|
Als we alle satellieten van de gasplaneten
samen bekijken, kunnen we ze in drie groepen onderverdelen. In de eerste
plaats zijn er de grote manen (de
4 Galileïsche manen van Jupiter,
Titan van Saturnus en
Triton van Neptunus),
die even groot als, of zelfs groter dan de steenplaneten
zijn, en geologisch meestal vrij jong of zelfs nog actief.
Dan volgt er een groep kleinere maantjes,
meestal tussen 400 en 1 600 km groot, die al heel oud zijn en dus een restant
zijn van de oudste periodes van het zonnestelsel. Deze maantjes hebben een duidelijk
verband met hun moederplaneet: hun baan volgt de evenaar, ze draaien
met de planeet mee en ze zijn grotendeels samengesteld uit hetzelfde materiaal (ijs
van water, methaan en ammoniak). Dit zijn de regelmatige maantjes, soms
ook ijsmaantjes genoemd.
Vervolgens is er nog een groep mini-maantjes,
kleiner dan 400 km en dus niet groot genoeg om onder invloed van hun eigen
zwaartekracht tot een bolvorm te komen. De meeste van deze mini-maantjes hebben
een aantal eigenaardigheden, zoals een retrograde of sterk geïnclineerde baan.
Daarom noemen we deze maantjes de onregelmatige maantjes.
Tenslotte zijn er nog de kleine herdermaantjes, die meestal kleiner zijn dan 100 km
en die tussen de ringen van de gasplaneten bewegen.
Grote manen rond Jupiter: de Galileïsche manen
In 1610 ontdekte Galileï met zijn zelfgebouwde telescoop dat er vier
heldere stipjes rond Jupiter heen en weer
bewogen. Daarmee leverde hij een duidelijk argument tegen het toen gangbare
systeem van Ptolemaeus, die beweerde dat alles in het heelal rond de Aarde draait.
Deze vier grote manen worden sindsdien de Galileïsche manen
genoemd. Het gaat om Io, Europa,
Ganymedes en Callisto.
In veel opzichten behoren deze vier maantjes tot één familie: hun
samenstelling en grootte lijken veel op elkaar. Als ze niet rond Jupiter
maar rond de zon zouden draaien, zouden we er geen problemen mee hebben
aan te nemen dat het planeten zijn. Ganymedes
is zelfs groter dan Mercurius.
Samenstelling en structuur van de Galileïsche manen
Naar opbouw en samenstelling kunnen we de vier manen opdelen in twee
groepen. Aan de ene kant hebben we Ganymedes en
Callisto, die een soortelijk gewicht hebben dat
kleiner is dan 2 g/cm³. Ook de Saturnusmaan Titan
(die trouwens even groot is) zit in deze grootteorde.
Aan de andere kant hebben we Io en
Europa, die veel zwaarder zijn, respectievelijk
3,8 g/cm³ en 3,5 g/cm³, wat sterk aanleunt (ook weer wat
grootte betreft) bij onze maan.
Uit deze gegevens kunnen we afleiden dat Io en Europa voor een groot
deel uit steen bestaan, met een kleine ijzeren kern, terwijl Ganymedes en
Callisto voornamelijk uit waterijs bestaan. Op Io komt helemaal geen water
voor, op Europa beperkt dit zich tot een 100 km dikke korst waterijs
met daaronder een vloeibare oceaan. De twee buitenste manen echter hebben
een kleine stenen kern en een mantel van water of waterijs.
Ganymedes heeft nog een kleine ijzeren kern, maar Callisto bestaat
waarschijnlijk uit een grotendeels ongedifferentieerde massa steen en ijs:
ze heeft geen echte kern of mantel, en ook het oppervlak bestaat
uit min of meer dezelfde samenstelling. Recente gegevens van de Galileo-sonde
wijzen er op dat er misschien toch een kleine stenen kern bestaat,
of tenminste dat er zich in het centrum van de maan meer steen bevindt
dan in wat we de mantel zouden kunnen noemen. Andere gegevens wijzen dan
weer op de mogelijkheid dat er ook op Ganymedes een vloeibare oceaan onder
het oppervlak zou kunnen zitten.
