 2002 Waarnemingstoren
  Discussieforum | FAQ | Zoeken | Sitemap | Pagina printen | English | Français
  Startpagina
  Urania
  Kalender
  Cursussen
  Bezoeken
   Astroreizen
  Eclipsreizen
  Hemelverschijnselen
  Waarnemingsreizen
  Themareizen
  Onze sterrenwachten
  Nieuwsbrief
  Reisverslagen
  Urania Mobiel
  Astroshop
  Bibliotheek
  Jeugdwerking
  Werkgroepen
 
  Opendeurdagen
  Frank De Winne
  Nieuwsberichten
  Waarnemingsinfo
  Weerbericht
  Nieuwsbrief
  Foto's
  Archief
 
  Zonnestelsel
  Sterren
  Sterrenstelsels
  Hemelmechanica
  Heelal
  Ruimtevaart
  Weerkunde
  Telescopen
  Waarnemen
  Adressen in België
  Sterrenwachten
  FAQ
 
  Vraag toegang
  Wachtwoord kwijt?
 

Urania-initialen

Wachtwoord

Login onthouden:
Volkssterrenwacht Urania > Astroreizen > Reisverslagen > Canada 2002
  

Verslag poollichtreis naar Canada

Van 7 tot 17 oktober reisden 11 leden en sympathisanten van Uranianen naar Canada, om er het poollicht te gaan opzoeken. Hieronder volgt een fotoverslag van deze trip.



Maandag 7 oktober 2002: Brussel - Amsterdam - Montréal

Na een korte vlucht Brussel-Schiphol, moeten we in Amsterdam drie uurtjes wachten op de vlucht naar Montréal. We maken hiervan dankbaar gebruik om de talrijke shoppingmogelijkheden in de luchthaven te onderzoeken.

Pano747 Wolken Lucht

De vlucht verloopt voorspoedig. Hopelijk zijn de wolken, die we heel de tijd zien, geen voorbode voor deze reis! Gelukkig klaart het een uurtje voor de landing volledig uit, en zien we bij strijklicht nog de bossen en meertjes in de buurt van Montréal.


Dinsdag 8 oktober 2002: van Montréal naar Val d'Or

Orion3 Door het uurverschil zijn we vroeg wakker; Orion staat de pronken boven de wolkenkrabbers van Montréal. Om 7 uur nemen we het ontbijt: worsten, eieren, pannenkoeken, spek, fruit (niet noodzakelijk in die volgorde): we kunnen er even tegen!

Op naar het noorden! We hebben de auto's opgepikt, en vertrekken uit Montréal voor een eerste trip van 520 km naar het noordwesten. Eentje om het af te leren: we staan nog een half uurtje in de file bij het buitenrijden van Montréal. Eens we de buitenwijken uitrijden wordt de bewoning dunner en dunner.

Af en toe komen we wegenwerken tegen. Mobiele lichten kent men in Canada duidelijk nog niet. Hier zijn het mensen met een rood/groen bord die het verkeer tegenhouden/doorlaten. Voordeel: je kan aan deze menselijke lichten tenminste vragen hoe lang het nog duurt.

File Lichten

Omdat we toch wat kilometers af te malen hebben, stoppen we in het Réserve Faunique de la Verendrye om te picknicken. Echt warm is het niet, maar het herfstzonnetje doet zijn best. Onderweg kocht iemand deze sous-marin (broodje) van niet minder dan 75 centimeter lengte!

Megabroodje Picknick

Max90 Transcanada We volgen voor enkele honderden kilometers de Transcanada Highway, met 7821 km de langste highway ter wereld. Deze baan verbindt het uiterste oosten (St. John's in Newfoundland) met het uiterste westen van Canada (Victoria in British Columbia). Verwacht echter geen typisch Amerikaanse snelweg met vijf rijstroken aan elke kant; meestal voldoet hier één rijstrook aan elke kant. Voor ons Belgen is het wel even wennen dat we maar 90 km/uur mogen rijden, en geheel tegen ons karakter in laten we de naald van onze snelheidsmeter niet verder gaan dan 100 km/u.

Op weg naar Val d'Or rijden we door een mooi natuurgebied. Af en toe stoppen we dan ook om een frisse neus te halen en van chauffeur te wisselen. De natuur is een afwisseling van bossen en meertjes, en de bevolkingsdichtheid ligt hier al een flink stuk lager dan de meest verlaten gebieden in onze Ardennen. En ondertussen blijft de zon schijnen en is het helder… zou het vanavond al lukken?

