|
In ons zonnestelsel bevindt zich heel wat gruis (meteoroïden). De meeste deeltjes
zijn niet groter dan een stofdeeltje, zandkorreltje of piepklein
steentje. Soms gebeurt het dat zo'n deeltje op aarde neerstort.
Wanneer zo'n klein deeltje de dampkring van de aarde
binnendringt, met typische snelheden van enkele tientallen kilometers
per seconde (tienduizenden kilometers per uur!) ondervindt het
deeltje enorme wrijvingskrachten.
Door deze wrijving wordt het deeltje zelf
uiteengerukt tot losse moleculen en "verdampt"
als het ware volledig.
De
wrijvingskrachten doen ook de omringende lucht oplichten, zoals een
elektrische stroom het gas in een buislamp. Dit oplichten gebeurt
typisch op een hoogte van 80 à 100 km. De lichtstreep die we aan de
nachtelijke hemel hierdoor kunnen zien, noemen we
vallende ster of meteoor.
Enkel grotere meteoroïden kunnen de tocht door
de dampkring overleven. Wat dan op aarde inslaat, wordt een meteoriet
genoemd.
Deze grotere deeltjes kunnen uitzonderlijk heldere meteoren
teweegbrengen,
helderder dan alle
planeten en soms zelfs helderder dan de maan. In zo'n geval spreekt
men van een vuurbol.
De allergrootste meteorieten vormen bij het neerstorten op aarde een krater,
zoals deze in Arizona (USA), met een
diameter van 1,2 km en een diepte van 183 meter! Het neerstorten van
zulke grote brokken is echter heel erg zeldzaam.
|