| |
Na de Aarde is de Maan het hemellichaam waar we het meest van afweten.
Al vele duizenden jaren nemen mensen de Maan waar, en maken ze er
tekeningen van. Door het bestuderen van de maanfasen konden Griekse
filosofen concluderen dat de Aarde rond is. Galilei ontdekte met zijn
primitieve telescoop dat de Maan bedekt is met kraters. Bovendien is het
-tot nu toe- de enige wereld buiten de aarde waar al mensen zijn
geweest.
Links de oudste gekende maantekening, midden een maantekening van Galileo Galilei, rechts een voetafdruk die Buzz Aldrin achterliet op de maan.
Baan en rotatie
| |
|
De maan in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot de aarde: |
|
384 400 km |
| Omloopstijd om de aarde: | |
27,322 dagen |
| Duur van asomwenteling: | |
27,322 dagen |
| Equatoriale diameter: | |
3 476 km |
| Massa: | |
7,350 × 1022 kg |
|
|
|
| |
De maan draait in 27 dagen en 7 uur om de aarde, en in ongeveer dezelfde
periode om haar eigen as. Daardoor keert zij altijd dezelfde kant naar de
aarde. Dit heet een gekoppelde rotatie.
Door kleine schommelingen van de maan, libraties genoemd, kunnen we vanop
de aarde toch iets meer dan de helft van de maan zien. Alles bij elkaar kenden
we reeds 59 % van het maanoppervlak, voor de Russische sonde Loenik III in
1959 de eerste foto van de achterkant van de Maan naar de aarde doorzond.
Tijdens een maan-dag, die twee aardse weken duurt, kan de temperatuur oplopen
tot meer dan 100 °C. 's Nachts daalt de temperatuur snel tot -160 °C: de Maan heeft immers
geen significante atmosfeer die de warmte kan vasthouden en verdelen over het oppervlak.
Oppervlak
Maria
Met het blote oog kan je al meteen zien dat de maan twee verschillende
terreintypes heeft: het grootste deel van de maan is licht, maar er zijn
een aantal grote donkere vlekken zichtbaar. Deze worden zeeën genoemd
(in het Latijn: Mare, meervoud Maria), omdat men vroeger dacht dat het
grote waterplassen waren.
In werkelijkheid zijn de zeeën op de Maan enorme vlakten van basalt, ontstaan door
uitvloeiend gesteente: toen ongeveer 3 miljard jaar geleden een
aantal grote meteorieten op het maanoppervlak insloegen, ontstonden grote
kraters. De inslagen waren zo krachtig dat de maankorst openscheurde,
zodat vloeibaar gesteente uit de mantel naar de oppervlakte kon stromen.
Daar koelde het dan weer af.
De achterkant van de Maan, die vanop de Aarde nooit te zien is, vertoont
veel minder zeeën. Dat komt doordat de maankorst daar veel dikker is,
zodat vloeibaar gesteente het veel moeilijker had een weg naar de
oppervlakte te vinden.
Links de voorkant van de Maan, die altijd naar de Aarde toe gekeerd is,
rechts de achterkant van de Maan, enkel te bekijken met ruimtesondes.
Kraters
Als je met een verrekijker of een telescoop naar de Maan kijkt, zie je
meteen een tweede oppervlaktekenmerk: de Maan is bedekt met kraters. In
de 19de eeuw dacht men nog dat het om vulkaankraters ging, zoals we die
hier op Aarde kennen. Sindsdien weten we echter dat de Maan maar heel
weinig vulkanen heeft, en dat de kraters op de Maan inslagkraters zijn,
veroorzaakt door meteorieten. Doordat de Maan geen atmosfeer heeft,
bereikt zelfs het kleinste stofdeeltje het oppervlak met een enorme
snelheid, zodat het een mini-kratertje kan produceren. Behalve de zeeën,
die relatief jong zijn en dus nog niet zoveel inslagen te verwerken
kregen, bestaat bijna het hele maanoppervlak uit inslagkraters of
materiaal dat door inslaande meteorieten werd verpulverd.
Bergketens en kloven
In de zeeën vinden we kloven en rillen, die zijn ontstaan doordat
de laag basalt bij het afkoelen inkromp. Verder zijn er op de maan
ook bergketens.
