Volkssterrenwacht Urania Mars Waarnemingstoren
  Discussieforum | FAQ | Zoeken | Sitemap | Pagina printen | English | Français
  Startpagina
  Urania
  Kalender
  Cursussen
  Bezoeken
  Astroreizen
  Urania Mobiel
  Astroshop
  Bibliotheek
  Jeugdwerking
  Werkgroepen
 
  Opendeurdagen
  Frank De Winne
  Nieuwsberichten
  Waarnemingsinfo
  Weerbericht
  Nieuwsbrief
  Foto's
  Archief
 
   Zonnestelsel
  Ontstaan
  De zon
  Terrestrische planeten
  Mercurius
  Venus
  De aarde
  De maan
  Mars
  Planetoïden
  Gasreuzen
  Grote manen
  Kleine manen
  Ringen
  Jupiter
  Saturnus
  Uranus
  Neptunus
  De ijsdwergen
  Kometen
  Grenzen
  Sterren
  Sterrenstelsels
  Hemelmechanica
  Heelal
  Ruimtevaart
  Weerkunde
  Telescopen
  Waarnemen
  Adressen in België
  Sterrenwachten
  FAQ
 
  Vraag toegang
  Wachtwoord kwijt?
 

Urania-initialen

Wachtwoord

Login onthouden:
Sterrenkunde > Zonnestelsel > Mars
  

Al sinds de oudheid wordt Mars, de rode planeet, nauwlettend door de mens in het oog gehouden. Zijn bloedrode kleur zorgde ervoor dat vele beschavingen hem associeerden met oorlog. Zo kwam de planeet ook aan zijn naam: Mars is de Romeinse oorlogsgod.

In de 17de eeuw richtten astronomen hun eerste, zelfgebouwde telescoopjes op Mars, en ontdekten ze er kleurvlekken die hen deden denken aan de maria op de maan. In de loop van de tijd ontdekten ze ook lijnenstelsels, kleurveranderingen, de beweeglijke poolkappen en wolken. Mars begon steeds meer tot de verbeelding te spreken.

Mars in cijfers
Gemiddelde afstand tot de zon:    227 940 000 km
Omloopstijd om de zon:    686,980 dagen
Duur van asomwenteling:    24h37,4m
Equatoriale diameter:    6 794 km
Massa:    6,421 × 1023 kg

In 1877 publiceerde de Italiaanse astronoom Giovanni Schiaperelli een kaart van Mars, gebaseerd op zijn jarenlange waarnemingen van de planeet. Schiaperelli gaf de lijnen die hij zag de naam canali, een Italiaans woord voor natuurlijke watergeulen. Door een vertaalfout stond er op de Engelse versie van de kaarten canals, wat slaat op kunstmatige kanalen (het Engelse woord voor natuurlijke kanalen is "channels"). Deze vertaalfout doet bij de Amerikaanse fantast Percival Lowell het idee ontstaan dat er op Mars een hoogwaardige beschaving bestaat, die door middel van gigantische kanalen probeert haar woestijnplaneet te irrigeren met water van de poolkappen. De stap naar marsmannetjes is daarmee gezet. Nog steeds zijn er mensen die geloven dat er op Mars eens grote beschavingen hebben bestaan, ondanks een duidelijk gebrek aan enig steekhoudend bewijs daarvoor.

Ook bij wetenschappers blijft Mars echter een populaire planeet: na onze aarde en maan is ze het meest bestudeerde object van het zonnestelsel. De omstandigheden op Mars lijken soms op die op aarde. Sommige wetenschappers denken zelfs dat er op Mars ooit leven is ontstaan, dat sindsdien is verdwenen. De recente ontdekking van grote hoeveelheden waterijs en mogelijk vloeibaar oppervlaktewater op Mars maken de planeet alleen maar interessanter. Sinds de jaren '60 al is ze het doel van talloze ruimtemissies. Wellicht zal het niet lang meer duren voor ook de eerste astronauten onze buurplaneet een bezoekje brengen, de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft de ambitieuse plannen van president Reagan moeten laten varen, maar een bemande vlucht is nog altijd het doel, zij het dan met behulp van commerciele partners. Ook andere landen zoals Rusland en ook ESA doen onderzoek naar langdurig verblijf in de ruimte.

