Geschiedenis van kometen

Bezems van de ondergang

Kometen in de loop der tijden

Door hun plotse verschijning werden kometen snel onheilsbodes. Elke komeet werd gekoppeld aan een verschrikkelijke gebeurtenis. Zelfs in de zestiende eeuw bleef het geloof overheersen dat kometen niets goeds voorspelden! De renaissance bracht nieuwe inzichten die uitgroeiden tot een wetenschappelijk wereldbeeld. Maar het volksgeloof rond kometen bleef bestaan, zelfs tot in de twintigste eeuw.

Een Babylonische kleitafel (1140 v.C.)

De oudst bekende vermelding van een komeet en haar schrikbarende verschijning.

Een komeet verscheen met licht zo helder als de dag.

Uit dit lichaam stak een staart zoals de angel van een schorpioen.

 

 

 

 

Keizer Vespasianus (9–79 na Chr.) Veldtocht tegen de Parthen

De komeet van 79 werd beschouwd als een gunstig voorteken voor de Romeinse keizer.

Deze harige ster verontrust mij niet. Zij bedreigt eerder de koning van de Parthen, want die heeft veel haar, terwijl ik kaal ben.

Maar Vespasianus stierf nog hetzelfde jaar.

 

 

Ambroise Paré (1510 – 1590)

Frans geneesheer en grondlegger  van de Franse chirurgie Paré beschreef in zijn “Livres de Chirurgie” een komeetverschijning uit 1528.

Een komeet, verschrikkelijk en angstaanjagend. Buitensporig lang met de kleur van bloed. Een gebogen arm met een zwaard in de hand. Aan de zijkant door bloed gekleurde zwaarden. Afschuwelijke mensengezichten met baarden.

Maar in 1528 was er geen komeet….

Niet alle geleerden uit die tijd lieten zich leiden door hun fantasie.

Petrus Apianus ontdekte in 1531 dat de staart van een komeet altijd van de zon af is gekeerd.

Girolamo Fracastoro deed deze ontdekking in hetzelfde jaar, maar Apianus was eerder met de publicatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere

Tekening uit 1858 van de Franse karikaturist Daumier

“Ach kometen…die betekenen altijd ongeluk! Geen wonder dat madame Galuchet vannacht zo plotseling gestorven is!”

 

 

 

 

Kometenjagers


Charles Messier (1730-1817) is een van de eerste kometenjagers. In totaal ontdekte hij 12 kometen. Omdat hij bij zijn zoektocht vaak misleid werd door een of ander object, stelde hij een catalogus samen met 103 nevelachtige objecten die geen komeet zijn: de Messierobjecten. Het betreft gasnevels, sterrenhopen en galaxieën. De ironie wil dat Messier nu algemeen bekend is om deze catalogus, maar vergeten is om zijn kometen, terwijl het voor hem toch daarom te doen was...

 

 

 

 

De kampioen der kometenjagers is wel Jean-Louis Pons (1761-1831). Hij ontdekte zeker 26 kometen, maar waarschijnlijk waren het er 30 tot 37. Hoewel hij een uitstekend waarnemer was, waren zijn notities heel vaag. Op 26 november 1818 vond hij een komeet die later 2P/Encke zou genoemd worden.

 

 


Caroline Herschel (1750-1848) was niet alleen de assistente van haar broer William, maar ze was zelf ook astronoom. Belangrijk is haar verbetering van de stercatalogus van Flamsteed. Ze ontdekte eveneens 8 kometen. De komeet die ze op 20 oktober 1805 waarnam, zou later de naam 2P/Encke krijgen.

 


Eugene Shoemaker (1928-1997) was een Amerikaans geoloog, astronoom en kometenjager. Tijdens zijn onderzoek stelde hij vast dat inslagen van meteorieten een grote rol hebben gespeeld bij de vorming van kraters op de aarde en de maan. Behalve in kraters raakte hij ook geïnteresseerd in de objecten die ze veroorzaakten, en hij zette een langlopend onderzoeksprogramma op. Het zoekwerk resulteerde in de vondst van 32 kometen en 40 planetoïden. De meest spectaculaire ontdekking was in 1993 de komeet Shoemaker-Levy 9 die een jaar later insloeg op Jupiter.

 

Met automatische waarnemingsprogramma’s, zoals de Siding Spring Survey, wordt gezocht naar planetoïden die in de buurt van de aarde komen. Een bijproduct hiervan is de ontdekking van kometen. Hierna worden tweeandere zoekprogramma’s voorgesteld.

De Lincoln Near Earth Asteroid Research (LINEAR) zoekt naar aardscheerders, objecten die dicht bij de aardbaan komen. Tot 2011 werden er ook 279 kometen (her)ontdekt.

De Lowell Observatory Near-Earth Object Search (LONEOS) ging van 1993 tot 2008 op zoek naar planetoïden die in de buurt van de aarde komen. Als bijproduct werden 42 kometen gevonden.

