|
In de vorige paragraaf zagen we reeds bedekkingsveranderlijken: hierbij ging
het om een visueel niet te scheiden dubbelster waarvan de lichtwisseling het
gevolg is van onderlinge bedekkingen van de rond elkaar draaiende componenten.
Er bestaan echter ook veranderlijke sterren waarbij de lichtwisseling het
gevolg is van innerlijke activiteit. In dat geval spreken we van intrinsieke
veranderlijken. Bij deze "echte" veranderlijken onderscheiden we ruwweg drie
grote klassen: Cepheïden, RR-Lyrae-sterren en Mira-sterren. Deze veranderlijken
vertonen helderheidsschommelingen gaande van enkele tienden van een magnitude
tot verscheidene magnituden. Ze vertonen een min of meer regelmatige periode
gaande van enkele uren tot enkele jaren.
Intrinsieke veranderlijken zijn sterren die, op het einde van hun leven, in
een instabiele fase terechtgekomen zijn (zie de paragraaf over de levensloop van
sterren). Naast min of meer regelmatige helderheidsvariaties vertonen sommige
sterren in deze slotperiode van hun leven ook erg onregelmatige explosies,
waarbij een flard van de buitenlaag de ruimte wordt ingestoten. Zulke sterren
vertonen dan gedurende korte tijd een verheldering om nadien terug "gewoon" te
worden. Een dergelijke ster noemt men een nova.
|