De kanalen op Mars, zoals opgetekend door Lovell.Mars, met Vallis Marineris opvallend in het midden.
Links, een tekening van Mars door Lowell.
Rechts een foto van de planeet Mars, met Vallis Marineris
opvallend in het midden van de Marsbol.
[Foto: JPL]

Baan en rotatie

Mars draait in 687 aardse dagen om de zon. De as van Mars is lichtjes gekanteld (23°30', gelijkaardig aan de askanteling van de aarde die 23°59' bedraagt) waardoor de seizoenen ook erg op die van de aarde gelijken.

Een dag op Mars (sinds de landing van de populaire sonde Mars Pathfinder vaak 'sol' genoemd) duurt 24 uur en 37 minuten. Ook dat is erg gelijkaardig aan de aardse dag. Al die gelijkenissen maken dat toekomstige kolonisten het erg makkelijk zullen hebben om zich aan te passen aan het ritme op Mars.

Ontstaan en evolutie

Mars moet ongeveer gelijktijdig met de aarde ontstaan zijn, en had aanvankelijk wellicht een min of meer gelijkaardige evolutie. Het grootste verschil is dat Mars, omdat ze maar half zo groot is als de aarde, veel sneller kon afkoelen. Dat zorgde voor een veel beperkter vulkanisme dan op aarde, en voor de totale afwezigheid van platentektoniek: de korst van Mars is ÈÈn enkele plaat. Daardoor zijn er ook geen hoge bergruggen, dieptetroggen of vulkanische ruggen. Waar de korst dun genoeg was om door magma gepenetreerd te worden, ontstonden zeer hoge vulkanen.

Samenstelling

Zoals de aarde en Venus bestaat Mars uit een korst, een stenen mantel en een ijzeren kern. Het feit dat Mars slechts een zeer zwak magnetisch veld heeft, wijst erop dat deze kern volledig vast is. Het weinige magnetisme dat de ruimteverkenners detecteerden is wellicht een overblijfsel uit de vroegste periode van de planeet, toen die ijzerkern nog wel vloeibaar was. Sommige gesteenten kunnen immers magnetisme vasthouden.

Oppervlak

Het volledige oppervlak van Mars.
Kaart van het Marsoppervlak, opgemeten door de Mars Global Surveyor. [Foto: JPL]
Oude gebergten en jonge vlakten

Het oppervlak van Mars is vrij jong: in tegenstelling tot wat men had verwacht, zijn er op de planeet maar weinig grote inslagkraters te vinden. Het zuidelijk halfrond van Mars is het oudste (ongeveer 3,8 miljard jaar), en bestaat uit zwaar bekraterde bergen, gelijkend op het kraterterrein van de maan. Het noordelijk halfrond bestaat voornamelijk uit jonge vlakten (jonger dan 3,5 miljard jaar), doorsneden met valleien. Het gebied Tharsis Regio, waarin ook de vulkaan Olympus Mons ligt, is niet ouder dan 500 miljoen jaar!

Een hoogtekaart van Mars, zoals waargenomen door de Mars Global Surveyor.
Hoogtekaart van het Marsoppervlak, opgemeten door de Mars Global Surveyor. [Foto: JPL]

De scheiding tussen het oude zuidelijke terrein en het jonge noordelijke terrein gebeurt vrij abrupt, met een plots hoogteverschil van enkele kilometers. Mogelijk heeft Mars in zijn vroege geschiedenis een zware inslag op het noordelijk halfrond meegemaakt, waardoor deze helft van de planeet grotendeels vernieuwd werd. Mars Global Surveyor leverde ook gegevens op waaruit blijkt dat de korst op het noordelijk halfrond 35 km dik is, tegenover 80 km op het zuidelijke halfrond.

