Waarnemen

Veilig waarnemen

De zonnestraling die ons bereikt door de atmosfeer gaat van ultraviolet (UV) tot radiogolven. Het oog laat straling door van UV tot infrarood (IR). UV-straling beschadigt de ooglens wat kan leiden tot cataract, het ondoorschijnend worden van de ooglens. Intens zichtbaar licht en IR kunnen het netvlies verbranden, waardoor mogelijk permanente beschadiging kan optreden, afhankelijk van duur en intensiteit.

Het oog bevat geen pijnzenuwen, er is dus geen waarschuwing ‼‼

Het intense zichtbare zonlicht is op zichzelf al gevaarlijk, en moet dus afgezwakt worden tot maximaal 0,003% (filterdensiteit > 4,5). Het onzichtbare deel van het spectrum (UV & IR) moet volledig tegengehouden worden. Filters die alleen het licht verzwakken tot een comfortabele helderheid kunnen dus gevaarlijk zijn omdat zij UV en IR lekken.

Zonder of met telescoop kijk nooit naar de zon zonder een veilige filter, zelfs niet voor één ogenblik‼‼

Hoe waarnemen:

Zonder optiek

  • Camera obscura
  • Lasglas (densiteit > 14)
  • Eclipsbril

 

Met optiek

  • Projectie: Een voor iedereen toegankelijke methode met als voordeel dat omstaanders kunnen meekijken zonder gevaar.
  • Objectieffilter: Er zijn twee veilige filters voor zonneobservatie en specifiek hiervoor ontworpen. Polyesterfilm of Mylarfilm zijn goedkoper ideaal voor zelfbouw. Glazen filters zijn duurder en moeten op maat voor de telescoop gekocht worden.

 

Onder alle omstandigheden zijn onveilig:

1) Stroken ontwikkelde kleur- of zwart/witfilm

met beelden (ook Röntgenfilm!)

2) CD's of DVD's

3) Beroet glas

4) Computerdiskette

5) Zonnebrillen

6) Fotografische grijs- en

polariserende filters

7) Oculairfilter

8) Thermische dekens

 

Wat waarnemen

1. Zonnevlam

Een zonnevlam (flare) is een explosie op het oppervlak van de zon, die ontstaat door het plotseling vrijkomen van de energie die wordt vastgehouden in het magnetische veld. Er ontstaat straling over het hele gebied van het elektromagnetische spectrum.

 Zonnevlammen worden ingedeeld in drie hoofdklassen:

  • Klasse X. Grote uitbarstingen die op de aarde voor het uitvallen van radioverbindingen en van elektriciteitscentrales kunnen zorgen.
  • Klasse M. Matige uitbarstingen, die rond de polen korte perioden van uitval van de radioverbindingen kunnen veroorzaken.
  • Klasse C. Kleine uitbarstingen die nauwelijks invloed hebben op de aarde.

Bekende zonnevlammen van klasse X waren die van maart 1989, die grote schade aan elektriciteitscentrales in Canada veroorzaakten en de uitbarsting op 4 november 2003, die zo groot was dat ze buiten het meetbereik viel. Deze laatste uitbarsting was gelukkig niet naar de aarde toe gericht, zodat het effect op onze planeet niet zo groot was.

2. Protuberans

Een protuberans is een lange, grillig gevormde materiebrug in de atmosfeer van de zon. Het woord “protuberans“ komt van het Latijns werkwoord “proturbare“ wat verstoren betekent.

Protuberansen hebben vaak de vorm van een soort wolk. Als zo'n wolk zichtbaar is tegen de achtergrond van de zonneschijf, ziet zij er donker uit en spreken we van een filament. Als zo'n wolk voorbij de rand van de zonneschijf steekt, ziet zij er helder uit en spreken we van een protuberans.

Protuberansen kunnen ongeveer 50.000 à 100.000 km (ongeveer 5 tot 10% van de diameter van de zon) boven het oppervlak van de zon uitsteken. De grootste die ooit werd waargenomen was 350.000 km hoog. Protuberansen en filamenten kunnen verschillende maanden blijven bestaan, maar sommige verdwijnen veel sneller.

