|
De oorsprong van het gruis dat aan de basis ligt van meteoren, moeten we
zoeken bij kometen. Dit verklaart ook waarom meteoren in zwermen
verschijnen.
Kometen zijn kleine hemellichamen (enkele kilometers tot hooguit
enkele tientallen kilometers doorsnede) die in langgerekte banen om de
zon wentelen. Kometen bestaan hoofdzakelijk uit ijs en stof, omgeven
door een donkere korst. Wanneer
een komeet in de buurt van de zon komt, gaat het ijs verdampen en door
de ontstane druk als geisers door de korst van de komeet breken. Het
verdampte ijs in die geisers vormen de coma en de staart van de
komeet.

De kern van komeet Halley, zoals waargenomen door de
Europese sonde Giotto in 1986. De geisers zijn als heldere vlekken
zichtbaar. |

Komeet Halley, met een uitgebreide stofstaart. |
Met het gas komt tevens heel wat stof vrij, dat later meteoren kan
produceren als het in de aardse dampkring zou terechtkomen. Dit stof
verspreidt zich uiteindelijk over de hele baan van de komeet, maar
de dichtheid aan deeltjes blijft rond de komeet zelf het grootst.
Deeltjes afkomstig van een zelfde komeet volgen alle ongeveer dezelfde baan
(ongeveer de baan van de komeet zelf). Wanneer de
aarde de baan van zo'n zwerm stofdeeltjes kruist, wordt onze planeet
"getroffen" door een "bombardement" van stofdeeltjes, zodat er meer
meteoren dan normaal zichtbaar zijn. Op dat moment zeggen we dat een
meteorenzwerm actief is.
Interessant is ook dat alle deeltjes uit
dezelfde richting komen. Door het perspectiefeffect lijkt dan alsof de
trajecten van de veroorzaakte meteoren, bij achterwaartse verlenging,
uit een zelfde punt lijken te komen, net zoals de sporen van een
lange, rechte spoorweg. Dit punt noemt men de radiant of het
vluchtpunt van de zwerm.
Een waarnemer ziet meteoren, die evenwijdig invallen, schijnbaar uit
één punt komen.
Meteorenzwermen worden doorgaans genoemd naar
het sterrenbeeld waarin hun radiant gelegen is.
Dat de radiant daar gelegen is, neemt echter niet weg dat een meteoor
van die zwerm eender waar aan de hemel kan oplichten.
De Leonidenzwerm is niet de enige meteorenzwerm die we kunnen zien. Er
zijn er tientallen andere, maar de meesten tonen niet meer dan enkele
meteoren per uur. Twee uitzonderingen zijn de Perseïden, actief
omstreeks 12 augustus en de Geminiden, actief omstreeks 14 december,
die elk jaar rond hun hoogtepunt enkele tientallen meteoren per
uur te zien geven.
|