Meertje MijnValDor Naardemijn Indemijn

De bedoeling van onze reis is niet alleen om poollicht te zien, maar ook om kennis te maken met dit stukje Canada. Eén van de belangrijkste economische drijfkrachten van de voorbije eeuw was zonder twijfel het mijnwezen. Bij onze aankomst in Val d'Or stoppen we dus bij de Cité de l'Or, en duiken we 300 voet onder de grond (de Canadezen zijn wel overgestapt naar ons metrisch stelsel, maar werken toch nog vaak in "pieds" en "pouces", zijnde inches). Onze gids is zelf mijnwerker geweest en weet dus boeiende zaken te vertellen. Als we terug bovenkomen, is het helemaal bewolkt en staat er een frisse wind. We bergen onze poollichtplannen voor vanavond dus maar op.


Woensdag 9 oktober 2002: de grote trek van Val d'Or naar Radisson

Als we die ochtend rond 6u30 opstaan, staat er een koude wind en sneeuwt het lichtjes. Als dat maar goed komt: we moeten vandaag ruim 900 km doen naar onze waarnemingsplaats Radisson. Als we vertrekken begint het heviger te sneeuwen en al gauw ligt er een laagje van 10 centimeter. De eerste sneeuw, zowel voor ons als voor de plaatselijke inwoners. Onze gemiddelde snelheid daalt zienderogen, en we zijn blij dat we een tijdje achter een sneeuwruimer kunnen rijden. Tegen dit tempo komen we morgenvroeg pas in Radisson aan… Na een honderdtal kilometer stopt de sneeuw en is de weg weer vrij. We kunnen dus weer doorrijden.

Natenkoud Sneeuwruimer

Rond 11 uur zijn we in Matagami aangekomen. Hier geldt de regel dat je bij elk tankstation je tank goed volgooit. Het volgende station is immers pas binnen 380 km. Het is bewolkt en er staat een frisse wind. We melden ons aan bij de zogenaamde "kilometer 0" van de Route de la Baie James: hier laten we onze gegevens achter. Je weet maar nooit. Natuurlijk nemen we ook een groepsfoto. En dan op weg voor de laatste 620 km op deze weg die naar Radisson leidt.

Tanken RDLBJ RouteIsolee

Dit bord maakt duidelijk dat we al op het grondgebied van de Cree-indianen zijn. Af en toe zien we een tipi langs de kant van de weg. Onderweg zien we ook veel sneeuw liggen. Later horen we dat er twee dagen voordien een felle sneeuwstorm woedde, en dat alle verkeer naar Radisson een tijdlang onmogelijk was.

Stop Sneeuw2 Sneeuw3

Rond 16 uur komen we aan bij het naamloze plaatsje dat "km 381" heet, aan. Hier moeten we tanken. Er is een cafetaria, enkele slaapplaatsen en douches, en een eerste hulppost. We drinken een koffie en één van de deelnemers vergrijpt zich aan een poutine: het nationaal gerecht van Québec. Het bestaat uit een pak frieten dat overgoten is met een soort vleessaus en gesmolten kaas, en dus zowat een miljard calorieën per kubieke millimeter bevat. Niet echt slecht, en het bevat de nodige energie om de koude en donkere winterdagen door te komen.

Km381a Km381b Poutine Rivier

We passeren een van de rivieren die 100 km verder uitmonden in de Baie James. We komen 's avonds rond 19u15 in Radisson aan, net als het bijna helemaal donker is, en slechts een kwartiertje later dan voorzien. Er hangen lage wolken en er staat een frisse wind. We gaan naar het enige restaurant dat open is (er zijn er ook maar twee trouwens) en gaan niet te laat slapen.


Donderdag 10 oktober 2002: nogmaals onder de grond

Vanmorgen schijnt de zon een minuutje of twee door een smalle opening in de wolken aan de horizon. Dat is dan ook meteen alles wat we vandaag van de zon zouden zien. Nochtans zijn de voorspellingen voor vannacht niet zo slecht. Laat ons hopen op een paar gaatjes. Om 8 uur verzamelen in het auditorium van Hydro-Québec voor een inleidende uitleg over de centrale die we dadelijk gaan bezoeken.

