|
Zonder twijfel zijn de Leoniden de bekendste meteorenzwerm uit de
geschiedenis; al meer dan 20
meteorenstormen
zijn er in de annalen opgenomen. De
oudst geregistreerde waarneming van de storm dateert van 902 na Christus.
De Leoniden zijn een relatief jonge zwerm. Hierdoor bevindt de grootste
hoeveelheid van het stof uitgestoten door de moederkomeet Tempel-Tuttle
nog dicht bij de
komeet zelf. Andere zwermen vertonen meestal een gelijkmatigere activiteit van jaar
tot jaar, omdat het stof bij die zwermen door de eeuwen heen
gelijkmatiger verdeeld is geraakt over de komeetbaan.
Wanneer treedt er wel of geen storm op?
Bij elke passage rond de zon komt er stof (en gas) vrij uit een
komeet, in het geval van de komeet Tempel-Tuttle dus om de 33 jaar.
We kunnen deze stofproductie in eerste instantie vergelijken met
het condensatiespoor van een straalvliegtuig. Net zoals zo'n
condensatiespoor, deint het stoffilament uitgestoten door de komeet in
de loop der eeuwen uit tot het zich niet meer onderscheidt van het
stof rond de komeet dat al veel langer geleden werd uitgestoten.
Enkel als de aarde door een stoffilament trekt dat maximaal 7 à 8
omlopen van de komeet oud is (maximum ongeveer 250 jaar, dus), zal er
een meteorenstorm optreden.
Om de 33 jaar, bij elke passage van de komeet rond de zon, is er een
"venster" van ongeveer 5 jaar waarin de aarde door zo'n "jong"
stoffilament kan trekken. Gebeurt dat, dan zien we een storm gaande
van een kleine duizend tot meer dan honderduizend meteoren per uur,
gedurende maximaal een uur. De piek van de activiteit duurt gewoonlijk
nog korter. Het preciese aantal meteoren hangt af van de ouderdom van
het filament en of de aarde dwars dan wel rakelings door dat filament
trekt. Mist de aarde zo'n jong stoffilament, zal het oudere stof rond
de komeet een meteorenactiviteit van 50 à 100 meteoren opleveren.
Hoe dit zich in de praktijk voordoet, is te vinden op deze site:
|