Vulkanen

EÈn van de spectaculairste reliÃŽfeenheden op Mars is de vulkaan Olympus Mons, de grootste schildvulkaan in het zonnestelsel: hij is 24 km hoog en heeft een basis met een doorsnede van 500 km. De vulkaan wordt omringd door een steile klif van 6 km hoog. Naast Olympus Mons liggen in hetzelfde gebied ook nog Alba Pathera (1 500 km breed) en de drie kleinere vulkanen Arsia, Pavonis en Ascraeus. Verder zijn er op Mars nog twee andere gebieden waar kleinere vulkanen voorkomen: Elysium regio en het inslagbekken Hellas.

Olympus Mons, de grootste vulkaan van het zonnestelsel.
Olympus Mons, de grootste vulkaan van het zonnestelsel. [Foto: JPL]

Doordat er op Mars geen platentektoniek is zoals op aarde blijft de lava steeds op dezelfde plaats door de korst stromen. Op aarde verschuift de aardkorst na verloop van tijd, zodat de vulkanen naast elkaar komen te liggen (zoals bijvoorbeeld de archipel van Hawaii).

Er zijn aanwijzingen dat Mars 150 miljoen jaar geleden nog een vulkanische uitbarsting meemaakte; geologisch gesproken is dat erg recent, zodat wordt aangenomen dat Mars ook vandaag nog vulkanisch actief is. Dat vulkanisme is echter zeer beperkt en sluimerend, en de kans dat we binnenkort een uitbarsting meemaken is bijzonder klein.

Valleien

Een ander opvallend onderdeel van de Marsgeografie zijn de talloze valleien die vooral op het oudere, zuidelijke halfrond te zien zijn. Al sinds de foto's van de eerste Mariner-verkenners is de meest aanvaarde hypothese dat deze valleien eigenlijk uitgedroogde rivierbeddingen zijn. Dat betekent dat er vroeger op Mars grote hoeveelheden water geweest moeten zijn. Jarenlang hebben wetenschappers zich afgevraagd waar dat water dan wel naartoe is gegaan: tegenwoordig is Mars een droge woestijn. Metingen hebben aangetoond dat het waarschijnlijk onder de vorm van permafrost is opgenomen in de Marsbodem. Het zou gaan om uitzonderlijk grote hoeveelheden waterijs dat op enkele meters diepte onder de oppervlakte opgeslagen ligt.

Vallis Marineris

De gigantische canyonstructuur Vallis Marineris, een breuklijn van 4 000 km lang, is niet veroorzaakt door watererosie: het is een geweldige scheur in de korst, veroorzaakt door spanningen ten gevolge van het uitstulpen van het Tharsis-hoogplateau aan de andere kant van de planeet. Dat plateau, dat 10 km hoger is dan het gemiddelde Marsniveau, ontstond door het opwellen van lava uit de mantel van de planeet. Doordat de korst op die plaats veel te dik is om door te breken, stapelde het materiaal zich op. Aan de andere kant van de planeet scheurde de korst daardoor open.

De grootste canyon van het zonnestelsel: Vallis Marineris.
Vallis Marineris, de grootste canyon van het zonnestelsel. [Foto: JPL]

Atmosfeer

De atmosfeer van Mars leek vroeger waarschijnlijk meer op die van de vroege aarde. De koolstofdioxide, die het grootste deel van de atmosfeer uitmaakte, werd bij beide planeten opgenomen in de gesteenten, maar bij de aarde kwamen deze gassen opnieuw in de atmosfeer terecht onder invloed van de platentektoniek. Op Mars, waar geen tektoniek voorkomt, bleef het CO2 gevangen. Daardoor ontstond op de planeet geen broeikaseffect, zodat ook de temperatuur daalde.

Slechts een klein deel van de oorspronkelijke atmosfeer bleef op Mars bewaard: de atmosferische druk bedraagt er 7 millibar, minder dan 1 % van die op aarde. De atmosfeer bestaat voor het grootste deel uit CO2, aangevuld met stikstof (N2) en Argon (Ar).