Zonsopkomst Escalier

Deze ochtend duiken we opnieuw onder de grond. Ditmaal in de gigantische hydro-elektrische centrale La Grande 2. Foto's van in de centrale mochten we niet nemen, maar hier krijg je een idee hoe dit indrukwekkend bouwwerk eruit ziet. We doen ook een toer langs de buiteninstallaties en komen zo de Escalier des Géants tegen. Deze enorme trap (10 treden van 10 meter hoog!) dient om het overtollig water uit het reservoir te laten lopen zonder al te veel erosie te veroorzaken. Volgens de ingenieurs zou dit gemiddeld eens om de 75 jaar kunnen gebeuren.

Onze gids heeft blijkbaar niet al te veel vertrouwen in haar rijstijl, getuige hiervan de helm die ze opheeft.

Gids Dijk

De dijk waar we opstaan, heeft een lengte van 2.8 km en een hoogte van 162 meter. Het waterreservoir erachter heeft precies dezelfde oppervlakte als de hele provincie Antwerpen! We worden even stil van dit immense bouwwerk. De elektriciteit die hier wordt gegenereerd, wordt via hoogspanningslijnen getransporteerd naar Montréal en Québec, en deels zelfs geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

Van dit bezoek hebben we honger gekregen. We eten een lokale specialiteit, namelijk een hammetje met esdoornsiroop. Als we het dessert zien staan (een soort kunstmatige gelei die volgens vele Noord-Amerikanen als een lekkernij wordt beschouwd) gaat de honger voor de meesten over. Gelukkig heeft de kok voor ons iets lekkerders in petto.

Jell-O Boot

's Middags is het tijd om wat uit te waaien. We steken met de boot La Grande Rivière over, en meren aan bij één van de kampen waar de "ontdekkingsreizigers" van Hydro-Québec in barre omstandigheden hebben geleefd in de zestiger jaren. Onze gids, die wijd en zijd bekend is als "Jack Daniels", neemt ons mee naar de Montagne Noire. Het gaat een flink stukje naar boven, maar het panorama is ondanks de bewolking en de lichte regen de moeite waard. Iets verder werpt de Mosquito-rivier zich in La Grande. Langzaam maar zeker sijpelt de grootsheid van de natuur en het gevoel van "Le Grand Nord" in ons door.

Mosquito JackD Wolkenwolkenwolken

De wandeling heeft ons goed gedaan, maar de wolken blijven ons parten spelen. Twee van de vrouwelijke deelnemers verwerken dit op hun manier en eten 's avonds een poutine, overgoten met champagne. Het mag gaan komen, denken we zo. We gaan 's nachts regelmatig buiten kijken, en de nachtwaker van het hotel heeft de opdracht ons bij het geringste spoortje poollicht wakker te maken. Maar het mag niet baten.


Vrijdag 11 oktober 2002: de Indianen, en eindelijk poollicht!

Vanmorgen schijnt de zon als we opstaan. Toch was er ook vannacht niets te zien: we weten zeker dat het om 5u40 en 6u25 nog bewolkt was. Van gemotiveerde medereizigers gesproken! De weersvoorspellingen voor vannacht zien er goed uit. Haal de filmpjes maar boven! We doen een wandeling langs een interpretatief wandelpad in Radisson. Er staat onder andere ook een bord met uitleg over het poollicht. Trouwens, één van de deelnemers, Maurice, vraagt aan bijna iedereen of ze onlangs poollicht hebben gezien. De antwoorden zijn quasi steeds bevestigend maar meewarig, net zoals je iemand in België zou vragen of het er soms regent.

Blauw MegaSteak Roos

De rest van de ochtend hebben we vrij. Vele deelnemers vinden dit een geschikt moment om eens de supermarkt binnen te duiken. Het is de moeite waard: een heel rek Campbell-soepen, roze koekjes, en steaks waarvan je je afvraagt of ze niet van een ontdooide mammoet komen. We moeten lachen met sommige vertalingen: zo wordt een hamburger een hambourgeois in de winkel. Het Québecois is een sappig taaltje met een heleboel letterlijk vertaalde Amerikaanse woorden. Het valt ons ook op dat de mensen erg vriendelijk zijn, en (zeker hier) graag een gesprek aangaan. Soms moeten we echt moeite doen om ons te "bevrijden".

Campbell Popcorn Hambourgeois

's Middags rijden we naar Chisasibi, gelegen aan de James Bay op een honderdtal kilometer van Radisson. Dit is één van de grotere Indianenreservaten; er woont zo'n 4000 man. Vroeger woonde iedereen op een eiland (Fort George) in de rivier La Grande, maar dat werd ontruimd toen de dammen van Hydro-Québec werden aangelegd. Het is dat eiland dat we gaan bezoeken, en dus gaan we weer maar eens de boot in.

