Ringen

De ringen en ringbogen van Neptunus

Na de ontdekking van de ringen rond Jupiter en Uranus, gingen wetenschappers ook op zoek naar een mogelijk ringenstelsel rondNeptunus. Ondanks verwoede pogingen in het begin van de jaren '80, was het pas in 1984 dat de eerste sporen van ringen werden gedetecteerd. Het feit dat deze ringen bij sterbedekkingen soms wel en soms niet te zien waren, werd verklaard door de theorie dat ze niet volledig waren: het zou eerder gaan om bogen dan om echte gesloten ringen.

De foto's die Voyager in 1989 doorstuurde, bevestigden maar nuanceerden die theorie. Neptunus heeft wel degelijk een stelsel van vijf volledige ringen, maar de scherpste buitenste ring, die Adams werd genoemd, bevat drie (of mogelijk vijf) verdikkingen: de bogen die vanop aarde waren gedetecteerd. Deze bogen werden Liberté, Egalité en Fraternité genoemd. Ze liggen allen in een gebied dat 40° omspant.

Afbeeldingen: De ringen van Neptunus, in tegenlicht. [Foto's: JPL]

De ringen van Neptunus zijn op te delen in twee groepen: LeVerrier en Adams zijn smal en scherp begrensd, Galle, Lassell en Arago zijn breed en zwak. Een zesde ring is niet volledig en ligt net binnen de Adams-ring, op de baan van het maantje Galatea.

De ringen van Neptunus bestaan uit fijn stof. Net zoals bij Jupiter en Uranus is dat stof wellicht afkomstig van kleine maantjes, die de ringen voortdurend verversen. In de hele magnetosfeer van Neptunus is trouwens veel stof te vinden, mogelijk verspreid doordat het magnetisch veld zoveel afwijkt van de ecliptica, of door de excentrische baan van de grote maan Triton.

De ringbogen worden wellicht veroorzaakt door een gekoppelde rotatie van 42:43 met de maan Galatea, die op 1 000 km binnen de Adams-ring zweeft. De baan van Galatea heeft een inclinatie van 0,03° ten opzichte van het vlak van de ringen. Dat zorgt voor een mogelijke groepering van stofdeeltjes op kortere gebieden die telkens 4° uit elkaar liggen. De ringbogen zelf liggen telkens ongeveer 12° uit elkaar: niet elk gebied dat in aanmerking komt voor boogvorming is dus met stof gevuld. Het blijft voorlopig een raadsel waarom de ringbogen niet over de gehele Adams-ring verspreid zijn.

Is er iets onduidelijk? Heb je een fout gevonden? Mail ons!