Wiskunde in de natuurverschijnselen

Wiskundige patronen en de kracht van vergelijkingen                          

Hoe meer we de geschiedenis van de natuur en haar wetmatigheden ontsluieren in de modellen van de Big-bang en de evolutieleer, hoe meer de wiskundige patronen en structuren ervan in het oog springen. Zowel in het allergrootste als in het allerkleinste worden de processen van het universum zeer efficiënt beschreven in elegante vergelijkingen en formules, die vervolgens een verbluffende voorspellende kracht blijken te bezitten.

           Waarom hebben de dingen de vorm die ze vertonen?

          Wat is de rol  van een blijkbaar alomtegenwoordige symmetrie?

          Vanwaar komt de hang naar optimalisatie en efficiëntie?

          Wat is de specifieke betekenis van allerlei constanten die zich opdringen zoals:

                  - die van de lichtsnelheid (maximale materiële snelheid in het universum)?

                  - die van Planck (minimum van een energiedragend kwantumdeeltje)?

                  - die van Hubble (evenredigheidsfactor waarmee de galactische nevels uitdijen)?

Wiskunde openbaart zich op elke schaal van de werkelijkheid in al haar fenomenen:

                  - de schaduwkegels van een eclips

                  - de wisseling van de seizoenen

                  - het groeipatroon van een organisme

                  - de vormen van de schelpen op het strand

 

Moeten we ons evenals de grote Hongaarse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Eugene P. Wigner verwonderen over ‘The unreasonable effectiveness of mathematics’ om theoretische wiskunde met succes toe te passen in de natuurwetenschappen? Of dragen onze hersenen als evolutief product van en in dit universum haar diepste kenmerken in zich?

Werkjaar: 
2017 - 2018
Datum: 
dinsdag, 5 december, 2017 - 20:00 tot 22:00
Lesgever: 
R. Verhulst
Cursus: 
Seminaries Sterrenkunde
Deel: 
Najaar
Lokalen: 
Grote zaal