Aanlegsteiger Huis

Op het eiland vernemen we meer over de levenswijze van de Indianen, en horen we ook eens hun verhaal. Sommigen keren uit heimwee terug tijdens de zomermaanden, en leven er dan in een eenvoudig huisje.

Ondertussen zakt de zon naar de horizon. Op wat hoge wolkensluiers na is het nog steeds helder. Tonight is the night!

Fort George Tipi Chief Abraham

Poollicht Terwijl het donker wordt, krijgen we als maaltijd het typisch Indiaanse bannock-brood en caribou. Iedereen vindt het heel lekker. We hebben nog de tijd om wat te praten met Chief Abraham, en overhandigen hem een doosje Belgische chocolade. Het is erg boeiend van hem te vernemen hoe de Indianengemeenschap op een moderne manier leeft, en toch zijn tradities behoudt. Het is al volledig donker als we terugkeren. Enkel de maan verlicht la Grande Rivière. En… in het noordoosten zie ik een vage, groene gloed die me bekend voorkomt. De Indianen sukkelen wat met hun boot om ons over te zetten. Als we na een half uurtje toch op de andere oever staan, hebben mijn medereizigers de gloed ook al opgemerkt. Aurora borealis!

We duiken de auto in en besluiten zo snel mogelijk naar Radisson te rijden om onze spullen op te halen. Maar onderweg zie ik vanuit het noorden zeer heldere stralen tot 50° hoogte opstijgen. We stoppen even langs de kant van de weg, op een aardedonkere plaats. We zitten meteen op de eerste rij voor een substorm: gordijnen, krullen, stralen, oplichtende vlekken: we krijgen allemaal. Iedereen is erg onder de indruk. Na tien minuten daalt de activiteit een beetje en besluiten we onze weg te vervolgen. De stemming in de auto's is opperbest.

Poollicht2b Poollicht3 Poollicht4

Bovenstaande beelden werden allemaal met een gewone kleinbeeldcamera gemaakt op Fuji Provia 400F film. Er werd telkens tussen 10 en 20 seconden belicht met een gewone breedhoek- of standaardlens.

Anderhalf uur na ons vertrek uit Chisasibi zijn we terug in Radisson. Niettegenstaande de toch vrij heldere verlichting in dit plaatsje, zien we het poollicht nog boven ons hotel flikkeren. We gaan ons snel wat warmer aankleden. De temperatuur valt wel mee (zo'n +2°) maar er staat wel wat wind. In het hotel blijkt dat Michel Tournay (een verpleger die regelmatig ook zijn aurorale foto's op het net post) op ons staat te wachten - hij wist dat we in de buurt waren. Hij kent een leuke waarnemingsplaats, en we volgen hem dan ook naar een donkere plaats wat verder waar een tipi staat die van Michel en zijn vriend is. Net als we aankomen wordt het poollicht terug actiever en start er een tweede show. Sommige van ons nemen nogal wat foto's, anderen genieten van het spektakel en luisteren geboeid naar de talrijke verhalen van Michel Tournay. Hij spreekt niet alleen over het poollicht, maar ook over andere waarnemingen, zijn werk, welke dieren er te zien zijn, het leven in het noorden, enzovoort.

Kort na middernacht neemt de activiteit terug af. Sommigen gaan terug naar het hotel; enkele anderen besluiten een andere waarnemingsplaats op te zoeken. De activiteit lijkt echter stabiel te blijven op een relatief laag niveau, en we besluiten ons bed op te zoeken. Moe maar erg tevreden, zoals dat heet.


Zaterdag 12 oktober 2002: op naar Nemaska

's Morgens verschijnen de meeste deelnemers met kleine oogjes aan het ontbijt. Rond 9 uur maakt Michel Tournay terug zijn opwachting, met een pak foto's onder de arm. Hij toont zijn mooiste poollichtfoto's, en - o toeval - bleek tijdens de Zimbabwese eclips van 21 juni 2001 in de buurt van Urania-groepen te zitten! We moeten zijn enthousiasme een beetje afremmen, want er staat ons nog een 520 km te wachten, waarvan 120 km grindweg. Rond 11 uur nemen we dan ook afscheid van Radisson en rijden we weg. Het weer is nog vrij mooi, maar er verschijnen hoge wolken. Hopelijk is het vanavond toch nog helder.

