Plotse toename van de zonne-activiteit
Het is bekend dat de activiteit van de zon een periode van ongeveer 11 jaar heeft. Het laatste zonnemaximum dateert van het jaar 2000. Binnen deze periode van 11 jaar kan de zonne-activiteit vrij sterk fluctueren. Midden oktober was de zon nagenoeg vlekkenloos. Een goede week later, op 26 oktober, pronkten twee enorme vlekkengroepen op de zonneschijf.

Op nog geen 10 dagen van vlekkenloos naar 2 blote oog-vlekken!
Spectaculair waren vooral de vlekken 484 en 486: ze waren immers niet alleen enorm groot, de magnetische velden in de vlekken en in de buurt ervan, waren ook bijzonder interessant om volgen. Eind oktober was vlek 484 de grootste van deze cyclus, met een oppervlakte van zo'n 7.8 miljard vierkante kilometer! Beide vlekken waren gemakkelijk, mits het gebruiken van gepaste bescherming, met het blote oog te zien.

De snelle groei van zonnevlek 484
Krachtige X-flares in de richting van de aarde
Enkele uren nadat de mensen van Solar Terrestrial Dispatch in Canada een waarschuwing hadden uitgestuurd dat zonnevlek 486 mogelijk een krachtige flare zou produceren, gebeurde dit dan ook. Op 28 oktober om 9h51m UT startte de uitbarsting, die pas rond 11h10m UT haar maximum kende. Astronomen spraken over een X17-flare. De letter en het getal erachter geven een aanduiding van de kracht van de uitbarsting (meer uitleg over flares). Deze flare was alleszins een van de krachtigste van de voorbije zonnecyclus.
De uitbarsting was zo krachtig dat de effecten snel meetbaar werden op en in de buurt van de aarde. Ze werd onder andere rechtstreeks geregistreerd door aardse magnetometers, wat erg zelden gebeurt. Het kan eigenlijk alleen als de X-straling zo krachtig is dat ze een rechtstreeks effect hebben op de aardse magnetosfeer. Een tiental minuten nadat de maximale X-straling op de zon was gemeten, kwamen de eerste hoogenergetische protonen bij de aarde aan. De flare had ze immers naar de aarde "gekatapulteerd". Gelukkig maar dat de aardse ionosfeer tegen deze energierijke protonen is opgewassen.
Op het moment van de uitbarsting waren Marc Van den Broek en Frederik Bové een nieuwe camera aan het testen. Ze slaagden er toevallig in de flare te filmen, wat naderhand door de wetenschappers van de Solar Terrestrial Dispatch werd bevestigd. Er doken ook andere beelden van de flare op, en de Duitser Peter Kuklok nam de flare zelfs visueel waar.

Flare, gefilmd met een Mintron MTV-62V1P camera op een Takahashi FS-102 refractor

Animatie van de X17-zonneflare (beeld: SOHO)
Belangrijker voor de aarde was de Coronal Mass Ejection (CME) die in onze richting werd gestuurd door de explosie. Deze CME was van het "full halo"-type: de materie werd in alle richtingen uitgestoten, en men kon dus met grote zekerheid stellen dat er ook een deel richting aarde zou komen. De normale snelheid van zo'n CME ligt in de grootteorde van enkele honderden tot zo'n duizend kilometer per seconde. Heel wat astronomen waren dan ook verbaasd over de snelheid van deze CME: niet minder dan 2120 km/s! Onderweg naar de aarde verliest de CME wel aan snelheid, maar dit was toch een indrukwekkende waarde: de CME zou de aarde binnen de 24 uur bereiken!

