Perseïden in 2007
Wat is er te zien?
Rond het maximum in de ochtend van 13 augustus zijn er tientallen vallende sterren per uur te zien.
De Perseïden zijn snel en vertonen vaak een kort nalichtend spoor.
De meeste exemplaren zijn echter zo snel en zwak dat je ze enkel kan zien mits voldoende concentratie, een donkere hemel en veel geluk!
Figuur 1: Een Perseïde.
Wanneer moet ik kijken?
Reeds in het begin van juli kunnen we de eerste Perseïden waarnemen,
maar pas vanaf 8 augustus stijgt de activiteit spectaculair tot aan het maximum in de ochtend van 13 augustus.
Door de hoogte van de radiant is het grootste aantal meteoren steeds te zien in de tweede helft van de nacht.
Figuur 2: Theoretische aantal Perseïden per uur onder een goede hemel.
Waar moet ik kijken?
Alle meteoren afkomstig van dezelfde zwerm lijken één punt aan de hemel te ontvluchten,
dit noemen we de radiant.
De radiant van de Perseïden is gelegen in het sterrenbeeld Perseus (noord-oosten), en verschuift elke dag (zie Figuur 4).
Je maakt het meeste kans om meteoren te zien door te kijken op een afstand van 30 à 40 graden van de radiant.
Figuur 3: Positie van de radiant op 13 augustus.
Figuur 4: Verschuiving van de radiant doorheen juli en augustus.
Hoe moet ik kijken?
Meteoren bekijk je met het blote oog en veel concentratie.
Een telescoop of verrekijker heb je niet nodig!
Omdat de meeste meteoren erg zwak zijn gaan de meeste exemplaren in België verloren door de lichtvervuiling.
Het loont de moeite om naar een donkere locatie in de Ardennen of Frankrijk te trekken, daar zal je snel dubbel zoveel Perseiden "vangen"!
Kan ik wetenschappelijke waarnemingen verrichten?
Ja, dat kan! Het verrichten van wetenschappelijke waarnemingen is erg nuttig om de theoretische modellen van meteorenzwermen te verbeteren.
Onze kennis over meteorenzwermen steunt voor een groot deel op de waarnemingen van amateur-sterrenkundigen.
Voor meer informatie over de gestandaardiseerde waarnemingsmethoden kan je terecht
op de pagina "Het waarnemen van meteoren" (Urania).
Je kan ook steeds terecht bij de
VVS-Werkgroep Meteoren (contactpersoon Michel Vandeputte)
en de International Meteor Organization.
Zoekkaartjes vind je hier:
Hoe zijn de Perseïden ontstaan?
De oorsprong van het ruimtestof dat aan de basis ligt van de Perseïden,
moeten we zoeken bij de komeet 109P/Swift-Tuttle.
Bij elke passage van deze komeet om de zon, ongeveer om de 130 jaar,
breken grote geisers van gas en stof door de korst van de komeet.
Wanneer die stofdeeltjes de dampkring van de aarde binnendringen,
kunnen ze meteoren veroorzaken.
Deze stofproductie kunnen we vergelijken met het condensatiespoor van een straalvliegtuig.
Net zoals een dergelijk condensatiespoor,
deint het stoffilament in de loop der eeuwen uit tot het zich niet meer onderscheidt van het stof rond de komeet dat al veel langer geleden werd uitgestoten.
Enkel wanneer de aarde door een recent stoffilament trekt kunnen er meteorenstormen optreden.
Jammer genoeg passeert de moederkomeet van de Perseïden, Swift-Tuttle,
al eeuwenlang op een relatief grote afstand buiten de baan van de aarde,
waardoor we in de laatste honderden jaren nog nooit door een jong stofspoor van deze komeet trokken.
De planeten Jupiter en Saturnus buigen soms echter filamenten af naar een meer gunstige baan.
Dit mechanisme was ondermeer verantwoordelijk voor enkele uitzonderlijke Perseïdenpieken in het begin van de jaren negentig
en recent nog in 2004.
In 2028 zal de aarde rakelings langs een recent stofspoor trekken.
Wetenschappers verwachten dan een ware Perseïdenstorm met vele duizenden meteoren.
Jammer genoeg zal dit plaatsvinden bij een volle maan.
Waar vind ik meer informatie?
|