|
In het Big Bang-model wordt het
ontstaan van lichte atoomkernen zoals
waterstof, helium en lithium verklaard. Dit onderdeel van de Big
Bang-theorie levert bovendien een voorspelling op voor de abundantie
van deze elementen, d.w.z. de hoeveelheden waarin ze relatief
t.o.v. mekaar voorkomen.
Als we de samenstelling van intergalactisch gas meten, kunnen we
die vergelijken met de voorspellingen van het Big Bang-model.
De overeenkomst tussen beiden is opmerkelijk
goed. Bovendien laat deze vergelijking toe meer nauwkeurige informatie te
vergaren over de deeltjesfysica, de omstandigheden tijdens de Big Bang, en over
het heelal in het algemeen. Zo bewijzen deze metingen onrechtstreeks
dat de kritische massa voor maximum 10% kan ingevuld worden door
protonen en neutronen.
Verwante links
|