Waarom verschillen de twee binnenste en de twee buitenste manen zoveel
van elkaar? Dat komt door de energie die Jupiter uitstraalt.
Deze energie (voor een groot deel warmtestraling) heeft
natuurlijk veel meer effect op de manen die dichterbij de planeet staan.
Vroeger moet deze hittestraling nog intenser zijn geweest, voldoende om
het water op Io en Europa te doen verdampen. Ganymedes en Callisto staan
hiervoor echter te ver af, zodat zij hun ijs behielden. Lang geleden had
Jupiter dus vermoedelijk 4 ijsmanen, en waren Io en Europa veel groter.
Oppervlak van de Galileïsche manen
Door spectraalanalyse kon men de samenstelling van het oppervlak van de
vier manen reeds voor de passage van ruimteverkenners bepalen.
De spectra van Europa en Ganymedes wijzen op de aanwezigheid van waterijs,
en de hoge albedo doet vermoeden dat het om schoon, onvervuild ijs gaat.
Callisto is een heel stuk donkerder, maar vertoont een gelijkaardig
spectrum. Dat wijst erop dat het oppervlak van Callisto bestaat uit vuil ijs.
Deze bevindingen komen overeen met de eerdere theorieën over de samenstelling
van de manen.
Io vertoonde vreemde absorpties in het spectrum. Na een jaar
onderzoek ontdekte men eindelijk dat deze werden veroorzaakt
door de aanwezigheid van bevroren zwaveldioxide (SO2). In dezelfde week
vloog Voyager 1 voorbij
Io en ontdekte de aanwezigheid van actief vulkanisme met SO2-uitstoot.
|
Io in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot Jupiter: |
|
421 600 km |
| Omloopstijd om Jupiter: | |
1 dag 18h 27m |
| Equatoriale diameter: | |
3 630 km |
| Massa: | |
8,94 × 1022 kg |
|
|
|
| |
|
Europa in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot Jupiter: |
|
670 900 km |
| Omloopstijd om Jupiter: | |
3 dagen 13h 15m |
| Equatoriale diameter: | |
3 120 km |
| Massa: | |
4,799 × 1022 kg |
|
|
|
|
| |
|
Ganymedes in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot Jupiter: |
|
1 070 000 km |
| Omloopstijd om Jupiter: | |
7 dagen 3h 43m |
| Equatoriale diameter: | |
5 268 km |
| Massa: | |
1,482 × 1023 kg |
|
|
|
| |
|
Callisto in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot Jupiter: |
|
1 883 000 km |
| Omloopstijd om Jupiter: | |
16 dagen 16h 32m |
| Equatoriale diameter: | |
4 806 km |
| Massa: | |
1,076 × 1023 kg |
|
|
|
|
Io
Io is een van de meest exotische hemellichamen in ons
zonnestelsel. Vreemde chemische effecten, vulkanische activiteit en de
invloed van de Jupiterstraling maken Io tot een zeer interessant
studieobject. De maan is geel gekleurd door zwavel, afkomstig van
vulkanen. Het actieve vulkanisme blijkt ook uit de frappante afwezigheid
van kraters en bassins en de zeer jonge leeftijd van het oppervlak:
hooguit 100 000 jaar.
De ontdekking van actieve vulkanen op Io door de ruimtesonde Voyager 1
was fenomenaal. De sonde fotografeerde een enorme rookpluim van
300 km hoog, afkomstig van de vulkaan Pele. Toen
Voyager 2 vier maanden
later passeerde was deze vulkaan al niet meer actief. De Galileosonde toonde aan
dat over het hele oppervlak van Io vulkanen ontstaan en weer uitdoven op enkele
weken tijd.