Die zijn ontstaan door het samendrukken van de maankorst, soms door
inslagen maar meestal door het immense gewicht van de laag basalt die in
de zeeën aan de oppervlakte kwam.
Verschillende oppervlaktekenmerken op de Maan: een krater, een bergketen, en een zee met rillen.
De maanbodem
Toen de reis van Apollo 11 naar de Maan werd gepland, was één van de moeilijkheden het
inschatten van de stevigheid van de maanbodem. Sommige wetenschappers
hadden gewaarschuwd dat de maanlander wel eens zou kunnen wegzinken in
een laag stof van enkele meters diep. Dat was dan ook een grote
bezorgdheid van Armstrong en Aldrin toen ze hun ruimtetuig neerzetten.
Wanneer Armstrong de ladder van de maanlander begon af te dalen, hield
hij nauwlettend de brede poten van het ruimtetuig in het oog.
Gelukkig bleek dat de zware maanlander niet meer dan enkele centimeters
was weggezakt, en dat de astronauten veilig over het maanoppervlak konden
lopen.
Het maanstof, ook regoliet genoemd, bestaat uit verpulverde stenen en
mineralen. Soms vinden we dit regoliet ook in grotere brokken, aan
elkaar geklit door glas dat is ontstaan door de verhitting van silicium
bij een inslag. De laag regoliet is zo'n 8 meter dik, en is vergelijkbaar met wat
op Aarde de bodem wordt genoemd.

Beelden van de Amerikaanse bemande maanlandingen (Apolloprogramma).
[Foto's: NASA]
Ontstaan en evolutie
Hoewel manen bij planeten erg veel voorkomen, is onze Maan toch een
buitenbeentje. Ten eerste heeft geen van de vier andere terrestrische planeten
een echte maan (de satellieten van Mars zijn
wellicht ingevangen planetoïden).
Ten tweede is de Maan erg groot in vergelijking met haar
planeet. Ten derde lijkt de samenstelling van de Maan erg op die van de
Aarde, maar is ze toch niet helemaal hetzelfde.
Vroeger waren er drie hypotheses over de vorming van de maan. Sommige
wetenschappers dachten dat de Maan oorspronkelijk een gewone planeet
was, die door de Aarde was gevangen. Anderen vermoedden dat
de Aarde en de Maan samen waren ontstaan uit dezelfde stofschijf.
Een derde mogelijkheid was dat de Maan zich bij het ontstaan van de
planeten uit de Aarde had losgescheurd onder invloed van de
middelpuntvliedende kracht. Deze drie theorieën bleken echter
niet meer houdbaar na de maanlandingen.
De theorie die momenteel de meeste aanhangers heeft, stelt dat de Maan
is ontstaan nadat een planetesimaal van ongeveer de grootte van Mars
tegen de Aarde was gebotst. Ongeveer 4,5 miljard jaar geleden zou er een
enorme inslag op de Aarde geweest zijn; deze inslag was een soort van
schampschot. Dat zorgde ervoor dat de Aarde niet werd vernietigd, maar
enkel een groot deel van haar buitenste mantel kwijtspeelde. Dit
materiaal klonterde daarop langzaam samen om de Maan te vormen.
Hoe groot de planetesimaal was, waar hij vandaan kwam, onder welke hoek
hij insloeg en hoe de inslag exact verliep staat nog ter discussie.
bovenstaande illustratie dient dus enkel als voorbeeld gezien te worden.
Vorming van de maanbol
De volgende periode in de geschiedenis van de Maan was minstens even
catastrofaal als haar ontstaan. Het samenklonteren van de brokstukken
veroorzaakte een immense druk op de jonge Maan, zodat haar kern smolt en
vloeibaar werd. Tegelijkertijd bleef het meteorieten regenen op het
oppervlak. De Maan bleef daardoor lange tijd een gloeiende vuurbal,
waarbij de verschillende chemische materialen voortdurend door elkaar
gemengd werden.
Stollen van de maankorst, en meteorietinslagen
Zo'n 4,3 miljard jaar geleden, pas 200 miljoen jaar na het ontstaan, kon
de buitenste laag van de maankorst eindelijk afkoelen en vast worden.
Binnenin de Maan bleven de druk en radioactieve elementen echter voor
warmte zorgen, zodat er nog heel lang vloeibaar gesteente in de mantel
van de Maan bleef. Af en toe kon dit magma door de maankorst naar de
oppervlakte breken, waar het afkoelde en de zeeën vormde.
