| ||||||||
Enkele bekende kortperiodieke kometen, en de meteoorzwerm waarvoor ze verantwoordelijk zijn. De kortperiodieke kometen hebben banen die min of meer in het baanvlak van de planeten liggen en die over het algemeen vrij stabiel zijn. Hun baan wordt wel beïnvloed door de zwaartekracht van de grote planeten, maar meestal niet in die mate dat ze veel verandert. Langperiodieke kometenDe langperiodieke kometen hebben zeer grote banen, waarbij ze slechts eens in de vele duizenden jaren in de buurt van de zon komen. Ze zijn dan ook nog erg "jong" en hebben nog veel oermateriaal behouden. Daardoor zijn ze vaak erg helder, en ook interessant voor wetenschappers die het ontstaan van het zonnestelsel bestuderen. Voorbeelden van langperiodieke kometen zijn West, Hyakutake, Hale-Bopp en Shoemaker-Levy 9. De langperiodieke kometen komen uit alle mogelijke hoeken op de zon af. Ze zijn afkomstig uit de oortwolk die het zonnestelsel aan alle kanten omgeeft. Hun banen zijn vaak onstabiel: ze kunnen in de buurt van een grote planeet komen, en daardoor radicaal van baan veranderen. Een voorbeeld is de komeet Shoemaker-Levy 9, een langperiodieke komeet die te dicht bij Jupiter in de buurt kwam. De zwaartekracht van de planeet bracht de komeet in een baan omheen Jupiter. Bij een tweede passage werd de komeet zelfs volledig uit elkaar gerukt tot een twintigtal fragmenten. Bij de derde passage sloeg de komeet in op Jupiter. Een speciaal geval van deze langperiodieke kometen zijn de zonnescheerders. Dit zijn kometen die door de zon worden aangetrokken, en totaal verdampen in de gloeiende hitte. Dergelijke kometen waren vroeger nagenoeg onbekend, maar de ruimtesonde SOHO heeft daar verandering in gebracht. ![]() Een zonnescheerder, waargenomen door de satelliet SOHO. [Foto: NASA] Oorsprong en evolutieDoor studie van de baan van kometen kan achterhaald worden uit welke omgeving ze afkomstig zijn. Langperiodieke kometen zijn afkomstig uit de oortwolk, die zelf werd gevormd door materiaal dat uit de binnenste regionen van het jonge zonnestelsel werd weggeslingerd. Deze kometen zouden dan zijn gevormd in de omgeving van de gasplaneten. De kortperiodieke kometen zijn afkomstig uit de kuipergordel, en zijn daar ook gevormd. Zoals gezegd verliest een komeet gigantische hoeveelheden materiaal bij elke passage bij de zon. Dit materiaal komt tussen het interplanetaire stof terecht, en is er mee verantwoordelijk voor het zodiakaal licht. Als dit materiaal in de aardse dampkring terecht komt, krijgen we meteoren te zien. Na een tijd zal al het water en stof van de komeet opgebruikt zijn, zodat er enkel een steenachtige klomp overblijft. Deze dode steenbrokken vormen een deel van de planetoïden. Ongeveer een derde van de planetoïden in de buurt van de aarde zouden wel eens uitgedoofde kometen kunnen zijn. Meteoroïden, meteoren en meteorieten
Door de wrijving die hun afdaling in de atmosfeer veroorzaakt, verdampen deze meteoroïden volledig. Enkel de allergrootsten bereiken het oppervlak van de aarde, en veroorzaken een krater. Meteoroïden die inslaan worden meteorieten genoemd. Ze zijn erg zeldzaam, en vaak ook te klein om veel schade te veroorzaken. In het verleden is het echter al gebeurd dat een heuse planetoïde op de aarde neerstortte, en het is niet uit te sluiten dat dit in de (verre) toekomst opnieuw zal gebeuren. Waneer een meteoroïde in de atmosfeer van de aarde terechtkomt veroorzaakt hij daar ionisatie: de atomen in de atmosfeer verliezen een aantal elektronen, die ze na de passage van de meteoor terug opnemen. Bij dat terug opnemen van elektronen zenden ze fotonen (lichtdeeltjes) uit. Dit is de streep licht die we kunnen waarnemen als meteoor - het is dus in geen geval het licht van de opbrandende meteoroïde! ![]() Een meteoroïde scheurt door de atmosfeer, en veroorzaakt een heldere meteoor. [Foto: Arne Danielsen] Een groot aantal meteoroïden is zó klein dat ze onder de vorm van minuscule stofdeeltjes op de aarde neerdwarrelen: dit zijn micrometeorieten. ExploratieDe eerste sonde die naar een komeet werd gestuurd, was de ISEE-3 (International Sun-Earth Explorer 3) die in 1985 de komeet Giacobini-Zinner onderzocht, en daarna hernoemd werd tot ICE (International Cometary Explorer). ICE bevestigde met zijn metingen de theorieën van Fred Whipple, die kometen had getypeerd als vuile