Oppervlak
Het oppervlak van Io bestaat wellicht voor een groot deel uit zwavel.
Sommige wetenschappers denken zelfs dat de lava geen gesmolten silicium
(steen) is, maar zwavel. Deze vloeibare zwavelstromen veroorzaken de oranje
rivierachtige structuren die op Io te zien zijn.

Een gigantische lavastroom op Io, gefotografeerd door Galileo.
Vulkanen zijn Io's belangrijkste landschapskenmerk. Er zijn meer dan 200
vulkanen met een diameter van groter dan 20 km. Op de aarde, die
een 12 keer grotere oppervlakte heeft, zijn dat er slechts 15. De vulkanen op Io vormen echter
geen hoge kraterwanden zoals op aarde en Mars,
maar braken wel lange lavastromen uit. Dit wijst erop dat de lava zeer vloeibaar is in
vergelijking met de aardse lava. Er zijn dus geen schildvulkanen maar
enkel caldera's, die soms tot 10 km diep kunnen zijn.
Naast caldera's zijn er ook bergen op Io. Deze lijken niet van
vulkanische oorsprong te zijn. Ze zijn ook niet gegroepeerd in bergketens of
massieven, maar liggen los verspreid over de maan. Dit bewijst dat ze
ook niet door tektonische mechanismen zijn ontstaan. Hoe ze dan wel
ontstaan zijn blijft voorlopig een mysterie.
De rookpluimen van de vulkanen op Io kunnen tot 300 km hoog worden.
Door de lage zwaartekracht en de afwezigheid van een zware dampkring kunnen
de stofdeeltjes zich ongestoord verspreiden en zachtjes weer naar de oppervlakte
vallen. Daarbij ontstaan mooie, symmetrische parapluwolken. Dit alles vereist
echter een beginsnelheid van 0,5 to 1 km/s, terwijl aardse vulkanen
amper 0,1 km/s behalen. Vulkanen op Io zijn dan ook meer te vergelijken
met aardse geisers. Waar geisers op aarde ontstaan door de snelle verdamping
van water, gebeurt dit op Io meestal door vloeibaar zwaveldioxide (SO2).
De invloed van Jupiter
Waarom is Io nu vulkanisch? Vulkanisme vereist immers een vloeibare
inwendige laag bij een hemellichaam, en daarvoor is veel warmte nodig.
Io is echter te klein om lang warmte bij te houden, en de meeste planeten
hebben hun warmte al meer dan 1 miljard jaar geleden verloren. Toch is
Io steeds warm gebleven. Dat komt door de nabijheid van
Jupiter.
Door de getijdenkracht die de planeet uitoefent op de maan wordt het
inwendige van Io voortdurend gekneed. De wrijving die daardoor ontstaat,
veroorzaakt voldoende warmte om het vulkanisme van Io te veroorzaken. Io
beweegt in een cirkelvormige baan, maar de aantrekkingskracht van de
andere 3 Galileïsche manen zorgt ervoor dat er vele afwijkingen in
deze baan zitten. Daardoor ontstaan onregelmatige getijden, waardoor
de hele maan op haar evenaar tot 100 m wordt uitgerokken. Op aarde
bedraagt het maximum van de getijden van de zee slechts 18 m.
Daarbij komt nog dat, hoewel Io steeds dezelfde kant naar Jupiter keert,
de aswentelingssnelheid niet constant is. De maan wiebelt dus een beetje.
Magnetische stromen
Naast de getijdenkracht is nog een andere kracht van Jupiter werkzaam op
Io: de maan beweegt in haar baan door de magnetosfeer van Jupiter. Dat
magnetisch veld beweegt met de planeet in 10 uur om haar as, terwijl Io
1,77 dagen nodig heeft voor een omwenteling om de planeet. Daardoor
passeert de magnetische stroom de planeet met een snelheid van 57 km per
seconde. Dit genereert een elektrische potentiaal van ongeveer
400 000 Volt. Daardoor kan een elektrische stroom over de magnetische
veldlijnen van de planeet naar Io lopen, met een stroom van meer dan 3 miljoen
ampère. Wanneer deze stroom zich in het binnenste van Io concentreert
ontstaat een hoeveelheid energie van 1 triljoen (1015) Watt. Io staat
dus voortdurend onder hoogspanning, wat een enorme hitte veroorzaakt.