Tournay Radisson

We rijden eerst een 350-tal kilometers op de Route de la Baie James, en slaan daarna de Route du Nord in. Deze 425 km lange grindweg vormt een verbinding met Chibougamau. Vandaag stoppen we na 120 km in het plaatsje Nemaska. De weg is goed aangelegd maar bevat toch een aantal diepe putten. We kunnen dus niet sneller dan 70 km/u rijden. We hebben walkietalkies in de beide auto's, zodat we (soms) voor het ergste kwaad kunnen verwittigen. Chauffeur #2, ook gemeenzaam bekend als Alain, geeft hierbij op gezette tijden een gesmaakte "A-Team" imitatie weg.

Grind Alain Nemaska

In de late middag hebben we ons doel voor vandaag bereikt. Nemaska is een Indianengemeenschap van zo'n 300 mensen, en het is de hoofdstad van de Cree-indianen. Wij overnachten in het hotel-annex-administratief centrum. We maken nog een wandeling langs het meer. Er staat echter een koude wind en de ondertussen opgekomen lage grijze wolken vliegen voorbij. 's Avonds serveert de plaatselijke chef ons caribou-vlees, en we proeven er ook bever (zeer uitgesproken, kruidige smaak). Het ziet er niet naar uit dat het nog zal opklaren en iedereen kruipt dan ook vroeg in zijn mand.


Zondag 13 oktober 2002: grind, grind, grind

Het ontbijt vanochtend is er weer eentje volgens de beste Canadese traditie: worstjes, spek, eieren, pannenkoeken, toast, gebakken aardappelen en fruit. Overgiet dit met wat fruitsap en enkele koffie's, en je hoort of voelt je maag niet meer tot laat in de namiddag!

Ontbijt Worms Kogels

Voor ons vertrek uit Nemaska willen we nog enkele inkopen doen. De winkel blijkt echter gesloten, maar dit is in zo'n kleine gemeenschap als hier geen probleem. De winkeleigenaar wordt er even bijgehaald en hij doet met plezier zijn zaak open. Enigszins grappig vinden we een frigo waar naast het eten ook wormen (voor de vissers, hopen we) worden bewaard. Achter de toog liggen de kogels tussen de filmpjes en de batterijen.

Kort na 9 uur vervolgen we onze weg op de Route du Nord. Het is ondertussen beginnen regenen, zodat er minder stof en steentjes opvliegen, en we iets sneller kunnen rijden. Binnen de kortste keren zijn de auto's wel ongelooflijk vuil. We stoppen even aan de kolkende Rupert-rivier, maar het weer is er echt niet naar. Niet lang na de middag bereiken we reeds ons einddoel: de plaatsje Chibougamau. We bezoeken het Centre d'Intérêt Minier, maar na de mijn in Val d'Or te hebben bezocht, vinden we dit toch minder de moeite. Enkelen merken op dat het bijna 1700 km geleden is dat we het laatste verkeerslicht hebben gezien.

Rupertrivier Vies Aantafel

's Avonds verbroederen we in het hotel met de dame van de plaatselijke toeristische dienst, die duidelijk is opgezet met ons bezoek. Het is buiten wat kouder geworden, het motregent, en er hangt lichte mist. Ook voor vanavond bergen we onze poollichtplannen op. We zijn terug in de beschaafde wereld aangekomen: dit hotel heeft immers een bar!


Maandag 14 oktober 2002: Chibougamau naar Chicoutimi via de Zoo van St. Félicien

's Morgens bij het opstaan merken we dat de motregen in de loop van de nacht is overgegaan naar sneeuw. De auto's zijn ondertussen zo vuil dat we besluiten ze even met een hogedrukspuit onder handen te nemen. Vandaag rijden we in de richting van de Lac St. Jean, en bezoeken we de Zoo van St-Félicien.

Sneeuw Wolven

Aangekomen in de Zoo worden we meteen naar een klaarstaand treintje geleid. Hier zitten wij in een kooi en lopen de dieren vrij rond. Tenminste die dieren, die mekaar niet al te zeer naar het leven staan. Deze roedel wolven bijvoorbeeld zit wel in een aparte afsluiting. Soms lijkt het wel wat kitscherig, maar de uitleg die we krijgen is erg interessant, en sommige landschappen zijn erg goed nagemaakt (de prairie, de taiga, maar ook Indianennederzettingen en houthakkersdorpen). We zien o.a. beren, moose (elanden), buffels, prairiehondjes, caribous, …

Moose2 Caribou2 Caribou1

Beren Beer1 Beer2

NaarStJean Na het Zoobezoek zetten we onze weg verder. We rijden langs het Lac St. Jean naar onze bestemming voor vandaag: Chicoutimi. Het is een sympathiek stadje van 63 000 inwoners aan de Saguenay-rivier. Die paar dagen langs eenzame wegen en kleine plaatsen hebben toch wel de nodige indruk op ons achtergelaten; het lijkt wel alsof we in een grootstad zijn aangekomen!