Een deel van het stikstofgas is terug te vinden op de poolkappen onder de vorm van ijs - koolzuurijs of "droog ijs". In de zomer sublimeert dit ijs gedeeltelijk. Ook op andere plekken op de planeet slaat CO2 neer onder de vorm van rijp. In de ochtendzon sublimeert deze rijp en worden witte ochtendwolken gevormd, die soms zelfs door een kleine telescoop te zien zijn.

Klimaat en temperatuur

De gemiddelde temperatuur op Mars bedraagt ongeveer -55 âˆžC. De dunne atmosfeer slaagt er niet in de weinige warmte die Mars van de zon krijgt gelijkmatig te verdelen, zodat de temperatuursschommelingen erg groot zijn. Op de polen bedraagt de minimumtemperatuur -133 âˆžC, in de zomer kan het op sommige plaatsen 27 âˆžC warm worden.

De askanteling en baan van Mars veroorzaken seizoenen die erg gelijken op die op aarde. Met de seizoenen varieert ook de windrichting en -sterkte, en daardoor ook het uiterlijk van de planeet: de wind neemt stofdeeltjes met zich mee die donkere plekken kunnen bedekken met lichter materiaal, of ze juist van stof vrijmaken. Vroeger werden deze seizoensgebonden kleurveranderingen logischerwijze aanzien voor de verkleuringen van plantengroei.

Wie met een kleine telescoop Mars in het oog houdt, kan veel van die veranderingen zelf opmerken. Het opvallendst is het aangroeien en weer afsmelten van de poolkappen: in de winter bevriest het koolzuurgas (CO2) waaruit de Marsatmosfeer bestaat gedeeltelijk, en komt deze onder de vorm van sneeuw op de polen terecht. De winter kan soms zo koud zijn dat een derde van de atmosfeer bevriest, waardoor de luchtdruk plots veel lager wordt. Het verschil kan tot 30 % bedragen.

Water

Het onderzoek van Mars wordt tegenwoordig gedomineerd door de speurtocht naar water. Er zijn talloze aanwijzingen dat Mars vroeger bijzonder veel water gehad moet hebben: de hooglanden worden doorsneden door rivierbekkens, en op basis van nauwkeurige metingen van hoogteverschillen hebben wetenschappers sporen ontdekt van oude meren en oceanen.

Sinds 2001 zijn er steeds meer aanwijzingen dat het water niet gewoonweg van de planeet verdwenen is. Op foto's van de Mars Global Surveyor zijn sporen gevonden van zeer recente maar bescheiden waterstromen die uit de wanden van valleien naar beneden stromen. De 2001 Mars Odyssey ontdekte een planeetomvattende laag waterijs in de Marsbodem. Het water zou dus zijn opgenomen als een soort van bevroren modder in een laag permafrost, niet veel dieper dan een meter onder het oppervlak. Verder onderzoek vanop het oppervlak moet uitwijzen om hoeveel water het precies zou gaan. De ontdekking opent in elk geval de deur voor de menselijke exploratie van de rode planeet.

De maantjes Phobos en Deimos

Mars bezit ook twee kleine maantjes: Phobos en Deimos. Het gaat om steenbrokken van niet groter dan 100 km, wat doet vermoeden dat het eigenlijk ingevangen planetoÔden zijn.

De Mars-maantjes Phobos en Deimos.
De Marsmaantjes Phobos (links) en Deimos (rechts). [Foto's: JPL]

Verkenning

De eerste verkenners

Sinds het begin van de ruimtevaart zijn er al pogingen ondernomen om Mars te bereiken. In 1960 probeerden de Russen al twee sondes, de Marsniks, te lanceren. Beiden ontploften echter tijdens de lancering. De eerste sonde die erin slaagde Mars te bereiken was de Amerikaanse Mariner 4, die de planeet voorbijvloog. Ook Mariners 6 en 7 slaagden erin voorbij Mars te vliegen en foto's en data terug te zenden. De foto's bleken echter weinig interessant te zijn: toevallig toonden ze allemaal stukjes van het oude, zwaar bekraterde terrein van het zuidelijk halfrond. Mariner 9, de eerste sonde die in een baan om de planeet kwam, was een soort missie van de laatste kans: de interesse in Mars was danig verzwakt door de teleurstellende foto's. Toen Mariner 9 bij de planeet aankwam, bleek er juist een geweldige stofstorm bezig: geen enkel oppervlaktedetail was op de planeet te bekennen! Gelukkig was Mariner 9 een orbiter: de sonde werd gedurende enkele maanden in een wachtstand geplaatst, tot het stof weer was gaan liggen en er foto's genomen konden worden. Die foto's toonden een totaal andere planeet dan de eerdere afbeeldingen: kraters, vulkanen en diepe canyons verbaasden de geleerden. Mars werd opnieuw boeiend.