sneeuwballen. Het is de bedoeling dat deze sonde in 2014 terug in de buurt van de aarde terechtkomt en door astronauten wordt opgehaald. De nadering van de beroemde komeet Halley in 1986 bracht heel wat missies met zich mee. ICE kwam op 28 maart op een afstand van 31 miljoen kilometer van de komeet, maar paseerde tussen de komeet en de zon. De sonde deed dus geen directe waarnemingen, maar bood vergelijkingsmateriaal voor verkenners die dichter in de buurt van de komeet kwamen. Ook de USSR sprong op de trein van de komeetverkenners: de sondes Vega-1 en Vega-2, die een ballon in de atmosfeer van Venus lieten afdalen, werden ook uitgerust met meetapparatuur om Halley te onderzoeken. Vanaf 4 maart 1986 zond Vega-1 als eerste foto's terug van de komeet. Daaruit bleek dat de kern van Halley 14 km groot was en in 53 uur om zijn as draaide. Vega-1 bleef op een afstand van 8 890 km, Vega-2 naderde tot op 8 030 km. De foto's die Vega-1 terugstuurde, werden gebruikt om de Europese sonde Giotto bij te sturen, die eveneens naar Halley op weg was. De missie van Giotto was zonder twijfel een geweldig succes. De sonde was geprogrammeerd om zijn camera's automatisch naar de helderste plek op de komeet te richten. Tegen alle verwachtingen in bleek de kern van de komeet echter erg donker te zijn, zodat deze bijna niet gefotografeerd was. Gelukkig was het beeldveld van de camera groot genoeg en kon Giotto dus de eerste detailopnames van een komeetkern naar de aarde terugsturen.
In 1990 passeerde Giotto voorbij de aarde. Bij die gelegenheid werd de sonde opnieuw geactiveerd en op een baan gezet die haar in 1992 nabij de komeet Grigg-Skjellerup bracht. De dichtste nadering bedroeg op 10 juli 1992 slechts 200 km. De NASA-ruimtesonde Stardust, die als primaire opdracht interplanetair stof verzamelde en terug naar de aarde bracht, passeerde op 2 januari 2004 voorbij de komeet Wild 2, en ving deeltjes op van de stofstaart van deze komeet. In 2006 keerde de sonde naar de aarde terug om de opgevangen deeltjes in een afdalingssonde naar het oppervlak te brengen. Ze worden momenteel onderzocht in laboratoria. Een tweede NASA-verkenner, Contour, moest in de periode 2003-2008 voorbij drie kometen vliegen: eerst Encke (november 2003), vervolgens Schwassmann-Wachmann-3 (juni 2006) en tenslotte d'Arrest (augustus 2008). Jammer genoeg ging Contour kort na zijn lancering verloren. Een derde programma van de NASA was Deep Impact. Dit was de eerste missie die op een komeet terecht kwam: Op 4 juli 2005 vloog deze sonde voorbij komeet Tempel-1, waarna een afdalingssonde werd neergelaten op de komeet. De moedersonde stuutde gegevens en foto's van deze inslag door naar de aarde. De inslag van de afdalingssonde zorgde voor een lichtflits die ongeveer één seconde duurde, waarna de plaats van inslag nog een tijdje bleef nagloeien en het stof dat door de klap was losgekomen deed oplichten. Dit stof bleek te bestaan uit water (H2O), koolstofdioxide (CO2), koolstofmonoxide (CO) en verschillende koolwaterstoffen. De krater die na de inslag overbleef zou ongeveer zo groot zijn als één voetbalveld. De ESA-sonde Rosetta tenslotte, die in 2004 gelanceerd werd, heeft als doel de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Pas in augustus 2014 komt de ruimteverkenner aan bij zijn doel. In november van dat jaar, na een grondige verkenning van het oppervlak, zal Rosetta een kleine lander laten afdalen naar de komeet. Het is de bedoeling dat de verkenner een tijd lang in de buurt van de komeet blijft om gedurende een langere periode de evolutie te kunnen waarnemen. Het einde van de missie is voorzien voor december 2015. Oorspronkelijk was het de bedoeling op Rosetta al in 2003 te lanceren, met als bestemming de komeet Wirtanen. Problemen met de Ariane 5-raket, die gebruikt zou worden voor de lancering, zorgden er echter voor dat ESA op zoek moest gaan naar een nieuwe komeet om te bestuderen. De missie naar komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko heeft het voordeel dat Rosetta op haar reis ook nog enkele planetoïden kan bezoeken. Verwante links
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deze site is copyright © 1995-2012 Volkssterrenwacht Urania vzw. Dit project wordt ondersteund binnen het Actieplan Wetenschapsinformatie en Innovatie, een initiatief van de Vlaamse Gemeenschap. |