Poollichtcirkels op Jupiter, waargenomen door de Hubble Space Telescope. Naast de grote poollichtcirkels (veroorzaakt door deeltjes uit de zonnewind) is een fijnere poollichtcirkel zichtbaar, veroorzaakt door de elektrische stroom vanuit Io. Op de rechterfiguur is te zien hoe de elektrische stromen vanuit Io (links) naar de polen van Jupiter worden geleid (via de paarse weg).
Ook op Jupiter heeft deze elektrische stroom een effect. Een
elektrisch circuit moet immers steeds gesloten zijn. Een smalle bundel
elektronen gaat dus van Jupiter naar Io, maar ook van Io terug naar
Jupiter. Op de plaats waar deze de atmosfeer van Jupiter induikt, ontstaat
poollicht.
Lava-meren
Zelfs de getijdenkracht en de elektrische stroom kunnen nog
niet de hoeveelheid energie aanbrengen die Io uitstraalt. In het
infrarode gebied blijkt de satelliet namelijk 100 biljoen Watt uit te
stralen, wat overeenkomt met 2 Watt per m2. Ter vergelijking:
de aarde straalt slechts 0.06 Watt per m2. Er is nog een
derde factor in het spel: de vulkanen.
Voyager 1 ontdekte een ongewoon hete plek nabij de vulkaan Loki, waar de
temperatuur opliep tot 25 °C, terwijl een gemiddelde warme zomerdag op
de evenaar van Io slechts maxima haalde van -150 °C. De hete plek, die
zo'n 250 km breed is, is vermoedelijk een lavameer, of een meer van
gesmolten zwavel bedekt met een koelere, dunne korst. Ook op aarde komt
dit soort lavameren voor, zij het wel in beperktere vorm. In 2000 ontdekte
de Galileosonde dat deze grote lavameren fluctueren: ze worden groter en kleiner.
Voorlopig is het nog niet duidelijk of dit een regelmatige cyclus is, die
bijvoorbeeld ook door de getijdenwerking verklaard zou kunnen worden.
Naast deze grote lavameren ontdekten de Voyagers een groot aantal kleine,
zeer hete plekjes (hot spots) waar de temperatuur kon oplopen tot
225 °C. De Galileosonde ontdekte dat deze kleinere plekjes
over het hele oppervlak verspreid zijn,
en op een tijd van enkele maanden kunnen evolueren.
Recente onderzoekingen lijken erop te wijzen dat Io momenteel sneller
om Jupiter draait dan 300 jaar geleden, waardoor ook meer getijdenkrachten
werkzaam worden. Mogelijk is de huidige vulkanische activiteit dus niet
typisch voor de vorige 4,5 miljard jaar uit het bestaan van Io. De maan staat
momenteel misschien op het punt uiteen getrokken te worden door de
aantrekkingskracht van Jupiter en de andere 3 maantjes.
Atmosfeer
De gassen die door de vulkanen worden uitgestoten vormen natuurlijk een
atmosfeer, die voornamelijk bestaat uit zwaveldioxide (SO2).
Deze is echter niet gelijkmatig verdeeld: boven warmere gebieden is er meer
atmosfeer dan elders. 's Nachts bevriest het zwaveldioxide en overdag
sublimeert het weer. De temperatuur heeft dus een belangrijke invloed
op de atmosfeer van Io.
De zwaartekracht van Io is echter te klein om een dampkring lang vast te
houden, zodat de gassen zich verspreiden op de baan van de maan.
