|
Veranderlijken (of variabelen) zijn sterren die in helderheid
variëren. Zulke magnitudeveranderingen kunnen verscheidene oorzaken hebben.
-
De eerste groep, de eclips- of bedekkingsveranderlijken, zijn eigenlijk dubbelsterren,
waarbij wij toevallig ongeveer net in het baanvlak zitten. Op deze manier zien we de ene ster op
bepaalde tijdstippen voor de andere schuiven, wat het verschil in helderheid veroorzaakt. De periode (de
tijd die verloopt tussen twee opeenvolgende minima of maxima) van zulke sterren is zeer regelmatig en
bijgevolg goed gekend.
-
Tot de tweede groep behoren de sterren die hun variabiliteit te danken hebben
aan hun eigen, onstabiele, inwendige (eruptieve veranderlijken) of aan
hun rotatie (pulserende veranderlijken).
Bij de eerste onderverdeling mogen we bijvoorbeeld de novae en
supernovae plaatsen. Van
zulke sterren is het echter niet mogelijk precies te voorspellen wanneer zij tot een uitbarsting komen;
ze zijn dan ook niet interessant voor de beginnende amateur, maar eerder een uitdaging voor de
gevorderde liefhebber.
Van pulserende veranderlijken daarentegen is de periode vrij nauwkeurig bekend.
Net zoals bij bedekkingsveranderlijken lopen de periodes ver uiteen. Bij RR-Lyrae sterren bedragen deze
iets van enkele uren tot een paar dagen; bij Mira-sterren gaat dit van een 90-tal dagen tot zelfs enkele
jaren.
Voor beginners is het veel aangenamer kortperiodieke
veranderlijken te observeren, gezien een daadwerkelijke magnitudeverandering
opgetekend kan worden binnen eenzelfde nacht. Nacht in,
nacht uit naar een langperiodiek of onregelmatig variabeltje turen en geen verschil opmerken, kan immers
vrij frustrerend werken.
Het opzoeken van een veranderlijke
Hiervoor zijn sterrenkaarten van de AAVSO (American Association of Variable Star
Observers) erg handig. Voor elke veranderlijke bestaan er verschillende kaarten, afhankelijk van het
instrument en de vergroting die men gebruikt. Zo beeldt de a-kaart enkel de heldere sterren in een
gebied van een tiental graden rond de variabele af, terwijl een g-kaart sterren tot de 16de magnitude
binnen een zone van 7' weergeeft. De eerste kaart is dus bedoeld voor verrekijker- of
blote-oog-waarnemingen, terwijl de laatste dient voor grote telescopen. Vanaf de b-kaart staat het
zuiden trouwens bovenaan, zoals in een omkerende kijker.
Natuurlijk kan je de positie van de variabele
ook zelf in een sterrenatlas opzoeken, maar zo'n AAVSO-kaart heeft nog een
ander voordeel. Bij elke ster
staat namelijk de magnitude gedrukt (zonder decimaal punt, opdat het puntje niet met een zwak sterretje
verward zou worden; 87 staat dus voor magnitude 8.7). Het nut hiervan wordt
zodadelijk duidelijk.
Het schatten van de veranderlijke
Nadat je de veranderlijke geïdentificeerd hebt, zoek je twee
vergelijkingssterren. Dit zijn twee
sterretjes, liefst in hetzelfde beeldveld en anders zo dicht mogelijk bij de variabele, waarvan het ene
een beetje helderder en het ander een beetje zwakker dan de te schatten ster is. Let erop dat het
verschil tussen deze twee niet meer dan 1 magnitude bedraagt.
Het verschil tussen beide sterretjes (a en
b) deel je in tien delen, waarna je je magnitude van de variabele daartussen moet zien te passen. Als de
veranderlijke v lichtjes helderder is dan ster a, maar veel zwakker
dan ster b, dan noteer je
bijvoorbeeld:
a-2-v-8-b
Dit betekent dus dat v twee tienden van het magnitudeverschil tussen
a en
b
helderder is dan a. Dit soort notatie pas je elke keer dat je naar de ster kijkt toe. Duid wel goed op
de kaart aan welke sterren nu juist je vergelijkingssterren a en
b waren! Tijdens de waarneming kan het
natuurlijk zijn dat je een andere vergelijkingsster moet gaan gebruiken, aangezien de variabele
uiteraard zwakker of helderder wordt. Natuurlijk duid je ook deze c-,
d-, e-, ...-sterren op de kaart
aan!
Begin je waarneming van een kortperiodieke variabele best een behoorlijke tijd voor het voorspelde minimum of
maximum.
