|
Bij het waarnemen van sterbedekkingen tracht men het tijdstip op
te meten waarop een ster achter de maan verdwijnt of opnieuw verschijnt.
Bij een gewone sterbedekking zien we de ster verdwijnen aan de ene kant (bij de maan is dat de oostzijde),
en een tijdje later aan de andere kant terug verschijnen (de westzijde). Bij rakende
sterbedekkingen scheert de ster langs de maanrand. We zien de ster
verschillende keren aan- en uitknippen terwijl de ster achter een
maanberg verdwijnt, of door een maandal schijnt.
Niet alleen de maan bedekt sterren. Ook
planeten, planetoïden en manen van andere planeten
doen dat.
Ook kan de maan een planeet bedekken, of kunnen bij voorbeeld
Jupitermanen mekaar onderling bedekken.
Links: de planeet Saturnus bij de maan, even voor een bedekking.
Rechts: een planetoïde is net voorbij een ster geschoven (superpositie
van verschillende opnamen).
De waarneming is, mits enige inspanning, door zowat iedereen uit te
voeren die de beschikking heeft over een kleine telescoop en de
apparatuur om nauwkeurig het juiste tijdstip vast te leggen.
Een waarneming voorbereiden
Lijsten met voorspellingen van sterbedekkingen zijn erg plaatsafhankelijk, en dienen dus
voor jouw waarnemingsplaats berekend te worden. Hiervoor kan je bij
voorbeeld het softwareprogramma OCCULT gebruiken. Voor gewone
sterbedekkingen speelt de locatie niet zo'n grote rol, en heb je voldoende aan
nationale voorspellingen, zoals ze bij voorbeeld te vinden zijn in de
Hemelkalender of de Sterrengids. Voor
rakende sterbedekkingen en bedekkingen door planetoïden zijn kilometers of zelfs meters echter cruciaal!
Aan deze bijzondere verschijnselen wordt meer aandacht
besteed, en er worden voorspellingskaartjes voor gemaakt. Deze zijn dan op het
internet te vinden, zoals bij de
International Occultation Timing
Association.
Bedekking van ster TYC 1903-00310-1 door planetoïde 524 Fidelio.
Voor de voorspellingen, maar zeker voor het verwerken van de waarnemingen,
is het belangrijk de coördinaten en hoogte van je waarnemingsplek
nauwkeurig te kennen. Dit kan door middel van stafkaarten, of
uiteraard met een GPS-ontvanger.
Kies uit de voorspellingen een bedekking van een ster
met een helderheid die ruim binnen de
grenzen van je telescoop ligt. Bij de voorspelling horen een aantal
parameters van de bedekking: het tijdstip, de ster, de magnitude van de
ster, gegevens over de maanstand, de positie waar de ster zal
verdwijnen/verschijnen, ... Bekijk deze goed, zodat je weet wat te
verwachten. Maak desnoods een schets met de maanfase en relatieve sterpositie.
Bij sterbedekkingen werkt men vaak met het begrip 'cusp angle' om de
hoek
aan te duiden tussen de noordelijke of zuidelijke terminatorrand en de
plaats waar de ster wordt bedekt. Deze hoek kan dus maximaal 90° zijn.
Het voordeel van deze hoek is dat het voor een waarnemer veel
duidelijker is
dan de hoek te nemen tussen zenit en ster.
Zoek verder nog een nauwkeurige, bij voorkeur een digitale chrono (de chrono van
een polshorloge volstaat zeker), maar let er wel op dat deze je toelaat
metingen te maken met een nauwkeurigheid van minstens 0.1 seconde.
Je start even voor de waarneming
de chrono op een gekend tijdstip, zodat je later, nadat je de chrono
hebt afdrukt, het tijdstip van afdrukken nauwkeurig kan bepalen.
Voor het starten van de chrono kan je de zesde pieptoon van de VRT-radio
gebruiken (via FM of AM, niet via internet!), de klok op VRT teletekst, een
radiogestuurde klok (DCF77), de klok van een GPS of
tijdzenders die
je met een wereldontvanger kan ontvangen (b.v. 3170 kHz of 4525 kHz).