Daardoor is Jupiter omgeven door een torus van zwaveldioxide.
Europa
Europa is een zeer vlakke wereld, misschien wel de vlakste uit ons
hele zonnestelsel. De grootste hoogteverschillen bedragen niet meer dan
enkele tientallen meters. Europa telt bovendien slechts weinig inslagkraters:
tot nog toe zijn er niet meer dan 15 geteld. Dat betekent dat het
oppervlak van Europa bijzonder jong is.
Dit wil echter niet zeggen dat het oppervlak van Europa saai en
gelijkmatig is. Integendeel, er is een enorme afwisseling tussen vlak en
geribbeld terrein, en er is een intrigerend stelsel van groeven en
lijnen. Vooral de kleuren van die lijnen, een soort bruinachtig rood, is
opvallend.
Een oceaan op Europa?
Het oppervlak van Europa bestaat wellicht uit een dunne ijskorst van
niet meer dan 50 km dik. Daaronder bevindt zich misschien een oceaan
van vloeibaar water, ook zo'n 50 km diep. De lijnenstelsels op het
oppervlak van de planeet zouden dan zijn veroorzaakt door opwellend water,
een beetje zoals vloeibaar gesteente dat op aarde uit de breuklijnen tussen
de aardschollen opwelt. Dikkere, lichte strepen zouden er op kunnen wijzen
dat hier twee ijsschollen uit elkaar dreven, waarna er open vloeibaar water
aan de oppervlakte kwam dat vervolgens bevroor. Stukken chaotisch terrein
lijken erg op losgeslagen ijsschollen, die later weer vastgevroren zijn.
Onderzoek van het materiaal op het ijsoppervlak van Europa toonde aan
dat het donkere materiaal wellicht minerale zouten zijn, en dat de oceaan
onder het oppervlak dus ook zout moet zijn. De chemische elementen waar
het om gaat, natrium, magnesium en zwavel, zijn waarschijnlijk afkomstig
uit de stenen mantel van de maan. Ook gassen zoals koolstofdioxide zouden
uit de mantel kunnen ontsnappen en naar de oppervlakte stijgen, waar ze
worden tegengehouden door de ijskorst. Wanneer er zich genoeg gas heeft
verzameld kan dit dan door de ijslaag breken en een geiser of breuklijn
veroorzaken. Op de foto's van Voyager en Galileo zijn echter nog geen
bewijzen voor dergelijke fenomenen teruggevonden.
Leven op Europa?
Volgens exobiologen maakt Europa een goede kans om door levende organismen
bewoond te zijn. Ze verwijzen hierbij naar de exotische levensvormen die
ook op aarde voorkomen in het diepste van de oceaan, nabij de zogenaamde
"hete spuiters". Dit zijn plaatsen op de oceaanbodem waar water van meer
dan 200 °C naar buiten spuit. De wezens die hier wonen, archaea, vormen
een klasse naast de bacterieën en de meercelligen. Ze zijn
hyperthermofiel, dat wil zeggen dat ze het best gedijen bij temperaturen
die boven het kookpunt van water liggen.
Ook op de oceaanbodem van Europa zouden dergelijke "hete spuiters"
kunnen voorkomen. We weten dat het leven op aarde in de oceanen
ontstond, mogelijk nabij deze warmtebronnen. Zou er ook op Europa leven
zijn ontstaan? Waarnemingen van het oppervlak wijzen er in elk geval
op dat het ijs op sommige plaatsen bedekt is met een laag organische
materialen.
Ganymedes
Het oppervlak van Ganymedes ziet er op het eerste gezicht wat uit als dat
van onze maan. Er zijn lichtere en donkere gebieden, die ook wel zeeën
worden genoemd. In tegenstelling tot de zeeën op de aardse maan zijn de
donkere gebieden op Ganymedes echter de oudste, en dragen ze dus vele
kratersporen.
