Onregelmatige stelsels

Eén tiende van alle sterrenstelsels die we kunnen waarnemen hebben geen ellips- of spiraalstructuur. Zij worden onregelmatige stelsels (afkorting: Irr) genoemd. Er zijn verschillende subtypes van onregelmatige sterrenstelsels: een grote groep is die van de magellaanse onregelmatigen. Verder zijn er ook nog blauwe compacte sterrenstelsels. Tenslotte zijn er nog tal van sterrenstelsels die zó onregelmatig van vorm zijn, dat ze in geen enkele categorie thuishoren.

De magellaanse onregelmatigen en de blauwe compacte stelsels hebben een opgezwollen kernzone. Deze is echter veel kleiner dan de kernzone van de spiraalsterrenstelsels. Daarrond hebben ze een schijf, zonder enige structuur en relatief gezien dikker dan die van de spiraalsterrenstelsels. Ze bevatten meer gas en de jonge sterren dan de regelmatige sterrenstelsels.

De magellaanse onregelmatigen hebben meestal een kleine massa (tussen 1 en 10 miljard zonsmassa's) waarvan 10 tot 20 procent bestaat uit gas. Dit gas is niet homogeen verspreid maar komt voor in gashopen. De blauwe compacte sterrenstelsels lijken meer op geïsoleerde waterstofzones. Deze sterrenstelsels zijn nog kleiner dan de magellaanse onregelmatigen; hun massa is niet veel meer dan enkele honderden zonsmassa's. Het zijn voornamelijk actieve zones van stervorming. Dit komt omdat ze enorme hoeveelheden geïoniseerd gas bezitten. Aangezien hun totale massa erg klein is, kunnen we besluiten dat ze niet altijd zo'n hoge stervormingsactiviteit hebben vertoond - anders zou hun gasvoorraad reeds lang opgebruikt zijn. Ofwel zijn deze sterrenstelsels dus nog zeer jong, ofwel kennen ze plotse uitbarstingen van stervorming.

Links: De Grote Magellaanse Wolk. [Foto: NASA]
Midden: Het blauwe compacte stelsel IZw18. [Foto: HST/Trinh Thuan]
Rechts: Het onregelmatige stelsel NGC 6745. [Foto: HST]

Er is veel onderzoek verricht naar het voorkomen van chemische elementen in onregelmatige sterrenstelsels, om deze te kunnen linken met gemakkelijker waarneembare karaktereigenschappen. Zo bevatten beide types onregelmatigen weinig zware chemische elementen, zoals zuurstof en stikstof. Onregelmatige sterrenstelsels bevatten dan weer veel regio's van geïoniseerd gas.

Er bestaan echter nog onregelmatige sterrenstelsels die bij geen van bovenstaande types horen. Zij hebben verwrongen structuren en heldere bruggen en staarten die uit het stelsel gestoten lijken te zijn. Bij sommige stelsels heeft men ook radiostraling, afkomstig van de kern, kunnen meten. Vroeger dacht men dat dit exploderende stelsels waren, maar tegenwoordig weet men dat ze dit uiterlijk te danken hebben aan een recente botsing of interactie met een ander sterrenstelsel (of meerdere sterrenstelsels).

Is er iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden? Mail ons!