|
Het aardoppervlak heeft een grillig uitzicht. Verschillende mechanismen zijn
hiervoor verantwoordelijk. Om te beginnen is de aardkorst niet een massieve
bolster; zij bestaat uit verschillende platen.
De "bodemlaag" van de aardkorst wordt gevormd door de oceanische platen, met
een dikte van 10 km. Ze bestaan vooral uit silicium en magnesium (silicium is
een hoofdbestanddeel van zand en magnesium komt in gesteenten voor), zodat deze
laag ook wel SIMA genoemd wordt. Op deze oceanische platen rusten de
continentale platen. Deze bestaan hoofdzakelijk uit silicium en aluminium
(belangrijke bouwstenen van klei), en krijgen wel eens de naam SIAL mee. De
oceanische platen drijven op de zogenaamde asthenosfeer, de taai-vloeibare
bovenste laag van de aardmantel. Hierdoor bewegen ze langzaam ten opzichte van
elkaar, zodat in de loop van miljoenen jaren de onderlinge ligging van de
werelddelen gaat veranderen. Dit verschijnsel noemt men platentectoniek.
Het kan voorkomen dat een continentale plaat in tweeën scheurt. Zo vormden
Zuid-Amerika en Zuid-Afrika vroeger een geheel. Continentale platen kunnen ook
op elkaar botsen. Hierdoor ontstaan gebergten. Toen de plaat van Indië op de
plaat van Azië botste, ontstond op die manier het Himalayagebergte.
Wrijvingen tussen platen kunnen aardbevingen en vulkanisme veroorzaken.
Verder wordt aardoppervlak ook niet ongemoeid gelaten door de dampkring. Wind
kan zand en gruis wegblazen. Dit wordt winderosie genoemd. In de Sahara worden
bij voorbeeld duinen tot 100 meter hoog door de wind opgeworpen. Ook water, dat
driekwart van onze planeet bedekt, heeft ook een grote invloed op het
aardoppervlak.
Ocenanen, zeeën en rivieren modelleren het aardoppervlak, zetten materialen
af of nemen er mee; ook regen kan voor erosie zorgen. In vaste vorm kan water
het aardoppervlak bedekken met ijs, zoals aan de polen en op bergtoppen. Grote
ijsmassa's op bergen schuiven als gletsjers stilaan naar beneden en schuren
valleien uit.
Tenslotte hebben levensvormen een belangrijke invloed op het uitzicht van de
aarde. Denk maar aan de uitgestrekte plantendekken (bossen, graslanden, ...) of
aan koraaleilanden. Ook het menselijk ingrijpen laat zijn sporen na. De invloed
van het leven op het uiterlijk van de aarde gaat echter nog veel verder. Zo is
de -in vergelijking met de andere planeten van ons zonnestelsel - zeer exotische
samenstelling van de dampkring het rechtstreekse gevolg van de niet aflatende
scheikundige activiteit die het leven reeds miljarden jaren ontplooit.
Buiten de aarde heeft men nog nergens in het heelal leven ontdekt.
|