Wanneer de variabele nog stabiel blijft, kan je om de 20 minuten even een blik op de ster
werpen en je waarneming, met het tijdstip
(in UT, universele tijd) tot op de minuut nauwkeurig noteren. Wanneer je echter merkt dat de
magnitudeverandering is
begonnen, dan moet je dit typisch om de 5 à 10 minuten doen. Je eindigt je waarnemingen pas,
wanneer de ster terug haar "oude" magnitude bereikt heeft en het duidelijk is dat ze zo zal blijven.
Bij je waarneming noteer je ook nog je instrument, de vergroting en de weersomstandigheden.
De verwerking
Na de waarneming dien je je notities te "decoderen" om de geschatte magnitude van je variabele te
verkrijgen. Dit doet men via het eenvoudige regeltje van drie: de
geschatte magnitude is gelijk aan de magnitude van b plus het aantal tienden tussen b en v
vermenigvuldigd met het magnitudeverschil tussen a en b gedeeld door 10.
Als je bijvoorbeeld
vergelijkingssterren met magnitude 8.3 (b) en 8.9 (a) hebt en je
hebt
"a-2-v-8-b" genoteerd, dan krijgen we voor de helderheid van v:
8.3 + 2 × (8.9 - 8.3) / 10 = 8.4
Op deze manier decodeer je al je notities en kan je bijvoorbeeld een grafiek van het
helderheidsverloop opstellen en het exacte moment van minimum (maximum)
schatten.
Enkele bekende veranderlijken
In onderstaande tabel vind je al enkele variabele sterren met hun positie,
hun maximale en minimale magnitude en hun periode.
| Naam | |
α | |
δ | |
mmax | |
mmin | |
Periode (dagen) | |
Type |
| ζ Gem | |
07h04m02s | |
+20°34' | |
3.7 | |
4.1 | |
10.150 | |
Cepheïde pulserende |
| η Aql | |
19h52m24s | |
+01°00' | |
3.5 | |
4.3 | |
7.176 | |
Cepheïde pulserende |
| δ Cep | |
22h29m06s | |
+58°24' | |
3.5 | |
4.3 | |
5.366 | |
Cepheïde pulserende |
| β Lyr | |
18h50m01s | |
+33°22' | |
3.3 | |
4.3 | |
12.935 | |
β Lyrae bedekkingsveranderlijke |
| λ Tau | |
04h00m36s | |
+12°29' | |
3.3 | |
3.8 | |
3.952 | |
Algol bedekkingsveranderlijke |
| β Per (Algol) | |
03h08m05s | |
+40°57' | |
2.1 | |
3.4 | |
2.867 | |
Algol bedekkingsveranderlijke |
| α Ori (Betelgeuze) | |
05h55m06s | |
+07°24' | |
0.4 | |
1.3 | |
2110 | |
semi-regelmatige |
| AF Cyg | |
19h28m43s | |
+46°02' | |
6.4 | |
8.4 | |
182.0 | |
semi-regelmatige |
| AI Dra | |
16h56m18s | |
+52°41' | |
7.0 | |
8.1 | |
1.19882 | |
Algol bedekkingsveranderlijke |
| ο Cet (Mira) | |
02h19m18s | |
+02°57' | |
3.4 | |
9.2 | |
331.0 | |
Mira pulserende |
| R Cyg | |
19h35m28s | |
+50°05' | |
5.6 | |
14.4 | |
426.0 | |
Mira pulserende |
| R Sct | |
18h47m29s | |
+05°42' | |
4.5 | |
9.0 | |
146.0 | |
RV Tauri |
| RR Lyr | |
19h25m30s | |
+42°47' | |
7.1 | |
8.1 | |
0.56687 | |
RR Lyrae pulserende |
| RT Cyg | |
19h42m12s | |
+48°39' | |
6.6 | |
12.2 | |
190.0 | |
Mira pulserende |
| RZ Cas | |
02h48m54s | |
+69°38' | |
6.2 | |
7.7 | |
1.19525 | |
Algol bedekkingsveranderlijke |
| T Cep | |
21h09m30s | |
+68°29' | |
5.2 | |
11.3 | |
338.14 | |
Mira pulserende |
| U Cep | |
01h02m18s | |
+81°53' | |
6.8 | |
9.2 | |
2.49305 | |
Algol bedekkingsveranderlijke |
Andere kaarten voor deze variabelen, alsook kaartjes voor andere
veranderlijken, zijn te vinden via de kaartenzoekmachine of de kaartengenerator van de AAVSO.
Verwante links
|