| |
Schijnbare dagelijkse beweging
Ten gevolge van de rotatie van de aardbol om haar as van west naar oost, lijkt de
hele hemelbol
rondom ons te wentelen, van oost naar west.
De periode van deze rotatie bedraagt op onze horloges gemeten ongeveer
23h56m04.09s. We noemen deze periode ook een sterrendag. Het is makkelijk in te zien dat ten gevolge van deze
rotatie de posities van de hemelpolen en
van de hemelevenaar niet
wijzigen. Alle hemellichamen zullen in de loop van een sterrendag een
cirkel beschrijven omheen de hemelpolen, of, anders
uitgedrukt, evenwijdig met de hemelevenaar.
Hemellichamen die zich op minder dan de geografische breedte φ
van de hemelnoordpool bevinden, beschrijven die cirkel volledig boven
de horizon en zijn dus (daglicht en bewolking even vergetend)
steeds zichtbaar. Dergelijke hemellichamen noemt men
circumpolair. Hemellichamen die zich meer dan 90°-φ
ten zuiden van de hemelevenaar bevinden, beschrijven
hun schijnbare dagelijkse beweging volledig onder de horizon en zijn
dus voor ons nooit zichtbaar. Alle andere hemellichamen gaan op en
onder (zoals de zon dat doet).
Stersporen rond de noordelijke hemelpool: de fotograaf belichtte
gedurende 5 uren, zodat de sterren op de foto door hun beweging om
de hemelpool lange sporen achterlieten. Het korte streepje in het midden is
het spoor van de poolster.
De dagelijkse beweging is belangrijk voor onze tijdrekening. Ze ligt
met name aan de basis van onze definitie van de dag,
en de daarvan afgeleide uur, minuut en seconde.
Schijnbare jaarlijkse beweging
De aarde draait in een jaar tijd (ongeveer 365.25 dagen)
éénmaal om de zon.
Het baanvlak van de aarde noemt men het eclipticavlak. De grootcirkel die de doorsnede is van het
eclipticavlak met de hemelkoepel heet de ecliptica. De punten
op 90° van de ecliptica noemt men wel eens de (noordelijke en
zuidelijke) eclipticapool. Omdat de aardas niet loodrecht
staat op het eclipticavlak, maar met de verticaal op het eclipticavlak
een hoek maakt van ongeveer 23.5°, staat ook de
eclipticanoordpool op 23.5° van de hemelnoordpool en maken de
ecliptica en de hemelevenaar met elkaar een hoek van 23.5°.
Vanuit onze waarnemingspositie zien we de zon uiteraard steeds op de
ecliptica. Zij lijkt in één jaar tijd op deze ecliptica een
volledige omloop rondom ons te beschrijven: de schijnbare jaarlijkse
beweging van de zon. Dit gebeurt tegen de dagelijkse beweging in.
|
Lentepunt en seizoenen
|
|
Lentepunt
Zoals elk paar grootcirkels op een bol, snijden hemelevenaar en ecliptica elkaar
in twee punten. De zon, die op de ecliptica beweegt, passeert eenmaal per jaar door elk van die twee
punten. Het punt waardoor de zon overgaat van het zuidelijk naar het
noordelijk halfrond, noemen we het lentepunt. Het lentepunt ligt dus niet
alleen op de hemelevenaar, maar ook op de ecliptica. Per definitie
begint de lente wanneer (het middelpunt van) de zonneschijf door het
lentepunt passeert.
Het lentepunt bevindt zich in het sterrenbeeld Vissen.
Het wordt gebruikt als referentiepunt voor
equatorcoördinaten
en ecliptische coördinaten.
Ten gevolge van
de precessie verplaatst het lentepunt zich echter
heel langzaam aan de hemelbol, waardoor bovengenoemde
coördinatenstelsels
heel lichtjes verschuiven met de tijd.
Begin van de seizoenen
Het andere snijpunt tussen de equator en de ecliptica heet logischerwijs het
herfstpunt, en als daar de zon doortrekt, begint de herfst.
Bij het begin van deze seizoenen, bedraagt de declinatie van de zon
0°.
Omdat de ecliptica een hoek maakt van
23.5° met de hemelevenaar, bedraagt de
declinatie van de zon maximaal
23.5°. Dit punt wordt bereikt halverwege
lentepunt en herfstpunt en heet zomerpunt. Om dezelfde reden bedraagt de
declinatie van de zon minimaal -23.5°.