De lichtere gebieden bestaan voor het grootste gedeelte uit wat
gegroefd terrein wordt genoemd, parallelle richels en kloven van
ongeveer 300 m hoog. Deze banden zijn vaak vele honderden kilometers
lang en vormen een door elkaar gevlochten netwerk.
Dit gegroefd terrein is ongeveer 3 tot 3,5 miljard jaar oud, en is
wellicht ontstaan door verschillende soorten van tektonische activiteit.
Het albedo is er tot 40 % hoger dan op de donkere zeeën, wat erop kan
wijzen dat ze bestaan uit nieuwer, nog niet bevuild ijs.
Ook andere ijswerelden zoals Enceladus
(Saturnus), Miranda
en Ariël (Uranus)
vertonen een dergelijke vorm van groeven, wat erop kan wijzen dat dit een
normale tektonische activiteit is bij oppervlakten die bestaan uit
waterijs. Bij de steenachtige planeten vertoont enkel de aarde tektoniek.
Callisto
Callisto is voor zover bekend de wereld met het grootste aantal kraters
per oppervlakte-eenheid. Bij andere hemellichamen zijn de oudste kraters
vaak geheel of gedeeltelijk uitgewist door erosie of andere geologische
processen, zoals uitvloeiend gesteente (Mercurius,
de maan), uitvloeiend water
(Ganymedes, Europa),
winderosie (Mars), watererosie (Mars, de aarde)
of vulkanische erosie (Venus,
Io) waarbij bergketens, ribbels,
vlakten enzovoort worden gecreëerd. Bij Callisto lijken kraters alleen
te zijn verdwenen door de inslag van nieuwe meteoren. Op de wanden van
de kraters na is er dan ook helemaal geen reliëf op Callisto.
Hieruit kunnen we afleiden dat het oppervlak meer dan 4 miljard jaar
oud is, slechts een half miljard jaar jonger dan Callisto zelf!
En dit op amper een miljoen kilometer afstand van Io, de maan die
het jongste oppervlakte heeft van het hele zonnestelsel.
De meest opvallende structuren op Callisto zijn twee grote kraters
met ringstelsels, Walhalla en Asgard. Walhalla,
de grootste structuur, bestaat uit een centraal gedeelte van
600 km diameter, met daarrond concentrische ringen die zich
tot 2 000 km uitstrekken. Wellicht gaat het om structuren
die na een zeer zware inslag zijn ontstaan, vergelijkbaar met
het Caloris-bekken op Mercurius.
Een opvallende kraterformatie op Callisto is Gipul Catena,
een rechte lijn van kraters, ontstaan toen een uiteengerukte
komeet neerstortte op de maan, zoals Shoemaker-Levy 9 op Jupiter.
In tegenstelling tot andere werelden, hebben de kraters op Callisto
geen enkel reliëf: er zijn geen kraterwanden en geen centrale
pieken. Er zijn ook geen andere reliëfkenmerken: Callisto is zo vlak als
een biljartbal. Dit komt door een eigenaardig kenmerk van ijs, creep,
dat ook bij aardse gletsjers voorkomt. Hoewel het water
bevroren is, kan het toch zeer traag "vloeien" of "kruipen". Zo worden
reliëfverschillen na verloop van tijd weer gladgestreken.
Grote maan rond Saturnus: Titan
Na de vier manen die Galileï rond Jupiter had ontdekt, viel de eer aan
de Nederlander Christiaan Huygens om de volgende buiten-aardse maan te
ontdekken. In 1655 merkte hij een helder lichtpuntje op nabij de planeet
Saturnus. Deze maan, die Titan werd gedoopt,
draait in 15 dagen rond zijn planeet en heeft een diameter van
5 150 km.
Daarmee is ze, na Ganymedes, de grootste
satelliet van ons zonnestelsel, en groter dan Pluto en
Mercurius.
Net als Ganymedes en Callisto
is Titan een ijsmaan, met een stenen kern en een dikke mantel van verschillende soorten
ijs. Titan heeft geen magnetisch veld, maar zit meestal (doch niet altijd)
binnen de beschermende magnetosfeer van Saturnus.
