Volkssterrenwacht Urania Zons- en maansverduisteringen Waarnemingstoren
  Discussieforum | FAQ | Zoeken | Sitemap | Pagina printen | English | Français
  Startpagina
  Urania
  Kalender
  Cursussen
  Bezoeken
  Astroreizen
  Urania Mobiel
  Astroshop
  Bibliotheek
  Jeugdwerking
  Werkgroepen
 
  Opendeurdagen
  Frank De Winne
  Nieuwsberichten
  Waarnemingsinfo
  Weerbericht
  Nieuwsbrief
  Foto's
  Archief
 
  Zonnestelsel
  Sterren
  Sterrenstelsels
   Hemelmechanica
  Coördinaten
  Bewegingen
  Tijdrekening
  Planeetbanen
  Planeetstanden
  Aarde-maan
  Eclipsen
  Heelal
  Ruimtevaart
  Weerkunde
  Telescopen
  Waarnemen
  Adressen in België
  Sterrenwachten
  FAQ
 
  Vraag toegang
  Wachtwoord kwijt?
 

Urania-initialen

Wachtwoord

Login onthouden:
Sterrenkunde > Hemelmechanica > Eclipsen
  

Zonsverduisteringen

De term "zonsverduistering" is ongelukkig gekozen omdat er eigenlijk niets verduisterd wordt: beter zou zijn "zonsbedekking" of "maanovergang". De traditie heeft echter ook haar rechten, en die zullen we hier respecteren.

het ontstaan van een zonsverduistering

Een zonsverduistering treedt op wanneer de schaduwkegel van de maan de aarde raakt. Het gebied waar de kernschaduwkegel (groen) van de maan de aarde raakt is typisch een paar honderd kilometer in doormeter, en daar ziet men de zonsverduistering totaal. Rond de kernschaduwvlek is er een veel groter deel van de aarde dat zich in de bijschaduwkegel (rood) van de maan bevindt: daar ziet men de zonsverduistering gedeeltelijk.

De schaduwkegel van de maan zwiept door de ruimte met dezelfde snelheid als de maan in haar baan om de aarde, namelijk 3700 km/h. De aarde draait terzelfdertijd om haar as in dezelfde zin met een snelheid van 1700 km/h (aan de evenaar), waardoor de schaduw van de maan zich over het aardoppervlak beweegt met een relatieve snelheid van om en bij de 2000 km/h. De tocht van de schaduwkegel van de maan over het aardoppervlak kan verscheidene uren duren.

De
schaduwkegel van de maan schuift over Europa op 11 augustus 1999
copyright © 1999 EUMETSAT
Types zonsverduisteringen

Het hierboven uiteengezette algemene principe van een zonsverduistering behoeft verdere precisering. Dit leidt tot het indelen van zonsverduisteringen in vier types.

Totale, gedeeltelijke en ringvormige zonsverduistering
  1. Totale zonsverduistering: Als de kernschaduwkegel van de maan de aarde raakt, spreken we van een totale zonsverduistering. Waar de kernschaduwkegel van de maan de aarde raakt, wordt een totale zonsverduistering als totaal gezien; waar de bijschaduwkegel van de maan de aarde raakt, wordt een totale zonsverduistering als gedeeltelijk gezien. De duur van de totaliteit hangt af van de afstand van de maan: als de maan in de buurt van haar perigeum staat, kan die oplopen tot 7 minuten. Tijdens die totaliteit kan men verschijnselen zien die anders overstraald worden door het felle zonnelicht, zoals protuberansen (zonne-uitbarstingen) en de corona (de zonne-atmosfeer).

  2. Gedeeltelijke zonsverduistering: Als de kernschaduwkegel van de maan de aarde nergens raakt, maar de bijschaduwkegel van de maan wel, spreken we van een gedeeltelijke zonsverduistering. Een gedeeltelijke zonsverduistering wordt dus nergens als totaal gezien!

  3. Ringvormige zonsverduistering: Aangezien de kernschaduwkegel van de maan slecht 375 000 km lang is (vergelijk met de gemiddelde afstand aarde-maan van 384 000 km), zal de kernschaduwkegel van de maan de aarde niet kunnen raken als de maan niet voldoende dicht bij haar perigeum staat. In het verlengde van de kernschaduwkegel ziet men dan de rand van de zonneschijf nog uitsteken rond de (te kleine) maanschijf. Men spreekt dan van een ringvormige zonsverduistering. Waar de bijschaduwkegel van de maan de aarde raakt, wordt een ringvorminge zonsverduistering als gedeeltelijk gezien.

