Kometen

Al vele duizenden jaren zijn mensen gefascineerd door kometen. In oude culturen kondigen ze oorlog, pest en hongersnood aan. In moderne tijden wordt hun schoonheid bewonderd. We zijn erg verwend geweest met de terugkeer van de komeet Halley (1986), de ketting-komeet Shoemaker-Levy 9 (1992- 1994) die zich op Jupiter stortte, Hyakutake 2 (1996) met zijn lange blauwe staart, de zeer langdurig zichtbare Hale-Bopp (1997) en Mc Naught (2007) met zijn prachtige staart.

Ook wetenschappelijk gezien staan kometen door hun unieke positie in de belangstelling. De langperiodieke kometen, met omlooptijden van vaak tienduizenden jaren zijn afkomstig uit de Oortwolk, de uiterste grens van ons zonnestelsel. Ze kunnen ons zeer waardevolle informatie leveren over de vroegste periodes van het zonnestelsel, want sindsdien zijn ze nauwelijks van vorm of samenstelling gewijzigd.

Kortperiodieke kometen zijn deels afkomstig uit de zone tussen Saturnus en Uranus. Ze zijn verwant met de Centaurs, een groep ijsobjecten die zowel tot de planetoïden als tot de kometen gerekend zou kunnen worden. Een ander deel van de kortperiodieke kometen is mogelijk afkomstig van de zogenaamde “Scattered disc“ die zich buiten de baan van Neptunus uitstrekt.

Natuurlijk gebeurt het ook af en toe dat een langperiodieke komeet door baanwijzigingen een kortperiodieke komeet wordt, hoewel deze nieuwe banen meestal niet stabiel genoeg zijnomde komeet daar lange tijd te houden.

 

 

                     

 

Is er iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden? Mail ons!