Tegelijkertijd kenden de Sovjetmissies naar Mars alleen maar problemen. Mars 1 geraakte tot op 100 miljoen kilometer van de planeet toen de radio plots uitviel. Zond 2, een aangepaste maanmissie, had eveneens radioproblemen. Mars 2 en Mars 3, twee identieke missies uit 1971, geraakten wel aan de planeet en zonden 60 foto's en een groot aantal ruwe metingen terug. Beiden hadden ook landingsmodules aan boord, maar deze slaagden er niet in veilig te landen. Ze werden wel de eerste objecten die de Marsbodem bereikte. Mars 4, Mars 5, Mars 6 en Mars 7, allen gelanceerd in 1973, zonden nauwelijks nuttige data terug. Mars 4 moest zich in een baan om Mars zetten maar slaagde daar niet in. Mars 5, wellicht een gelijkaardige missie, geraakte wel in haar baan maar ging na een paar dagen al verloren. Mars 6 was een module die aan een parachute in de atmosfeer afdaalde en gegevens doorzond naar de aarde. De sonde ging verloren net voor ze het Marsoppervlak bereikte, en de teruggestuurde gegevens waren door een fout in de computerchip haast volledig onleesbaar. Mars 7, ook weer een gelijkaardige missie, kende ook computerproblemen waardoor de afdalingsmodule vier dagen te vroeg werd afgeschoten en de planeet met 1300 km miste.

De Vikingmissies

In 1975 slaagde NASA erin twee sondes veilig op de planeet te laten landen: Viking 1 en 2. Zij namen foto's vanop het oppervlak en onderzochten de bodem en het klimaat. Er was zelfs een experiment om de aanwezigheid van micro-organismen op te sporen dat aanvankelijk positief resultaat behaalde. Verder onderzoek toonde echter aan dat het experiment geen bewijs van leven op Mars kon leveren.

Het Marsoppervlak gezien vanuit Viking 1.Het Marsoppervlak gezien vanuit Viking 2.
Beelden van het Marsoppervlak rond de Vikinglanders. [Foto's: JPL]

Na de Vikinglanders was het een hele tijd stil. NASA investeerde in de Voyagers die het buitenste zonnestelsel bezochten, en nadien in de ontwikkeling van de Space Shuttle.

In 1988 boekte de Sovjet-Unie met Phobos 2 nog enkele resultaten, maar net als al hun andere Marsmissies liep ook deze onderneming uiteindelijk uit op een teleurstellende mislukking: kort voor de landing van twee microsondes op de Marsmaan Phobos ging het contact met het ruimtetoestel verloren.

Moeilijke jaren negentig

Pathfinder. De jaren '90 zagen een plotse vernieuwde interesse in Mars. De Amerikaanse Mars Observer die in 1992 werd gelanceerd mislukte nog toen het contact verloren ging, maar de Mars Global Surveyor (MGS) uit 1996 betekende het begin van een succesvolle Marscampagne. Als Global Surveyor heeft deze missie een zeer gedetailleerde Mars-atlas samengesteld. MGS seint nog altijd zeer boeiende foto's naar de aarde terug. Een maand na MGS vertrok ook de Mars Pathfinder (MPF), die door middel van airbags een geslaagde landing op het oppervlak maakte en het publiek wereldwijd betoverde met zijn maanwagentje, de Sojourner Rover. De Russische Mars 96, die ook in dezelfde periode werd gelanceerd, ging echter bij de lancering verloren. Het was de doodssteek voor het Russische Marsprogramma.