Animatie van de full-halo CME (beeld: SOHO)
29 oktober: poollicht of geen poollicht? Wolken ja!
De situatie voor poollicht zag er op de vooravond van de 29e oktober helemaal niet slecht uit: één van de hevigste zonne-uitbarstingen van de laatste jaren stuurde immers een snelle CME recht onze richting uit. Zou het dan toch?...?
Zo eenvoudig is het allemaal echter niet. In de CME zit een magnetisch veld ingebed. Opdat de deeltjes in de CME optimaal zouden kunnen interageren met het aards magnetisch veld (en dus voor poollicht zorgen), is het belangrijk dat het interplanetair magnetisch veld naar het zuiden is gericht. Als dit niet zo is, verkleinen de kansen op poollicht in belangrijke mate. Op 29 oktober was de situatie echter bijzonder moeilijk in te schatten, aangezien er de dagen ervoor al heel wat zonne-activiteit was geweest. Op 26 en 27 oktober waren er bijvoorbeeld ook al 3 of 4 signifante CME's, die telkens deels naar de aarde gericht waren. Door de felle zonnewind stond ook de aardse magnetosfeer onder druk.
Rond 19 uur (17h UT) bereikte de CME de aarde. Kort daarna stroomden de eerste waarnemingen binnen, onder andere uit Nederland en (voornamelijk) Duitsland. Urania-lid Alain Geenrits, die met de auto in de buurt van Utrecht aan het rijden was, kon vanop de autosnelweg tussen 19h en 19h20m duidelijk roodgekleurd poollicht waarnemen! Dit bericht bereikte snel leden van de werkgroep poollicht van Urania. De voorbereidingstijd was veel te kort om een actie op poten te zetten, en net op dat moment was de belboom in "groot onderhoud". Enkele individuele leden besloten op jacht te gaan, wat, gezien het slechte weer, geen evidentie was. Ten (noord)oosten van Vlaanderen bleek de situatie het best te zijn; het was alleen de vraag of men nog tijdig een onbewolkte plaats zou kunnen vinden. Didier Van Hellemont kon in de buurt van het Enschede (Nederland) en Duitse Osnabrück tussen de wolken door een zwak schijnsel zien boven de noordelijke horizon. De wolken gooiden echter roet in het eten. Luc Bastiaens en Benny Geys, die eveneens naar Duitsland waren gereden, rapporteerden grotendeels hetzelfde. Waarnemers die in België waren gebleven, hadden helemaal niets gezien.
Ondertussen bleef het erg onrustig op de zon. Op 29 oktober vond er om 20h49m UT opnieuw een erg felle (X10) flare plaats. De hiermee geassocieerde CME raasde met een snelheid van 1950 km/s naar de aarde.

De twee X-flares van 29 en 30 oktober
In de praktijk betekende dit dat de magnetosfeer nauwelijks de tijd kreeg om te stabiliseren voor een nieuwe impact, die al in de vroege avond van 30 oktober zou plaatsvinden. Onwaarschijnlijk! Een aantal specialisten gaf openlijk toe dat ze geen scenario's klaarhadden voor zulke situaties, maar leken het wel eens te zijn dat er quasi-onmiddellijk poollicht kon optreden bij impact van deze CME. Qua tijdstip leken de meesten voorkeur te geven rond 19h UT, dus rond het invallen van de duisternis. Het ene "groot alarm" volgde op het andere; dankzij de snelle mobiele communicatie en internet werden heel wat geïntereseerden tijdig verwittigd. (Noot: het dient wel te worden vermeld dat heel wat amateur-astronomen en ook perslui zeer sceptisch waren over deze voorspellingen. NASA had immers enkele dagen voordien een artikel uitgebracht over de Superstorm van 1-2 September 1859. Redacteurs met weinig ervaring en/of scrupules hadden aangekondigd dat er opnieuw zo'n storm zou plaatsvinden. Uiteraard is er geen link tussen de felle zonne-activiteit in 1859 en 2003, maar het kwaad was geschied...)
30 oktober: prijs!
Het weer leek ook op deze 30ste oktober niet goed mee te willen werken, ook al lagen de kaarten beter dan de dag ervoor. Een brede wolkenband trok uit het westen Vlaanderen binnen rond zonsondergang, en het was dus kwestie van deze wolkenband voor te blijven en dus naar het oosten te trekken. Het was immers niet zeker dat er achter die gestructureerde wolkenband voldoende opklaringen zouden optreden. Vele leden van Urania vertrokken kort na zonsondergang richting oosten. Om 18 uur kwam het bericht binnen dat de schokgolf bij de aarde was aangekomen, en dat dus - als alles een beetje meezat - snel poollicht zou kunnen optreden. Na een halte aan het militair vliegveld van Oostmalle werden Didier Van Hellemont en Els Witters reeds ingehaald door de opkomende bewolking, en besloten ze snel verder oostwaarts te rijden. In Arendonk, net voor de Nederlandse grens, werd er opnieuw gestopt, zo rond 21 uur. Onmiddellijk werd een felle, groenachtige schijn in het noorden duidelijk. De helderheid varieerde langzaam; soms leek het wel op de schemering, zo helder was het! Ondertussen was ook Dirk Hofmans toegekomen. Net op tijd om de grote show van start te zien gaan: eerst een paar voorzichtige stralen die van achter de noordoostelijke horizon leken te komen. Dan weer even niets, en dan een paar felle, brede, hoge, rode stralenbundels. Die bundels bleven een aantal minuten duidelijk zichtbaar, maar verzwakten toch na verloop van tijd, toen ook de bewolking bijna de volledige hemel bedekte. Ondertussen kwamen ook euforische berichten van Marc Van den Broeck, Marc Gyssens en Frederik Bové, die vanuit Heeze (in de buurt van Eindhoven) waarnamen, en ook van Luc Bastiaens en Benny Geys, die een stuk verder richting Duitsland (bij het plaatsje Wachtendonk) waren getrokken. Gelukkig liet de hemel toe ook vanop andere plaatsen in België waar te nemen.
Dankzij het internet stroomden de waarnemingsverslagen en de foto's al snel binnen bij Urania, en ook op andere plaatsen. Al snel werd duidelijk dat men nog lang zou praten over deze Grote Geomagnetische Storm - met hoofdletters!
Enkele (beeld)verslagen
Hans Coeckelberghs en enkele andere leden van de Sterrenkundige Vereniging Wega maakten deze beelden vanuit Hamme-Mille, ten zuiden van Leuven. Tussen 20h30m en 22h30m viel hen het groen(witte) poollicht op . Nadien kwam ook het rode poollicht erdoor. Op een bepaald moment zag de hemel vuurrood tot in het zenit, een indrukwekkend schouwspel. Na een tijd nam de intensiteit af, en de waarneming werd afgebroken toen het volledig bewolkt werd.