  4. Ringvormig-totale zonsverduistering: De afstand tussen de maan en de plek waar (het verlengde van) de kernschaduwkegel van de maan de aarde raakt, is gedurende de verduistering niet helemaal constant ten gevolge van de bolvorm van het aardoppervlak. Er is daarom een grensgeval mogelijk tussen een totale zonsverduistering en een ringvormige zonsverduistering waarbij de eclips gedurende een deel van haar duur totaal is en gedurende het andere deel ringvormig. Men spreekt dan van een ringvormig-totale zonsverduistering. Voor dergelijke eclipsen is het moeilijk zeer precies te bepalen waar zij overgaan van ringvormig naar totaal of omgekeerd, omdat hiervoor rekening moet worden gehouden met de preciese vorm van de aarde (die afwijkt van de bolvorm!) en van het reliëf.

Frequentie van zons- en maansverduisteringen

Om een totale of ringvormige zonsverduistering te kunnen hebben, moeten zon, maan en aarde in die volgorde precies op één lijn staan. Bekeken vanuit een geocentrisch standpunt is dit het geval als het nieuwe maan is én de maan in één van haar knopen staat, of, equivalent, als het nieuwe maan is én de zon in één van de knopen van de maanbaan staat.

Gelukkig voor wie graag zonsverduisteringen ziet, is de aarde niet puntvormig. Daardoor kunnen bij nieuwe maan ergens op aarde zon, maan en waarnemer precies oplijnen als de zon in de buurt van een knoop staat. Als we gedeeltelijke zonsverduistering ook meerekenen, wordt de marge zelfs nog iets groter. Het tijdsinterval waarbinnen de zon dicht genoeg bij een knoop staat om bij nieuwe maan ergens op aarde een zonsverduistering te hebben, noemt men een eclipsseizoen. Een eclipsseizoen duurt ongeveer 37 dagen. In het midden ervan gaat de zon door een knoop van de maanbaan.

Onderstaande figuur toont alle zons- en maansverduisteringen in de periode 1998-2019 op een schematische wijze die meteen de eclipsseizoenen zichtbaar maakt. Klik op het eclips-symbools voor meer informatie over de overeenkomstige verduistering.

de zons- en maasverduisteringen van 1998 tot 2019
Totale maansverduistering 9 januari 2001 Totale zonsverduistering 21 juni 2001 Gedeeltelijke maansverduistering 5 juli 2001 Ringvormige zonsverduistering 14 december 2001 Maansverduistering in bijschaduw 30 december 2001 Maansverduistering in bijschaduw 26 mei 2002 Ringvormige zonsverduistering 10 juni 2002 Maansverduistering in bijschaduw 24 juni 2002 Maansverduistering in bijschaduw 20 november 2002 Totale zonsverduistering 4 december 2002 Totale maansverduistering 21 januari 2000 Gedeeltelijke zonsverduistering 5 februari 2000 Gedeeltelijke zonsverduistering 1 juli 2000 Totale maansverduistering 16 juli 2000 Gedeeltelijke zonsverduistering 31 juli 2000 Gedeeltelijke zonsverduistering 25 december 2000 Totale maansverduistering 16 mei 2003 Ringvormige zonsverduistering 31 mei 2003 Totale maansverduistering 9 november 2003 Totale zonsverduistering 23 november 2003 Gedeeltelijke zonsverduistering 19 april 2004 Totale maansverduistering 4 mei 2004 Gedeeltelijke zonsverduistering 14 oktober 2004 Totale maansverduistering 28 oktober 2004 Ringvormig-totale zonsverduistering 8 april 2005 Maansverduistering in bijschaduw 24 april 2005 Ringvormige zonsverduistering 3 oktober 2005 Gedeeltelijke maansverduistering 17 oktober 2005 Maansverduistering in bijschaduw 31 januari 1999 Ringvormige zonsverduistering 16 februari 1999 Gedeeltelijke maansverduistering 28 juli 1999 Totale zonsverduistering 11 augustus 1999 Totale zonsverduistering 26 februari 1998 Maansverduistering in bijschaduw 13 maart 1998 Maansverduistering in bijschaduw 8 augustus 1998 Ringvormige zonsverduistering 22 augustus 1998 Maansverduistering in bijschaduw 6 september 1998 Totale zonsverduistering 29 maart 2006 Ringvormige zonsverduistering 22 september 2006 Ringvormige zonsverduistering 7 februari 2008 Totale zonsverduistering 1 augustus 2008 Ringvormige zonsverduistering 26 januari 2009 Totale zonsverduistering 22 juli 2009 Ringvormige zonsverduistering 15 januari 2010 Totale zonsverduistering 11 juli 2010 Ringvormige zonsverduistering 20 mei 2012 Totale zonsverduistering 13 november 2012 Ringvormige zonsverduistering 10 mei 2013 Ringvormig-totale zonsverduistering 3 november 2013 Ringvormige zonsverduistering 29 april 2014 Totale zonsverduistering 20 maart 2015 Totale zonsverduistering 9 maart 2016 Ringvormige zonsverduistering 1 september 2016 Ringvormige zonsverduistering 26 februari 2017 Totale zonsverduistering 21 augustus 2017 Totale zonsverduistering 2 juli 2019 Ringvormige zonsverduistering 26 december 2019