In 1998 en 1999 stuurde de NASA de twee sondes Mars Climate Orbiter (MCO) en Mars Polar Lander (MPL), die alletwee verloren gingen wegens ontwerpfouten. Ook het programma Deep Space 2, twee sondes die aan hoge snelheid op Mars moesten inslaan om de bodem onder het oppervlak te gaan onderzoeken en die meeliftten met Mars Climate Orbiter, gingen om onbekende reden verloren.

In diezelfde periode zond Japan de Nozomisonde naar Mars, die eveneens met moeilijkheden af te rekenen kreeg. Deze sonde werd op een tragere baan geplaatst en zal in 2003 bij de rode planeet aankomen.

Na de dubbele mislukking van de NASA-sondes MCO en MPL verkeerde het agentschap in een crisis. De ambitieuze plannen die twee sondes per twee jaar voorzagen werden van tafel geveegd. Na een ronde van bezinning werden de beide missies van 2001 tot ÈÈn enkele samengevoegd, de Mars Odyssey. Deze sonde onderzoekt de magnetosfeer, het klimaat en de polen van Mars. Mars Odyssey ontdekte in 2002 dat er zich in de bodem van Mars waarschijnlijk grote hoeveelheden water bevinden. De verkenner zal ook dienen als communicatiesatelliet voor toekomstige missies die op de planeet landen.

Mars rover missies

In 2004 landen twee Mars rovers van de NASA op de planeet: Spirit en Opportunity. Zij bevinden zich op tegenovergestelde zijden van de planeet. Spirit heeft 7,7 km afgelegd, maar kampt met problemen. Twee van de 6 motoren hebben hun aandrijving verloren en de zonnepanelen werken ook niet optimaal. Op 22 maart 2010 is het tuig dan vast komen te zitten in het zand op de vlakte van Troy en is er geen contact meer geweest. Normaal gaan de rovers zelf in winterslaap als de Martiaanse winter aanbreekt en de zonnepanelen niet veel stroom meer produceren. Recent zou het klimaat echter terug optimaal moeten zijn, maar Spirit laat niet van zich horen.

Kaart van de weg die Spirit afgelegd heeft
Kaart van de weg die Spirit afgelegd heeft [Foto's: JPL]

Tweelingbroer Opportunity heeft ondertussen al meer dan 27km afgelegd in de buurt van de krater Endeauvour. De rovers hebben al een heleboel nuttige foto's en informatie doorgestuurd. Zo is er bewijs gevonden dat vloeibaar water door het oppervlak van Mars gesijpeld is, misschien smeltwater van sneeuw of ijs.

In 2003 kwam de Mars Express missie van ESA aan bij de rode planeet. De lander Beagle is spijtig genoeg bij de landing verloren gegaan. De orbiter heeft goede diensten bewezen bij het in kaart brengen van het oppervlak in hoge resolutie. ESA heeft beslist de missie te verlengen.

Toekomst

De Mars Science Laboratory missie en de rover 'Curiosity' zullen begin 2012 op de planeet aankomen. De volgende generatie rover gaat een toplocatie bezoeken en stenen letterlijk zappen met een laser om de samenstelling te bepalen en nog beter te kunnen speuren naar sporen van leven.

Curiosity in opbouw
Curiosity in opbouw [Foto's: JPL]

De MAVEN missie (Mars Atmospheric an Volatile EvolutioN) zal de planeet in 2014 bereiken om metingen te doen van de atmosfeer om beter te begrijpen welke indrukwekkende wijzigen er zich hebben vorgedaan.

De ExoMars/Trace Gas Orbiter is een missie van NASA en ESA voor 2016 waarbij een orbiter rond de planeet zal draaien en een lander op het oppervlak zal afdalen. De orbiter gaat gassen in de atmosfeer analyseren en bepalen of ze van vulkanische of biologische oorsprong zijn.

Verwante links

Verwante nieuwsberichten: