Atomaire emissie en absorptie
Atomen en moleculen hebben de eigenschap dat ze op welbepaalde golflengten (kleuren) licht
absorberen en uitzenden. Vanop afstand kan een astronoom dus de
samenstelling van een stralend object afleiden, door het spectrum ervan
te onderzoeken. Het spectrum is de hoeveelheid licht als functie van de
golflengte, zoals hieronder weergegeven.
Visueel absorptiespectrum van waterstof, met de overeenkomstige golflengte van het
licht. De zwarte lijnen zijn de kleuren die door het waterstof geabsorbeerd worden.
Het Doppler-effect
Het Doppler-effect kunnen we waarnemen als objecten die golven uitzenden
(licht, geluid, ...) ons naderen of zich van ons verwijderen. Door die
beweging wordt de golf samengedrukt of uitgerekt.
Bij licht betekent een verandering in golflengte een verandering in
kleur. Een kortere golflengte (samengedrukte golf) betekent meer naar
het blauwe (naar links) in het spectrum, een langere golflengte
(uitgerekte golf) meer naar het rode (naar rechts).
Bij geluid hangt de golflengte samen met de toonhoogte. Een kortere
golflengte betekent een hogere toon, een langere geeft een lagere toon.
In het dagelijkse leven kennen we het Doppler-effect
van bijvoorbeeld het geluid van een ziekenwagensirene. Tijdens het
naderen horen we
de sirene met een bepaalde toonhoogte, die hoger is dan wanneer de
ziekenwagen zou stilstaan (golf samengedrukt).
Op het moment dat de
ziekenwagen voorbijkomt, horen we de toonhoogte van de sirene
dalen, en als ze wegrijdt, luidt de sirene met een lagere
toonhoogte (golf uitgerekt).
De roodverschuiving
Het licht van sterren en sterrenstelsels wordt ook beïnvloed door het
Doppler-effect. Dankzij de atomaire emissie kan men dit Doppler-effect
nauwkeurig bepalen: men kan de golflengte van de absorptie of emissie
meten, en die vergelijken met de gekende waarden uit metingen op aarde.
Aangezien de meeste sterrenstelsels zich van ons verwijderen, vertonen ze
een Doppler-effect naar de rode kant van het spectrum toe. Vandaar dat in de kosmologie vaak
wordt gesproken van roodverschuiving.
De kosmische roodverschuiving, de roodverschuiving ten gevolge van de
uitzetting van het heelal, wordt tegenwoordig, via de wet van Hubble,
gebruikt voor het bepalen van afstanden tot de verst verwijderde objecten
in ons heelal. De verst verwijderde objecten die tot nu toe konden worden
waargenomen, staan op zo'n 13 miljard lichtjaar.
|