Intussen bleven grote en kleine inslagen het maanoppervlak teisteren,
zodat uiteindelijk de hele maankorst nu bestaat uit verpulverd
materiaal. Er is wellicht geen stukje meer over van het oorspronkelijke
oppervlak van de Maan.
De laatste grote inslagen waren die welke de bassins van de Mare Imbrium
en de Mare Orientale vormden, ongeveer 3,85 miljard jaar geleden. Op dat
moment was het aantal meteorieten al zodanig verminderd dat deze zeeën
er relatief ongeschonden uitzien.
Drie miljard jaar geleden zag de Maan er wellicht al ongeveer zo uit als
ze er nu uitziet: meteorietinslagen werden zeldzaam, en inslagkraters
werden niet meer overspoeld met basalt omdat nu ook het binnenste van de
maan afgekoeld raakte. Een laatste grote klap was de inslag die de
krater Copernicus veroorzaakte, zo'n miljard jaar geleden, waarbij nog
een klein beetje basalt naar de oppervlakte kwam. Sindsdien blijft de
Maan bestookt worden met meteorieten, maar deze zijn meestal niet veel
groter dan zandkorreltjes.
Sinds kort onderzoeken wetenschappers en amateur-astronomen de inslagen
van kleine meteorieten op de maan met videocamera's. Tijdens het
leonidenmaximum van 1999 werden voor het eerst
een aantal lichtflitsen gedetecteerd
die wellicht door inslagen van meteorieten veroorzaakt werden. In 2006
werd een heldere lichtflits
waargenomen die een krater veroorzaakte die wellicht 14m breed en
3m diep is. Sinds 1999 zijn al een tiental van dergelijke inslagen waargenomen,
de meesten door meteoroiden van de leonidenzwerm.
Inwendige samenstelling en magnetisme
Men ging er lang van uit dat de Maan geen ijzerkern had, maar recente
waarnemingen lijken erop te wijzen dat het inwendige van de maan toch een
zeer kleine ijzeren kern heeft. Van alle aardachtige planeten
is deze kern dan wel de kleinste. Het verschil wordt verklaard door
de theorie over het ontstaan van de Maan die veronderstelt dat ze is samengesteld
uit materiaal afkomstig van de mantel van de aarde.
De Maan heeft geen magnetisch veld meer, maar uit het onderzoek van
maanrotsen, meegebracht door de Apollomissies, blijkt dat er zo'n 3,6 tot 3,8
miljard jaar geleden een relatief sterk magnetisch veld geweest moet zijn.
Omdat planetaire magnetische velden ontstaan door het dynamo-effect in vloeibare,
geleidende planeetkernen, zou dit erop wijzen dat de maan vroeger een gesmolten ijzerkern
gehad moet hebben. Op basis van de dichtheid van de Maan en de
manier waarop ze reageert op de magnetosfeer van de zon kan die kern echter niet veel groter zijn dan
400 km, maar dit is te klein om een sterk magnetisch veld op te wekken. Waar het
paleomagnetisme in de maanstenen dan wel vandaan komt, is voorlopig nog
een mysterie.
Water op de maan?
Hoewel het al lang geleden is dat de laatste astronaut de Maan
verliet, zijn er sindsdien nog veel intrigerende mysteries gevonden en
ontdekkingen gedaan. De maansondes Clementine en
Lunar Prospector gaven
ons nieuwe gegevens over het oppervlak en de samenstelling van de Maan.
Clementine ontdekte dat er in de maankrater Clavius mogelijk
waterijs
te vinden is. Clavius is een erg diepe krater op de zuidpool van de maan,
en is één van de weinige plaatsen in de nabije omgeving in het
zonnestelsel waar nooit zonlicht komt. Lunar Prospector bevestigde deze
ontdekking, en vond mogelijk ook ijs op de noordpool van de Maan.
Wellicht gaat het om kleine ijskristallen die in de regolietlaag ingebed
zitten.
Locaties waar
Clementine ijs vond op de zuidpool van de maan. [Foto: SDI-NASA]
De atmosfeer van de maan
Aanvankelijk werd aangenomen dat de Maan helemaal geen atmosfeer heeft.