Atmosfeer
Dat was ongeveer alles wat er van Titan geweten was, toen Gerard Kuiper
in 1940 het spectrum van de Saturnusmaan onderzocht. Zo ontdekte hij de
aanwezigheid van grote hoeveelheden methaan (CH4), waaruit hij kon
concluderen dat Titan een atmosfeer moet hebben.
De atmosfeer van Titan is zelfs erg dik: in tegenstelling tot de meeste
andere manen heeft Titan genoeg zwaartekracht om gassen vast te houden.
Bovendien is methaan erg licht, wat wil zeggen dat het zelfs bij heel
lage temperaturen gasvormig kan blijven. Andere gassen zouden in
dezelfde omstandigheden als ijs op het oppervlak terechtkomen.
De druk op Titan bedraagt ongeveer 1,5 atmosfeer.
Net zoals de atmosfeer van Venus is die
van Titan heel erg dik en ondoorzichtig, zodat we vanop Aarde geen enkel
oppervlaktedetail kunnen waarnemen. De Huygens-sonde, die in 2005
naar het oppervlak van Titan afdaalde, bezorgde ons de eerste beelden
van het oppervlak.
Net als op Aarde bestaat de dampkring van Titan voornamelijk uit
stikstof (N2). Het methaan dat Kuiper in de jaren '40 ontdekte, maakt
slechts een klein deel uit van de atmosfeer van Titan. Verder zijn er
talloze koolwaterstofverbindingen (organische materialen) die als sporenelementen voorkomen,
ondermeer acetyleen (C2H2), propaan (C3H8), en cyanide (HCN).
| |
|
Titan in cijfers
|
|
| Gemiddelde afstand tot Saturnus: |
|
1 221 850 km |
| Omloopstijd om Saturnus: | |
21 dagen 6h 38m |
| Equatoriale diameter: | |
5 150 km |
| Massa: | |
1,3455 × 1023 kg |
|
|
|
| |
Deze grote verscheidenheid aan moleculen wordt verklaard door de
afwezigheid van een magnetisch veld op Titan. Daardoor kan de
zonnewind in de bovenste lagen van
de Titan-atmosfeer talloze chemische reacties veroorzaken.
Eén van de elementen die zo gevormd worden is waterstofgas (H2), een gas
dat erg vluchtig is en snel in de ruimte
verdwijnt. Dat er na 4,5 miljard jaar nog altijd waterstofatomen in de
Titan-atmosfeer aanwezig zijn betekent dat er een bron moet zijn
waaruit deze voortdurend wordt bijgevuld. Welke deze bron is, is
voorlopig echter nog een raadsel.
Wanneer we de atmosfeer van Titan vergelijken met die van Venus en Mars,
blijkt dat het methaan (CH4) op deze twee planeten vervangen is door
koolstofdioxide (CO2). Dit verschil is te verklaren door het feit dat de
zuurstofatomen op Titan vastzitten in watermoleculen (H2O), waardoor ze
niet in de atmosfeer terecht komen waar ze zouden kunnen reageren.
De atmosfeer van Titan bestaat niet enkel uit gassen. In de lucht zweven
ook talloze aerosols (vliegende stofdeeltjes). Deze aerosols zijn
verantwoordelijk voor de vuil-oranje kleur van de atmosfeer, te
vergelijken met een laag smog boven aardse steden. Op foto's van
Voyager 1 valt bovendien op, dat de wolken op het noordelijk halfrond
donkerder zijn dan die op het zuidelijk halfrond, waarbij de evenaar een
tamelijk scherpe grens vormt. Boven de noordpool is de atmosfeer nog
donkerder, en bijna grijs.