Muriel Wetz uit Herent meldde: "Tussen 19h en 19h45m was het helder, maar kon ik geen poollicht zien. Daarna trok de hemel dicht. Rond 20h30m ben ik terug naar buiten gegaan. Er waren enkele wolken aan de horizon, maar voor de rest was het helder. Maar nog geen poollicht! Om 22h27m kon ik dan, in de Zwaan en in de Lier, een rode gloed zien, die feller en feller werd. Ondanks het straatlicht was dit goed waarneembaar. Reeds na één minuut zwakte het af, en dan was het voorbij!"
Wouter & Liebrecht Krznaric namen waar in Limburg: "In het noorden van Genk (op de grens met Opglabbeek) vonden we een donker
plekje in de schaduw van de mijnterril van Zwartberg (letterlijk schaduw, want de berg houdt de lichthinder van Genk-centrum een beetje tegen). We arriveerden daar rond 23h30m (veel te laat, zouden we later merken) en zagen in het noorden (vanuit de wagen) iets wat op groene lichthinder leek. Nadat we waren uitgestapt bleek dat wel degelijk poollicht te zijn! De hemel zat afwisselend vol wolken en opklaringen, maar ertussendoor duidelijk, van NW tot NO, een heldere groene band, van 10 tot 35 graden boven de horizon. Er waren enkele keren (in de 45 minuten dat we gekeken hebben) verticale streamers te zien, die snel van O naar W bewogen. Het was voor de eerste maal dat ik poollicht zag, en het was de moeite (alleen hoop ik volgende keer op wat meer kleur :-)."
Dit prachtige beeld werd gemaakt door Jan Kelderhuis, op vrijdag 31 oktober rond halféén, vanuit Friesland. Er werd een Canon Powershot G1 gebruikt; 8 seconden belicht bij f/2.

De beelden van Martijn Harleman tonen de helderheid van het poollicht. Foto's gemaakt te Hartelaar (Twello, Nederland) op vrijdag 31 oktober 2003 tussen 1h30m en 2h.

Luc Bastiaens en Benny Geys zagen de eerste en tweede uitbarsting ergens tussen Eindhoven en Venlo, en een derde opflakkering ergens tussen Venlo en Duisbrug. Deze foto werd gemaakt vanuit een plaatsje Lipramsdorf Freiheit genaamd, een eindje ten noordoosten van Recklinghausen

Arendonk werd die avond geplaagd door overtrekkende wolkenbanden, maar er waren toch voldoende opklaringen om waar te nemen. Tussen 22 en 23 uur (lokale tijd) was er in het noorden constant een felle gloed waarneembaar (foto links), die af en toe in helderheid veranderde. Na 23 uur barstte het spektakel los (foto rechts). Foto's met 28 mm f/2.8 groothoek op Fuji Superia P-800; belichtingen van 10 tot 15 seconden.
Andere links met betrekking tot de Grote Poollichtstorm
Meer verslagen, beelden, informatie zijn steeds welkom bij de werkgroep poollicht van Urania.
|