 

3.Corona

De corona is de hete atmosfeer rondom de zon die zich uitstrekt over miljoenen kilometers. Zij is normaliter niet met het blote oog zichtbaar, maar wel tijdens een totale zonsverduistering. Zij is dan als een lichtkrans waarneembaar.

De temperatuur van de corona is hoger dan die van het zichtbare oppervlak van de zon, de fotosfeer. De fotosfeer heeft een temperatuur van rond 6000°C, terwijl de corona een temperatuur heeft van rond 1.000.000°C. De hoge temperatuur van de corona is jarenlang een raadsel geweest, omdat zij die temperatuur blijkbaar niet aan de fotosfeer onttrekt. Men veronderstelt dat haar energie afkomstig is van de magnetische velden in de actieve gebieden van de zon die energie uitstoten.

4. Zonnevlekken

Het meest in het oog springende verschijnsel op de zon zijn zonnevlekken. Weliswaar zijn ze soms afwezig, maar meestal zijn er minstens enkele te zien. Ze lijken donkerder dan het oppervlak van de zon, omdat ze koeler zijn: 4 500°C tegenover 6 000°C. Ze variëren in grootte van enkele duizenden km, tot ongeveer 100.000 km, of 8 maal de diameter van de aarde. Ze komen meestal voor in paren of uitgestrekteren groepen. De levensduur van zonnevlekken is even variabel als hun grootte. De kleinere vlekken bestaan soms maar enkele uren of dagen; de grotere vlekken en de groepen blijven soms langer dan een maand actief. Ze komen vrijwel uitsluitend voor in twee gordels, aan weerszijden van de zonne-evenaar, tussen 5° en 40° noord- of zuiderbreedte.

Zonnevlekken bestaan uit een centraal donker deel, de umbra, en de wat helderdere omgeving, de penumbra. Als we de penumbra met een flinke vergroting bekijken, zien we fijne gestreepte structuur, penumbrale filamenten genoemd.

De meeste zonnevlekken bereiken hun maximale grootte en complexiteit als ze één à twee weken oud zijn. Daarna wordt de umbra kleiner en de penumbra neemt meer oppervlakte in.

Zonnevlekken roteren met de zon mee. De rotatiesnelheid is afhankelijk van de breedteligging. In de evenaarsstreek is de rotatieperiode ongeveer 25 dagen, aan de polen iets meer dan 34 dagen.

 

5. Randverzwakking

Straling die ontstaat in het binnenste van de zon wordt op weg naar buiten steeds weer geabsorbeerd en terug uitgezonden. Pas de buitenste laag van de zon, de fotosfeer, is doorzichtig. In de dunne laag van de fotosfeer vermindert de temperatuur met de hoogte, van ongeveer 6 000°C tot 4500°C. Als we naar het midden van de zonneschijf kijken, zien we de diepere fotosfeer door een dunne laag absorberend gas. Naar de rand toe kijken we naar de hogere, koelere laag. Daarom wordt de zon naar de rand toe steeds minder helder. Het verschijnsel randverzwakking veraadt dat de zon een gasbol is.

 

 

 

6. Granulatie

Onder goede omstandigheden en bij redelijke vergroting, zien we een gespikkelde fotosfeer. Dit verschijnsel noemen we granulatie. De individuele spikkels noemen we granulen. Ze hebben een gemiddelde doormeter van 1 000 km, groter dan Frankrijk. Het granulatiepatroon verandert voortdurend. Individuele granulen bestaan 10 à 15 minuten. Elke granule is de top van een kolom heet opstijgend gas; de donkere scheidingen zijn afgekoeld gas dat terug wegzakt naar binnen.

 

7. Fakkelvelden

Fakkelvelden zijn witte velden op het oppervlak van de zon. Ze ontstaan een of enkele dagen voor het verschijnen van een zonnevlek, en hebben een langere levensduur dan de vlek zelf. Soms neemt men fakkelvelden waar zonder vlekken, vooral op hogere breedtegraden. Hun aantal varieert met de zonnecyclus. Ze worden geassocieerd met magnetisch actieve gebieden.

 

Is er iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden? Mail ons!