Drie kometen, drie verhalen

2P/Encke is de komeet met de kortste omlooptijd. In amper 3,3 jaar draait deze komeet om de zon. Komeet Encke werd meermaals “ontdekt”: in 1786 door Pierre Méchain, in 1795 door Caroline Herschel en in 1805 door Jean-Louis Pons. Maar pas in 1819 kon Johann Encke aantonen dat het telkens om dezelfde komeet ging. Intussen zijn er al meer dan vijftig verschijningen waargenomen. Op 17 oktober 2013 passeert komeet Encke opnieuw langs de aarde.Deze komeet is niet heel lichtsterk, zodat ze niet met het blote oog zichtbaar is.

 

Charles Messier was de eerste die 3D/Biela waarnam in 1772. In 1805 maakte Jean-Louis Pons er ook melding van. Maar pas in 1826 bepaalde Wilhelm von Biela de baan met een periode van 6,6 jaar. In 1846 bleek de komeet in twee stukken te zijn gebroken. En vanaf 1859 was er niets meer te zien. Op 27 november 1872 passeerde de aarde door het stof van de uiteengevallen komeet wat resulteerde in een meteorenzwerm met 3000 vallende sterren per uur. Die zwerm, die Andromediden wordt genoemd, is nu nauwelijks nog actief omdat kleine baanveranderingen ervoor gezorgd hebben dat de aarde nog nauwelijks stof van de komeet Biela ontmoet.

 

De meest gekende periodieke komeet is 1P/Halley. Deze komeet is genoemd naar Edmond Halley, de astronoom die heeft vastgesteld dat het bij een aantal komeet waarnemingen telkens over dezelfde komeet ging die elke 76 jaar terugkeert. De oudste melding dateert van 466 v.C. En één van de meest opmerkelijke waarnemingen is die van 1066, het jaar van de slag bij Hastings. De verschijning moet indrukwekkend zijn geweest want de komeet staat op het tapijt van Bayeux. De komeet werd toen als gunstig beschouwd voor Willem de Veroveraar en ongunstig voor Harold II.

 

 

 

 

In 1301 was de komeet inspiratiebron voor een kunstwerk. Op zijn fresco “De aanbidding der Wijzen” beeldt Giotto de ster van Bethlehem af als een komeet.

 

 

Halley voorspelde dat de komeet zou terugkomen in 1758. De astronoom zou zijn komeet niet terugzien, maar zijn voorspelling klopte wel.

 

 

De terugkeer van 1910 kende veel belangstelling. Vanaf 10 april was de komeet zichtbaar met het blote oog. En de aarde vloog bovendien, zonder hinder, door de staart. Maar veel mensen hebben waarschijnlijk de grote januarikomeet van 1910 gezien.

 

 

De zichtbaarheid van de komeet was in 1986 minder goed voor waarnemers in Noord- en Midden-Europa. En bovendien was het meestal slecht weer. Maar voor de eerste keer kreeg een komeet het bezoek van ruimtetuigen.

 

Belgische kometen

De Koninklijke Sterrenwacht van België werd opgericht in 1826. In 1890 drong zich een verhuis op, van Brussel naar Ukkel, toen ver verwijderd van de lichthinder van de grootstad. Tussen 1941 en 1956 werden er vanuit Ukkel vier kometen ontdekt met de dubbele Zeiss-astrograaf. Maar nu is het door de nabijheid van Brussel en de bijhorende lichthinder niet meer mogelijk om lichtzwakke objecten waar te nemen. Hieronder stellen we vier Belgische kometen voor. Deze met een “P“ nummer zijn kortperiodiek; de andere is langperiodiek.

57P / duToit - Neujmin - Delporte

Ontdekt in 1941, onafhankelijk van mekaar, door de drie astronomen. Deze komeet was een lichtzwak object (magnitude 11), met een periode van 6,6 jaar. In 1952 en 1958 werd de komeet niet waargenomen, maar in 1970 was ze opnieuw zichtbaar. Deze komeet was zeer helder in 1996, maar in 2002 bleek ze te zijn uiteengevallen. Volgende passage op 22 mei 2015.

50P /Arend

Ontdekt op 4 oktober 1951 door Sylvain Arend. De periode was aanvankelijk 7,8 jaar, maar is nu reeds 8 jaar geworden. Ook deze komeet is zeer lichtzwak. Volgende passage in het najaar van 2016.

49P/Arend-Rigaux

Ontdekt op 5-6 februari 1951 door Sylvain Arend en Fernand Rigaux. Deze komeet, met een periode van 6,7 jaar, is een zeer lichtzwak object. De komeet gedroeg zich als een planetoïde in 1958, 1963 en 1970. Bij de volgende wederverschijningen zag ze eruit als een zwakke komeet.

C/ 1956 R1Arend-Roland

Ontdekt op 8 november 1956 door Georges Roland en Sylvain Arend. Periheliumdoorgang op 8 april 1957. Een zeer heldere komeet met een indrukwekkende staart en goed waarneembaar met het blote oog . Een antistaart was zichtbaar van 22 tot 29 april 1957. Begin mei 1957 was de komeet nog net met het blote oog waarneembaar. Daarna werd de komeet snel lichtzwakker.

Is er iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden? Mail ons!