De meeste jaren tellen twee volledige eclipsseizoenen. Omdat één eclipsseizoen langer duurt dan één lunatie, valt er in elk eclipsseizoen minstens één nieuwe maan, en dus zijn er elk jaar minstens twee zonsverduisteringen. Er kunnen echter ook twee nieuwe manen in een eclipsseizoenen vallen, waardoor ook er in een jaar ook vier zonsverduisteringen kunnen plaatsvinden.

Wat de figuur ook mooi illustreert, is het teruglopen van de eclipsseizoenen met ongeveer 19 dagen per jaar ten gevolge van de teruglopende beweging van de knopenlijn van de maanbaan met ongeveer 19° per jaar. Wanneer, zoals in 1935, het eerste eclipsseizoen aanvangt rond het begin van het jaar, zal het einde van het jaar nog het begin van een derde eclipsseizoen bevatten. Hierin kan nog een vijfde zonsverduistering optreden.

We concluderen dus dat er jaarlijks 2 tot 5 zonsverduisteringen plaatsvinden. Hoe groter het aantal eclipsen, hoe waarschijnlijker dat het om partiële gaat. In een eclipsseizoen met twee zonsverduisteringen, moeten deze immers respectievelijk vroeg en laat in dat eclipsseizoen plaatsvinden, wanneer de zon al redelijk verder van de maanknoop verwijderd is. Tenslotte merken we nog op dat jaren met 5 zonsverduisteringen erg zeldzaam zijn. Het laatste dergelijke jaar was 1935; de eerstvolgende zijn 2206, 2709, 2774, 2839 en 2904.

Saros-reeksen

Zoals hierboven reeds opgemerkt, is een eclipsjaar (gemeten t.o.v. de knopenlijn van de maanbaan) ongeveer 19 dagen korter dan een siderisch jaar, ten gevolge van het teruglopen van de knopenlijn van de maanbaan. De duur van een eclipsjaar bedraagt ongeveer 346.62 dagen.

We merken nu de volgende merkwaardigheden op:

223 synodische maanden = 6585.32 dagen
242 draconitische maanden = 6585.36 dagen
19 eclipsjaren = 6585.78 dagen
239 anomalistische maanden = 6585.54 dagen

De periode van 6585.33 dagen, dit wil zeggen 18 jaar en 11.33 dagen of 10.33 dagen (afhankelijk van of er vier dan wel vijf schrikkeljaren in die periode vallen) noemt men een sarosperiode. Dit begrip was reeds bekend in de Oudheid: het woord "saros" is afgeleid van het Babylonische woord voor "periode".

Merkwaardig is dat een sarosperiode ongeveer gelijk is aan een geheel aantal synodische maanden, een geheel aantal draconitische maanden, een geheel aantal eclipsjaren en een geheel aantal anomalistische maanden; de preciese waarde van al deze veelvouden doet niet ter zake. Concreet heeft dit voor gevolg dat de omstandigheden die aanleiding geven tot een zonsverduistering zich na een sarosperiode vrij exact herhalen, tot zelfs de afstand aarde-maan toe, belangrijk om te beoordelen of een niet-gedeeltelijke verduistering totaal of ringvormig is, en, zo ja, hoe lang de totale of ringvormige fase duurt!