De aerosols bestaan wellicht uit druppeltjes bevroren gassen. Om de
oranje kleur te verklaren zijn echter stofdeeltjes nodig die groter zijn
dan zo'n eenvoudige molecules, dus wellicht gaat het om veel complexere
koolwaterstofverbindingen die in de atmosfeer rondzweven. Het
interessante aan Titan is dat deze complexe koolwaterstofverbindingen,
die verwant zijn met de aminozuren die op aarde de basis van leven
vormen, ook terug op het oppervlak van de atmosfeer terecht
komen en daar een dikke laag organisch materiaal vormen.
Oppervlak
De dikke atmosfeer van Titan belet ons om het oppervlak van de maan
rechtstreeks te zien. Door infraroodwaarnemingen vanop aarde en met
de Cassinisonde kon echter een ruwe kaart van het oppervlak samengesteld
worden. Bovendien bezorgde de afdaling van de Europese sonde Huygens
ons op 13 januari 2005 de
allereerste, zeer intrigerende beelden vanop het oppervlak
van de Saturnusmaan.
Het oppervlak van Titan bestaat uit waterijs, dat bij de lage
temperaturen nooit kan smelten en dus dezelfde functie vervult als steen
op aarde. Net zoals op aarde bestaat er op Titan vloeistof-erosie,
onder invloed van regen en riviervorming.
De
gegevens van Cassini en Huygens lijken grotendeels te bevestigen
wat wetenschappers al langer vermoedden. Hoewel er nog geen duidelijk
bewijs is voor een grote oceaan op het oppervlak, zijn er wel zeer sterke
aanwijzingen voor grote meren, rivieren en zeeën. Zo fotografeerde Huygens
vanop 16 km hoogte een kustlijn.
|
Een dagje op Titan
|
|
|
Hoe zou het zijn om op een bootje in een zee op Titan rond te dobberen?
De temperatuur bedraagt er dag en nacht ongeveer -200 °C, dus koud zal
het allicht zijn. Drijvend op een oceaan van licht ontvlambaar ethaan
lijkt een vuurtje misschien niet zo'n goed idee. Er is weliswaar geen
zuurstof (O2) in de atmosfeer aanwezig, maar wel in het waterijs (H2O)
dat de bodem uitmaakt en in het koolzuurijs (CO en CO2) dat hier en daar
als sneeuw of rijm te zien is.
De zon geeft op deze afstand nauwelijks warmte, maar nog wel voldoende
licht om de omgeving te kunnen bekijken. Tenminste, als we niet in een
ethaan-mistbank terecht komen. Bij het vuil-oranje licht kunnen we
wellicht kilometers rondom bergen zien, de meeste met dikke lagen modder
bedekt. Enkel de toppen van de hoogste bergen zijn propergewassen door
de regen: we zien het grijs van de ijzige ondergrond. Uit de bergen
stromen rivieren naar beneden, die uitmonden in de zee. Met wat geluk
komen we zelfs een waterval tegen.
Echt regenen doet het op onze hoogte niet: de regen verdampt weer voor
hij het oppervlak bereikt heeft. Het is wel erg vochtig: de oceaan
verdampt voortdurend, terwijl de bergrivieren hem weer bijvullen.
|
|
|
|
Cassini-Huygens
De missie Cassini-Huygens,
die in 2004 bij Saturnus aankwam, bracht ons een gigantische hoeveelheid informatie over het manenstelsel
bij Saturnus. De NASA-sonde Cassini voerde uitgebreide radar- en andere
waarnemingen uit om het oppervlak van Titan in kaart te brengen. De ESA-sonde
Huygens
daalde in januari 2005 in de atmosfeer van de maan af en landde op het oppervlak.
Grote maan rond Neptunus: Triton
Ook Neptunus heeft een maan die qua afmetingen in de klasse van de 'grote manen' valt:
Triton. Qua samenstelling, uiterlijk en vermoedelijke
oorsprong hoort deze maan echter meer thuis bij de ijsdwergen,
waartoe ondermeer ook Pluto en Charon behoren.
Verwante links
|