De Apollomissies ontdekten echter een heel erg dunne atmosfeer van
natriumgas rond de Maan, die voortdurend vervliegt en weer wordt
aangevuld door de verdamping van oppervlaktemateriaal onder
invloed van meteoriet-inslagen. Het gaat zeker niet om een "oceaan van
lucht" zoals bij de Aarde, maar eerder om het soort van atmosfeer dat
een komeet heeft: voortdurend komen
er nieuwe gasdeeltjes bij, maar de Maan heeft niet genoeg
aantrekkingskracht om deze vast te houden en
verliest ze weer. Zo ontstaat de staart van een komeet.
Men dacht dat de
atmosfeer van de Maan veel te dun was om hetzelfde effect te
vertonen. In 1999 ontdekten wetenschappers van de Boston University echter
toevallig een staart bij de Maan. Deze staart reikt twee keer zo ver als
de afstand Aarde-Maan, wat wil zeggen dat onze Aarde er soms middenin
ligt. De ontdekking gebeurde enkele dagen na het grote maximum van de
leoniden, toen de wetenschappers hun meetapparaten in de omgekeerde
richting van de Maan richtten. Daar vonden ze toevallig een duidelijk
spoor van een grote natriumwolk. Het duurde een tijdje voor ze tot de
conclusie kwamen dat het natrium die ze detecteerden van de Maan
afkomstig was.
De natriumstaart van de Maan is permanent: de leonidenstorm van 1999
heeft deze enkel tien maal zo sterk gemaakt, zodat hij makkelijker te
ontdekken was. De Aarde trekt door deze staart bij nieuwe maan. Dat
betekent dat de staart, net zoals bij een komeet, altijd weggekeerd is
van de zon. Het is immers de zonnewind
die de natriumdeeltjes wegblaast.
In 2006 ontdekten wetenschappers dat de Maan in het geologisch
recente verleden, zo'n 1 tot 10 miljoen jaar geleden, nog
vulkanische gassen heeft
uitgestoten.
Verkenning van de maan
De maan werd al vaak bezocht door ruimtetuigen, zelfs door bemande.
Hieronder een lijst van de belangrijkste:
| 1958-1959 |
Pioneer 4 |
USA |
Pioneer 4 was de eerste sonde die voorbij de Maan vloog. |
| 1959-1974 |
Luna 3, 9, 13, 21, 22 |
USSR |
Reeks Russische sondes naar de Maan. De Luna's leverden de eerste beelden van de
achterkant van de Maan op (Luna 3), en ook de eerste zachte landing (Luna 9), met
bovendien de eerste foto's vanop het maanoppervlak. |
| 1964-1965 |
Ranger 6-9 |
USA |
Leverden de eerste gedetailleerde beelden van de Maan op, en stortten
vervolgens neer op het oppervlak. Ranger 6 stortte als eerste sonde op
de Maan, maar de videocamera werkte niet. |
| 1965-1970 |
Zond 6-8 |
USSR |
Reeks sondes voor fotografie van de Maan, met zachte maanlandingen. |
| 1966-1968 |
Surveyor 1-7 |
USA |
Reeks zachte landingen op de Maan, met erg gedetailleerd
beeldmateriaal van de maanbodem tot gevolg. |
| 1966-1967 |
Lunar Orbiter 1-5 |
USA |
Deze sondes moesten de volledige Maan in kaart brengen, als
voorbereiding op de bemande Apollovluchten. |
| 1968-1972 |
Apollo 8-17 |
USA |
Reeks bemande vluchten naar de Maan. Apollo 11, 12, 14, 15, 16 en 17
brachten telkens 2 mensen op het maanoppervlak. De missies leverden
spectaculair beeldmateriaal op, en honderden kilo's maanstenen.
Apollo 15, 16 en 17 hadden zelfs een autootje mee om rond te rijden op de Maan.
|
| 1994 |
Clementine |
USA |
Een sonde die het maanoppervlak in detail in kaart bracht. |
| 1998-1999 |
Lunar Prospector |
USA |
Missie voor het fotograferen van het maanoppervlak en het uitvoeren
van metingen. Eindigde in een geplande crash op de Maan. |
| 2003-2006 |
SMART-1 |
Europa |
Testmissie voor verschillende nieuwe technologische ontwikkelingen. SMART-1 bestudeerde vooral de kratervorming op de Maan
en eindigde ook zelf met een geplande harde landing in de krater Shackleton. |
Verwante links
Verwante nieuwsberichten:
|