Door de kleine verschillen in de bovenstaande tabel, duurt een sarosreeks (een rij zonsverduisteringen met telkens een sarosperiode tussen) niet onbeperkt lang, maar gemiddeld 1350 jaar. Ze telt typisch 75 eclipsen.

Tenslotte merken we nog op dat de fractie van een derde dag in de sarosperiode voor gevolg heeft dat het zichtbaarheidsgebied van een zonsverduistering telkens 120° verschuift op het aardoppervlak, waardoor we na drie sariosperiodes terug een eclips in hetzelfde gebied van de wereld krijgen. Onderstaande figuur illustreert dit zeer mooi.

Een reeks zonsverduisteringen van Saros 136.
Een reeks zonsverduisteringen van saros 136. Merk op hoe opeenvolgende verduisteringen van dezelfde sarosreeks inderdaad telkens 120° verder plaatsvinden, en mooi 18 jaar en 10 à 11 dagen na mekaar plaatsvinden.

Maansverduisteringen

Een maansverduistering is geen bedekking of overgang, maar een échte verduistering: de zichtbaarheid van de maan vermindert omdat de maan in de schaduw van de aarde terechtkomt. Het betreft dus een "objectief" verschijnsel dat niet afhankelijk is van de positie van de waarnemer. Iedereen die de maan ziet op het ogenblik van een maansverduistering, kan dit fenomeen vaststellen.

het ontstaan van een maansverduistering

Terwijl zonsverduisteringen plaatsvinden bij nieuwe maan, vinden maansverduisteringen plaats bij volle maan. Bovendien moet de maan in de buurt van een knoop staan. Net zoals voor zonsverduisteringen is hier ook een marge, maar om een andere reden: de doorsnede van de schaduwkegel van de aarde ter hoogte van de maanbaan is dermate groot, dat zon, aarde en maan niet precies op één lijn hoeven te staan. Ook voor maansverduisteringen is er dus sprake van eclipsseizoenen.

We onderscheiden drie soorten maansverduisteringen: totale maansverduisteringen, gedeeltelijke maansverduisteringen en maansverduisteringen in de bijschaduw.

  • Bij een totale maansverduistering is de maan toch nog zichtbaar: zonlicht afkomstig van de dagzijde van de aarde bereikt door verstrooiing in de atmosfeer van de aarde de maan en wordt gedeeltelijk teruggekaatst. Een totaal verduisterde maan is koperrood tot donkerbruin van kleur, afhankelijk van hoeveel stof er in de atmosfeer zit (bijvoorbeeld ten gevolge van vulkaanuitbarstingen). De hoeveelheid licht die de maan kan bereiken in de bijschaduw neemt geleidelijk af in de richting van de kernschaduw. Daarom is de grens tussen het verduisterde en niet verduisterde deel van een gedeeltelijk verduisterde maan niet scherp, dit in tegenstelling tot bij een gedeeltelijke zonsverduistering.

  • Bij een maansverduistering in de bijschaduw vermindert de intensiteit van het (volle) maanlicht een beetje. In de praktijk is dat echter nauwelijks merkbaar.

3 fasen in een
totale maansverduistering.
Links: een partieel verduisterde maan, midden: de maan is bijna totaal verduisterd, rechts: de maan zit diep in de aardschaduw.
Frequentie van maansverduisteringen

Net zoals voor zonsverduisteringen, kunnen er tijdens één jaar 2 tot 5 maansverduisteringen plaatsvinden. Een blik op de tabel met verduisteringen maakt echter onmiddellijk duidelijk dat veel maansverduisteringen weinig zonsverduisteringen impliceert, veel zonsverduisteringen weinig maansverduisteringen.

Het minimum aantal zons- en maansverduisteringen samen bedraagt 4; noodzakelijk gaat het dan om 2 zonsverduisteringen en 2 maansverduisteringen. Het maximaal aantal zons- en maansverduisteringen samen bedraagt 7; het gaat dan om 2 zonsverduisteringen en 5 maansverduisteringen, 5 zonsverduisteringen en 2 maansverduisteringen (zoals in 1935), 3 zonsverduisteringen en 4 maansverduisteringen of 4 zonsverduisteringen en 3 maansverduisteringen.

Verwante links