Dit punt wordt bereikt halverwege
herfstpunt en lentepunt en heet winterpunt. Zomer en winter beginnen
wanneer de zon respectievelijk door zomerpunt en winterpunt trekt.
|
|
|
|
De omloopstijd van de aarde kan op verschillende manieren worden gemeten:
Siderisch jaar:
Een siderische periode wordt steeds gemeten ten opzichte van de
sterrenachtergrond. Voor de aarde bedraagt de siderische omloopstijd,
siderisch jaar genoemd, ongeveer 365.26 dagen.
Tropisch jaar:
Een tropische periode wordt steeds gemeten ten opzichte van het
lentepunt. De tropische omloopstijd van
de aarde, tropisch jaar genoemd, bedraagt 365.24 dagen.
Het ligt aan de basis van ons kalenderjaar, en is iets korter dan het
siderisch jaar door
de teruglopende beweging van het lentepunt ten gevolge van de
luni-solaire precessie.
Anomalistisch jaar:
Een anomalistische periode wordt steeds gemeten ten opzichte van de
apsiden.
De apsidenlijn van de aarde verschuift
langzaam ten gevolge van alle storingen die op
de aardbaan inwerken. Het bedraagt net zoals het siderisch jaar ongeveer
365.26 dagen, maar is toch net iets langer door de voorwaartse beweging van
de apsidenlijn ten gevolge de planetaire precessie.
Precessie
We vermelden hier naast de dagelijkse en jaarlijkse beweging nog een
derde beweging met een weliswaar veel grotere periode, namelijk de
precessie.
De schuine stand van de aardas, zowel ten opzichte van de maanbaan (die
een hoek maakt van ongeveer 5°
met het eclipticavlak) als ten
opzichte van de aardbaan (23.5°), heeft voor gevolg dat de aantrekkingskracht
van de maan (en ook in zekere mate de zon) de aarde
een langzame tolbeweging laten maken rond de verticaal op het
eclipticavlak. De periode van deze tolbeweging, de precessie
genaamd, bedraagt 25 770 jaar.
Als gevolg hiervan zal de
hemelnoordpool een cirkelvormige baan rond de eclipticanoordpool
beschrijven met dezelfde periode. Omdat de positie van de
hemelnoordpool de positie van de hemelevenaar volledig bepaalt, doet
deze laatste ook mee aan de precessiebeweging, en bijgevolg ook het
lentepunt, het snijpunt van hemelevenaar en ecliptica. Het lentepunt
verplaatst zich iets meer dan 50" per jaar (360°/25770).
Rechte klimming en declinatie zijn dus niet helemaal "vast".
Daarom wordt
bij deze coördinaten steeds de epoche aangegeven, d.w.z. het tijdstip waarop ze betrekking hebben, bijvoorbeeld J1950 of J2000
(wat telkens staat voor het begin van de betreffende jaren).
Ten gevolge van de wenteling van de hemelnoordpool om de
eclipticanoordpool, blijft de Poolster haar huidige rol niet eeuwig
behouden. Binnen 12 000 jaar, bijvoorbeeld, zal hiervoor eerder de
ster Wega van het sterrenbeeld de Lier in aanmerking komen. Hierdoor
zal overigens de aanblik van de gehele sterrenhemel veranderen: de
Grote Beer zal niet circumpolair blijven, en het Zuiderkruis, nu voor
ons onzichtbaar, zal zich ooit wel aan onze nakomelingen vertonen.
Volledigheidshalve moeten we nog vermelden dat de hemelnoordpool geen
mooie cirkel omheen de eclipticanoordpool beschrijft, maar eerder een
golflijn. Deze golving, in hoofdzaak veroorzaakt doordat de maan niet
precies in het eclipticavlak rond de aarde draait, heeft een amplitude
van 9.2" en een periode van 18.6 jaar en wordt nutatie
genoemd.
Tenslotte vermelden we nog de zogenaamde poolbeweging, een
kleine en onvoorspelbare afwijking in de positie van de hemelnoordpool
die het gevolg is van het niet precies samenvallen van de rotatie-as
van de aarde met haar symmetrie-as. De afwijking van de werkelijk
gemeten pool en de berekende pool bedraagt minder dan 0.3".
Verwante links
- Is iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden?
Mail ons!
|