Dinsdag 15 oktober 2002: van Chicoutimi naar Québec

's Morgens als we vertrekken is het koud in Chicoutimi . De hemel is stralend blauw. We kruipen snel de auto in, en rijden via het Parc National des Laurentides naar Québec stad. We genieten onderweg van het mooie nationale park. Precies midden in het park blijkt dat we tot nu toe 3000 km hebben afgelegd.

Chicoutimi Laurentides

Na een uur of twee doemt de skyline van Québec op. We lanceren ons in het drukke verkeer, droppen onze bagage bij het hotel, en vertrekken dan naar het centrum van de stad. Daar wacht ons een lekkere lunch.

Na de middag doen we een wandeling onder begeleiding van een gids. We passeren onder andere de Saint-Laurent, de omwallingen, de vroegere oefenterreinen van het leger, Château Frontenac (waar we een groot halocomplex kunnen waarnemen rond de zon), en de binnenstad.

QuebecCity2 QuebecCity3 Frontenac

Québec voelt heel erg Europees aan. Het is de enige omwalde stad van Noord-Amerika, en de smalle en bochtige straatjes lijken ons erg vertrouwd. Het is er ook fijn toeven langs de (alhier erg brede) Saint-Laurent.

Halo StLaurent DominicCantin

's Avonds komt Dominic Cantin naar het hotel. Hij is één van de actiefste en meest gerenommeerde poollichtfotografen, en heeft reeds tientallen 'shows' gefotografeerd. We krijgen zijn mooiste opnamen te zien en leren heel wat over "de truukjes van het vak". De straffe verhalen krijgen we er gratis bij. Dominic geeft iedereen nog één van zijn foto's mee als aandenken.


Woensdag 16 oktober: Québec - Montréal - Brussel

De laatste dag! We maken onze bagage klaar, en nemen voor de laatste keer een uitgebreid ontbijt. En dan leggen we de laatste 250 km af naar Montréal. Rond de middag zijn we ter plekke, en gaan we eerst lunchen in het hippe "Wienstein & Gavinos".

Na de lunch wandelen naar Square Dorchester. We hebben nu wat vrije uurtjes, en de meesten gaan in de nabijgelegen Rue Ste Cathérine een kijkje nemen. Het begint af en toe te druppelen, wat we niet zo'n goed idee vinden voor onze laatste stadswandeling.

SteCatherine SteCatherine2

Tegen de tijd dat we de wandeling willen aanvatten is het zo aan het regenen, dat onze gids René voorstelt om de ondergrondse stad te gaan verkennen. Heel downtown Montréal is ondertunneld, en er zijn onvoorstelbaar veel winkels, cafés en restaurants onder de grond. Op die manier blijven we droog, terwijl het boven ons rustig doorplenst.

ShoppingMall Regen

We eindigen onze toch met een autotour langs de belangrijkste bovengrondse bezienswaardigheden die we tijdens het korte verblijf hebben moeten missen, en dan gaat het onverbiddelijk richting luchthaven… om een halve dag (nacht) later terug op Belgische bodem te staan.


Nabeschouwing

Spijtig genoeg konden we slechts één nacht poollicht waarnemen, alhoewel dat het toen spectaculair goed was. Gelukkig is Canada een aangenaam én interessant land om door te reizen, en hebben we heel wat natuurschoon kunnen aanschouwen. De meeste deelnemers vonden niet alleen de aurora borealis, maar ook de grote verlatenheid en eenzaamheid van het Canadese Noorden indrukwekkend.

Urania zal deze reis nogmaals inleggen in 2005 of 2006. Het is dan wel de periode van het zonne-minimum, maar de kans om poollicht te zien is dan nog altijd bijna even groot. In het voorjaar van 2004 gaat het richting Alaska. Indien je op de hoogte wil worden gehouden van deze reizen, stuur je een mailtje naar dvh@urania.be.