| |
Bij het horen van het woord "zonnestelsel" denk je misschien meteen
aan de acht planeten die keurig rond onze zon draaien:
Mercurius,
Venus,
de aarde,
Mars,
Jupiter,
Saturnus,
Uranus en
Neptunus. Tot voor kort werd ook
Pluto onder de planeten gerekend. We weten ondertussen dat het
zonnestelsel niet zo'n ordelijke plaats is als uit die mooie opsomming
blijkt: er zijn nog tal van andere objecten die een plaatsje verdienen, en doorheen
zijn geschiedenis kreeg het zonnestelsel heel wat te verduren.
Het klassieke beeld van het zonnestelsel, met de 8 planeten (en Pluto) die om de
zon draaien.
Het bovenstaand beeld van een "ordelijk" zonnestelsel blijft ons achtervolgen: het is pas in de
laatste decennia, sinds het begin van de interplanetaire ruimtevaart,
dat wetenschappers goed en wel ontdekken hoe het zonnestelsel er écht uitziet.
Buiten die acht grote planeten zijn ook een enorm aantal
kleine planeten, de planetoïden. Rond sommige
planeten draaien manen die
eigenlijk evengoed een planeet zouden kunnen zijn.
Pluto is helemaal niet het
einde van ons zonnestelsel. Er zijn ijsdwergen,
kuiperobjecten en de
oortwolk.
Kometen zijn niet zomaar kometen en
manen zijn niet zomaar
manen, maar zijn vaak verwant met
andere objecten in ons zonnestelsel. Verschillende ruimtetuigen
(Pioneer, Voyager, Magellan, Galileo, ...) hebben ons in de laatste 25 jaar
een totaal ander zonnestelsel laten zien, met actieve werelden in plaats van
uitgestorven steenklompen, geologische processen waar wetenschappers nooit
van gedroomd hadden, en zelfs een aantal goeie kandidaten voor buitenaards leven.
 
 
Enkele niet-planetaire bewoners van ons zonnestelsel:
boven: de planetoïde Ida en de komeet Hale-Bopp;
onder: de vier grote manen van Jupiter, en het kuiperobject 1995 WY2.
In dit deel van onze site stellen we het 'nieuwe' zonnestelsel voor.
Zo krijg je een beeld van het zonnestelsel zoals de mens dat in de komende
eeuwen verder moet gaan verkennen.
We zullen beginnen bij het begin:
het ontstaan van het zonnestelsel.
Hoe zijn al die planeten en andere objecten daar terechtgekomen?
Een volgende hoofdstuk behandelt
de zon, de ster van ons zonnestelsel.
Daarna volgt een familie van kleine, steenachtige hemellichamen: de
vier terrestrische planeten
Mercurius,
Venus, de aarde en
Mars, maar ook onze maan
wordt tegenwoordig bij de familie van terrestrische objecten gerekend.
Buiten de baan van Mars vinden we een groot aantal kleine
steenklompen, allemaal kleine planeetjes die hun eigen baan rond de zon
volgen: de planetoïdengordel.
Vervolgens komen we aan de zware jongens van het zonnestelsel: de
gasreuzen.
Dit zijn Jupiter,
Saturnus, Uranus en
Neptunus. Al deze planeten hebben ook een
familie van grote en
kleine maantjes, en een
ringenstelsel.
Na Neptunus komen we weer een heel aantal kleine hemellichamen tegen:
de ijsdwergen. De bekendste hiervan zijn de
dwergplaneet Pluto en haar maan
Charon, maar daarnaast zijn er nog
heel veel grote en kleinere hemellichamen,
zoals de centaurs en de objecten
van de kuipergordel.
Tenslotte komen we bij de oortwolk
en de heliopauze, de grenzen van ons zonnestelsel.
Banen in het zonnestelsel
De planeten en de andere objecten in het zonnestelsel bewegen elk op hun eigen
baan. De meeste beschrijven een
baan om de zon, maar de manen draaien om een planeet.
Al deze banen lijken erg voorspelbaar en regelmatig, maar in de realiteit beïnvloeden
de objecten elkaars banen voortdurend onder invloed van de zwaartekracht. Als twee
objecten dicht bij elkaar komen, kunnen hun banen zelfs drastisch veranderen. Dit gebeurt
vooral vaak bij kometen en andere lichte objecten
met exotische banen in het zonnestelsel.
De meeste banen in het zonnestelsel liggen min of meer in één vlak:
het eclipticavlak. De meeste objecten
draaien ook in dezelfde richting om de zon. Dit is een gevolg van de
oorspronkelijke draaibeweging van de
protoplanetaire schijf.
Banen van planeten en planetoïden
De planeten draaien in "stabiele", bijna cirkelvormige banen om de zon, allen in dezelfde richting. Kleinere
lichamen, zoals Pluto, kunnen echter meer excentrieke
banen hebben. Bovendien vormt de baan van Pluto een aanzienlijke hoek van 17.2° met de ecliptica.
De banen van de planeten zijn grotendeels onafhankelijk van mekaar.
De meeste planetoïden volgen banen zoals die van de planeten,
maar hier zijn er uitzonderingen: grote hoeken ten opzichte van de ecliptica, langgerekte ellipsvormige
banen, banen die sterk beïnvloed zijn door een planeet (b.v. de Trojanen, die worden beïnvloed
door Jupiter), en enkele planetoïden draaien zelfs in de andere richting
om de zon.
Banen van maantjes
Maantjes draaien niet om de zon, maar om een ander hemellichaam: planeten, planetoïden, en mogelijk zelfs
kometen. Een groot deel van de manen beweegt in stabiele cirkelvormige banen om hun hemellichaam, ruwweg in het
eclipticavlak, maar manen met gekantelde of meer elliptische banen zijn geen uitzondering.
Banen van kometen
De meeste kometen beschrijven een sterk elliptische baan om de zon.
Sommigen hebben een korte baan en komen regelmatig terug door het binnenste gebied van het zonnestelsel,
anderen hebben een heel langgerekte baan en komen maar eens in de vele duizenden jaren in de buurt van
de zon. Alle inclinaties ten opzichte van het eclipticavlak komen voor, en de komeetbanen worden
regelmatig beïnvloed door planeten, in het bijzonder door de zware Jupiter.
Verwante links
- Planeetbanen: Over
de wetmatigheden die de bewegingen in het zonnestelsel regeren.
- Is iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden?
Mail ons!
Verwante nieuwsberichten:
|