Volkssterrenwacht Urania Het melkwegstelsel Waarnemingstoren
  Discussieforum | FAQ | Zoeken | Sitemap | Pagina printen | English | Français
  Startpagina
  Urania
  Kalender
  Cursussen
  Bezoeken
  Astroreizen
  Urania Mobiel
  Astroshop
  Bibliotheek
  Jeugdwerking
  Werkgroepen
 
  Opendeurdagen
  Frank De Winne
  Nieuwsberichten
  Waarnemingsinfo
  Weerbericht
  Nieuwsbrief
  Foto's
  Archief
 
  Zonnestelsel
   Sterren
  Magnituden
  Naamgeving
  HR-diagram
  Levensloop
  Dubbelsterren
  Veranderlijken
  Sterrenstelsels
  Hemelmechanica
  Heelal
  Ruimtevaart
  Weerkunde
  Telescopen
  Waarnemen
  Adressen in België
  Sterrenwachten
  FAQ
 
  Vraag toegang
  Wachtwoord kwijt?
 

Urania-initialen

Wachtwoord

Login onthouden:
Sterrenkunde > Sterren > Melkweg
  

Het melkwegstelsel heeft ongeveer een diameter van 100.000 lichtjaar. De spiraalarmen zijn zo'n 3000 lichtjaar dik, terwijl de maximale dikte van de kern ongeveer 15.000 lichtjaar bedraagt.

De sterren zijn niet gelijkmatig verspreid in het melkwegstelsel, naar het centrum toe vergroot hun aantal. Ook rond het centrale vlak treft men er meer aan dan verder naar buiten. Ons zonnestelsel bevindt zich in een van de spiraalarmen, op ruwweg 30.000 lichtjaar van het centrum van het melkwegstelsel, een vijftigtal lichtjaar boven het centrale vlak. Afgezien van variaties die te maken hebben met de afstand tot het centrum, komen er in het melkwegstelsel ook plaatselijke concentraties voor van gas en stof en sterren: nevels en sterrenhopen.

Donkere nevels

Aan de hemel zijn gebieden waarin minder sterren zichtbaar zijn dan er rond. Op die plaatsen hangen gas- en stofwolken in de ruimte, die het sterlicht verzwakken met 0,5 tot 4 magnitudes. Soms tekenen ze zich scherp af tegen lichtende nevels, waardoor ze duidelijk zichtbaar worden. Een van de mooiste donkere nevels is de Paardekopnevel in Orion, die haar naam dankt aan haar vorm.

¨Paardekopnevel"

Diffuse nevels

Zoals in het vorige hoofdstuk uiteengezet, kunnen er in een gas- en stofwolk door samentrekking concentraties ontstaan waaruit sterren geboren worden. Als die sterren heet genoeg zijn, kan hun ultraviolette straling het gas van de nevel er rond tot lichten brengen. Dit verschijnsel, dat ook plaatsvindt in buislampen, maar daar veroorzaakt wordt door een elektrische stroom, heet fluorescentie. De diffuse nevels waarin het gas door fluorescentie zelf licht uitzendt, noemen we emissienevels. Net zoals de kleur van het licht van een buislamp bepaald wordt door het gas waarmee die gevuld is, hangt ook de kleur van een emissienevel af van zijn samenstelling. Doorgaans zijn rood en groen de overheersende kleuren, veroorzaakt door respectievelijk waterstof en zuurstof. De Orionnevel is ongetwijfeld het bekendste voorbeeld van een een emissienevel.

¨Orionnevel"

Een diffuse nevel kan echter ook zichtbaar worden doordat minder hete sterren haar gewoon verlichten. De nevel wordt dan zichtbaar omdat het gas en stof het sterlicht verstrooien. Dergelijke nevels noemen we reflectienevels. Reflectienevels zijn doorgaans blauw, omdat blauw licht het gemakkelijkst verstrooid wordt. (Om die reden ook is trouwens de hemel blauw overdag.) De eerst ontdekte en tevens meest bekende reflectienevels zijn de restjes waterstofwolk rondom de heldere, jonge sterren van het Zevengesternte of de Pleiaden, een open sterrenhoop in de Stier.

Open sterrenhopen

Sterren die uit dezelfde grote gaswolk ontstaan zijn, bevinden zich aanvankelijk in elkaars buurt. Aldus krijgen we een sterrenhoop. Wegens de onregelmatige verdeling van de sterren in zo'n hoop, spreken we van een open sterrenhoop. Tot nu toe zijn er ongeveer 900 open sterrenhopen bekend, die elk 100 tot 1000 overwegend jonge sterren tellen.

¨Pleiaden"

Het Zevengesternte is voor ons de gemakkelijkst met het blote oog waarneembare sterrenhoop. Het is een vrij jonge groep van ongeveer 400 sterren waarvan, zoals de naam het reeds suggereert, enkel de allerhelderste zonder hulpmiddelen geobserveerd kunnen worden.

Planetaire nevels

Planetaire nevels danken hun naam aan hun uiterlijk. Door een telescoop vertonen ze zich als kleine schijfjes. Daar houdt elk verband met planeten dan ook op.

¨Ringnevel"

Een planetaire nevel is een bolvormige gasmassa, waarin zich, in het centrum, het afkoelend restant van een eerder lichte ster bevindt. De nevel is ontstaan uit de gasschillen die de ster van zich heeft afgestoten op het einde van haar leven. Tot nu toe zijn er ongeveer 1500 planetaire nevels gekend. De Ringnevel in de Lier is wel veruit de bekendste.

Supernova-resten

Bij een supernova-explosie worden nog grote gasmassa's met een enorme snelheid de ruimte in geslingerd. Zowel planetaire nevels als supernova-resten zijn zichtbaar door fluorescentie.

¨Krabnevel"

De Krabnevel in de Stier is zo'n supernovarestant. Hij zet uit met een snelheid van wel 1000 km/s. Daaruit kan men berekenen dat de explosie heeft plaatsgevonden in de 11de eeuw. Dit is in overeenstemming met oude Chinese handschriften die inderdaad gewag maken van een "nieuwe ster" in de Stier die in 1054 verscheen en zo helder werd dat ze zelfs overdag zichtbaar was.