Een gewoon horloge, de sprekende klok, of tijdseinen op vrije radio's
zijn zeker niet nauwkeurig genoeg.
Achter de telescoop
Verdwijningen
Ga ongeveer een kwartier
voor het voorspelde tijdstip naar de telescoop. Let erop dat je in
comfortabele omstandigheden kan waarnemen: een goede houding (liefst
zittend), een goed parallactisch opgestelde kijker liefst met
motoraandrijving, ...
Zoek dan met je eerder getekend kaartje
de ster op. Laat
je niet verrassen dat ze nog een behoorlijk eind
van de maanrand kan staan. Als je de ster ziet ga je de juiste vergroting
zoeken. De ideale vergroting is deze die toelaat dat de ster centraal in
het beeldveld staat en dat het verlichte deel van de maan toch niet te
zien is.
Ongeveer
drie à vier minuten voor het voorspelde tijdstip begint de werkelijke
waarneming. Dan ga je definitief zitten achter je telescoop en ga je
geconcentreerd naar je ster kijken. Vergeet niet je chrono te starten! Tracht zo weinig mogelijk met ogen te
knipperen en tracht aan de verleiding te weerstaan eventjes een blik te
werpen op het maanoppervlak. Op het moment dat de ster verdwijnt
(verschijnt) druk je de chrono af.
De waarneming dient tot op tienden van een seconde nauwkeurig te zijn,
en is anders waardeloos.
Wederverschijningen
Voor wederverschijningen verandert er een klein beetje aan de werking. Nu
heeft men niet meer een lichtpuntje waar men zich op kan concentreren. We
gaan weer met het tekeningetje achter de telescoop zitten en bepalen waar
ongeveer de ster zal wederverschijnen. We concentreren ons niet op dat
punt, maar doorlopen een gebied van de maanrand van ongeveer 20' boven en
onder de bewuste plaats. Dit geeft je een iets grotere reactietijd, maar
als de ster een 15' hoger verschijnt dan verwacht was ligt de reactietijd
boven het aanvaardbare ! Ook hier geldt de opmerking van hierboven: tracht
het maanoppervlak eventjes te vergeten.
Rakende bedekkingen
Bij rakende bedekkingen ga je exact op dezelfde manier te werk, maar
moet je chrono wel voorzien zijn op het registreren van een reeks
tijdstippen: de ster kan meerdere keren verdwijnen en herverschijnen!
Voor rakende bedekkingen worden vaak expedities georganiseerd, en vatten
waarnemers op licht verschillende locaties post, om zo samen een volledig
profiel van de maanrand te verkrijgen.

Verschillende waarnemers krijgen bij rakende sterbedekkingen
verschillende verdwijningen en verschijningen te zien.
Andere bedekkingen
In principe hebben deze veel gemeen met bovengenoemde gevallen. Lees op
de sites van de verstrekkers van de voorspellingen wat zij verwachten
van je waarneming.
Verwerking
Het waarnemen van bedekkingen van sterren heeft
een wetenschappelijke waarde, omdat deskundigen er de
storingen van de maanbaan mee kunnen vinden alsook onregelmatigheden
in de
aardrotatie. Via rakende sterbedekkingen kan het reliëf op de maan
onderzocht worden. De waarneming van bedekkingen door planetoïden,
manen en planeten, levert een nuttige bijdrage voor de bepaling van hun
baan.
De verwerking van resultaten van sterbedekkingen is typisch iets dat
internationaal gecentraliseerd moet worden. Je doet er dus goed aan je
waarnemingen op te sturen naar een gespecialiseerde organisatie (VVS
werkgroep bedekkingen, IOTA, ...). Kijk op voorhand goed na onder welke
vorm en onder welke voorwaarden ze je waarnemingen willen ontvangen!
Verwante links
|